Bij de PvdA sneuvelt het ene taboe na het andere

DEN HAAG, 4 NOV. De PvdA-top heeft vanmorgen besloten om een informatieve bijeenkomst te houden over de aanpak van illegalen. Uitsluiten van overheidsvoorzieningen, uitzetten en werkgevers die illegalen te werk stellen vervolgen? Het beleid was in Den Haag al ontwikkeld, maar bij de uitvoering draaide de Haagse politiek, en zeker de PvdA, lange tijd om de hete brei heen. De politiek deed er liever het zwijgen toe, want geen enkele partij wilde het verwijt op zich laden extreem-rechts in de kaart te spelen.

Maar in de nasleep van de vliegramp in de Bijlmer staan de illegalen op de politieke agenda. Volgende week zaterdag komen de voorzitters, ministers en Kamerleden van de PvdA bij elkaar om de gespierde taal van PvdA-voorzitter F. Rottenberg en het scherpe beleid van staatssecretaris A. Kosto aan partijleden en buitenstaanders uit te leggen. De PvdA stelt zich in op een scherpe bocht naar rechts, deze keer met CDA-fractieleider Brinkman in de slipstream.

Rottenberg steunde vrijdag, voor de VPRO-radio, in niet mis te verstane woorden het beleid dat Kosto al enige jaren voert jegens illegalen. “In principe moet iedereen eruit”, zei Kosto vorig jaar juni nog. “Anders voer je geen vreemdelingenbeleid meer en dat voeren we wel. Wij willen geen immigratieland zijn.” Kosto had formeel steeds steun van zijn partij. Maar de partijgenoten vonden het uitzetten van Ghanezen, Vietnamezen en afgewezen asielzoekers een vervelend onderwerp dat hun slechts een "rechts imago' kon bezorgen. Zwijgend lieten ze de ondankbare klus over aan Kosto.

Rottenberg liet Kosto merken dat hij niet wegloopt voor de harde aspecten van het vreemdelingenbeleid. Hij bepleitte evenwicht tussen uitzetten, controle en gevangenisstraffen voor ondernemers die illegalen in dienst hebben. “Het gaat erom dat we illegaliteit niet accepteren. Uitspraken van Kosto zijn misschien scherp uitgevallen, maar ik begrijp ze wel, en verdedig ze ook”, zo zei hij. Maar Rottenberg merkte onmiddellijk hoe gevoelig de kwestie is toen Kosto deze week in legalistische termen het vreemdelingenbeleid van Amsterdam kapittelde, en zich met name stoorde aan uitspraken van hoofdcommissaris E. Nordholt, een naaste adviseur van de PvdA-voorzitter. Rottenberg steunt burgemeester E. van Thijn die zich uitermate had geërgerd aan de oekaze van zijn partijgenoot uit Den Haag.

Het klimaat in de PvdA is strenger geworden. De cultuur om lastige onderwerpen als misbruik van sociale voorzieningen of criminaliteit zwijgend te bedekken met de mantel der liefde is onder Rottenberg aan het veranderen in een sfeer van "zeggen wat je denkt'. Wat onder het motto "Nieuw Flinks' (een stroming in de PvdA die problemen openlijk wilde bespreken) enkele jaren geleden nog niet lukte, wordt nu in korte tijd op diverse thema's doorgezet: het ene PvdA-taboe sneuvelt na het andere.

Volgens de PvdA-voorzitter moet de politie meer armslag krijgen om werkgevers op te sporen die illegalen in dienst nemen, en moeten illegalen uiteindelijk naar hun land van herkomst terugkeren. In het buitenland, aldus Rottenberg vrijdag, moet het beeld ontstaan dat Nederland geen werk biedt aan illegalen zodat de toestroom wordt ingedamd. Zijn woorden schokten de presentatoren van de hem bevriende VPRO die Rottenberg onmiddellijk "populisme, politiestaat en thuislandenpolitiek' voor de voeten wierpen. Het VVD-Kamerlid Wiebenga dat ook aan tafel zat, was aangenaam verrast. Zulke taal had de liberaal nog niet gehoord uit de mond van een PvdA-voorzitter. De VVD'er heeft gisteren een Kamerdebat over het probleem van de illegalen aangevraagd.

“Mijn uitspraken waren geen dollemansactie”, zegt Rottenberg desgevraagd na de ontstane ophef. Het PvdA-standpunt heeft hij afgestemd met partijleider Kok en fractieleider Wöltgens. In de Kamerfractie, het bewindsliedenoverleg en de centrale stuurgroep die de standpuntvorming coördineert is de afgelopen weken regelmatig over de illegalen gesproken. Rottenberg had dus rugdekking toen hij de uitspraken deed waarvoor hij enkele jaren geleden, als gewoon partijlid, het risico van royement had gelopen. Maandag, tijdens een partijbijeenkomst in Utrecht, viel partijleider Kok hem bij. Illegalen moeten worden uitgezet, hun Nederlandse werkgevers zwaar worden bestraft. Er was in de zaal met PvdA-leden geen enkel verzet tegen de opmerkingen van Kok en Rottenberg, autochtonen in oude volkswijken voelden hun klachten voor het eerst door sociaal-democraten serieus genomen.

P. Stoffelen, kamerlid sinds 1971, billijkt de ommekeer. “We moeten helder zijn over de illegalen. De publieke opinie verruwt er is een groeiende haat tegen vreemdelingen. De mensen maken geen onderscheid meer tussen migranten, asielzoekers en illegalen. Dat is bedreigend voor linkse mensen, en het ergste is dan je ogen sluiten”. Zijn fractiegenoot A. Apostolou, woordvoerder voor de illegalenproblematiek, vindt dat Rottenberg wat terughoudender had moeten zijn. “Inhoudelijk is er niets nieuws. Maar de politieke toonzetting is wél anders, Rottenberg houdt er zich voor het eerst mee bezig. Hij moet echter weloppassen om illegalen niet in één woord met criminaliteit te noemen: daar is geen automatische band.” PvdA-Eerste-Kamerlid W. van de Zandschulp, die op de linkervleugel van de PvdA menig ideaal zag vervliegen, vindt de uitspraken van Rottenberg nogal modieus. “Ik frons mijn wenkbrauwen als hij de maakbaarheid van de samenleving relativeert en aan de andere kant denkt het probleem met de illegalen op te lossen.” Van de Zandschulp waarschuwt tegen een “wedloop in retoriek”.

De Bijlmerramp bracht de illegalen in beeld, maar het probleem drong zich in de grote steden vanzelf op. Vorige week publiceerde de gemeente Den Haag een rapport over het grote aantal illegalen in die stad, dat de integratie van legale vreemdelingen in gevaar dreigt te brengen. B. Peper, burgemeester van Rotterdam, haalde zich de woede op de hals met soortgelijke uitspraken, en in Amsterdam is illegaliteit al langer een erkend probleem. De PvdA-top spreekt ook omdat vooral het PvdA-wethoudersgilde - door Rottenberg in ere hersteld -met de illegaliteit wordt geconfronteerd. Voor de sociaal-democraten verdrukt de staat niet, is de wet geen logen. Rottenberg: “Ik ben voor handhaving van de wet, zonder aanziens des persoons”.