Bedankt, mijnheer MacSharry

Wie eens links en rechts bij boeren zou informeren hoe de plannen van Ray MacSharry voor hen uitpakken, krijgt totaal verschillende verhalen. Sommigen hebben weinig last van de landbouwhervormingen. Anderen zijn ervan overtuigd dat zij aan de Europese landbouwcommissaris de ondergang van hun bedrijf te danken hebben.

In grote lijnen houden Macsharry's plannen in dat de EG prijsgaranties en exportsubsidies voor veel produkten gaat terugdraaien. De inkomensverliezen van boeren door de dalende prijzen wil hij compenseren door toeslagen en premies. In augustus kwam de EG tot een akkoord.

Inmiddels kunnen de meeste boeren aan de hand van de Nederlandse uitwerking van deze Europese beschikking nagaan wat de gevolgen zijn voor hun eigen bedrijf. Een maïsteler zal nu wellicht zeggen dat die MacSharry een bovenstebeste vent is. De subsidie op maïs kwam geheel onverwacht als een Brussels douceurtje. Een varkenshouder, pluimveehouder of tuinder zal z'n schouders ophalen en uitleggen dat MacSharry hem weinig interesseert, omdat hij produceert voor een vrije markt zonder subsidies. Wellicht hebben de varkens- en pluimveehouders indirect een voordeel van de lage graanprijs waardoor het krachtvoer goedkoper zal worden.

Een melkveehouder zal vertellen dat hij aan de ene kant wat wint en aan de andere kant wat verliest door MacSharry. Zijn opbrengsten uit melk en rundvlees lopen wat terug, maar het krachtvoer voor zijn dieren wordt goedkoper. Bovendien komen veel melkveehouders tevens in aanmerking voor de maïspremie. Het totale pakket EG-maatregelen heeft geen grote invloed op de hoogte van zijn inkomen.

Stierenmesters en akkerbouwers zullen waarschijnlijk verstarren, hun vuisten ballen en grommen dat MacSharry een nagel aan hun doodskist is. Op boeren die graan of rundvlees produceren hebben de plannen van de landbouwcommissaris een negatief effect; velen zouden binnen afzienbare tijd op de fles kunnen gaan.

Voor de stierenmesters liggen de zaken als volgt. De EG brengt de interventie-aankopen van rundvlees terug van maximaal 750.000 ton naar 300.000 ton. Daardoor ontstaat een groter overschot en daalt de prijs naar verwachting met 15 tot 20 procent naar ongeveer 6,50 gulden per kilo geslacht gewicht. Gespecialiseerde stierenmesters gaan het heel moeilijk krijgen. MacSharry wil hun pijn verzachten met een premie van ongeveer 240 gulden per afgeleverde stier. Aan deze premie zitten echter twee "mitsen'; in 1996 krijgen bedrijven alleen nog een premie mits ze per 3,3 stier een hectare grond hebben. De meeste stierenmesters in Nederland lopen de premie mis omdat ze zelf te weinig grond bezitten; ze huisvesten hun dieren in stallen en kopen ruwvoer aan.

De tweede "mits' betreft de bedrijfsomvang. De EG heeft een plafond ingesteld van jaarlijks maximaal 90 aan het slachthuis te leveren stieren. Bedrijven die zich hebben gespecialiseerd in de stierenmesterij, leveren er gemiddeld 400 per jaar. Als gevolg van de lagere vleesprijs kost MacSharry zo'n professionele stierenmester 80.000 gulden aan inkomen, berekende vleesveedeskundige ing. B. Loseman van het Informatie- en kenniscentrum Veehouderij in Lelystad.

Ook akkerbouwers worden hard getroffen door het landbouwakkoord. Hun inkomens vertoonden de afgelopen jaren al een dalende lijn. Een akkerbouwer met 60 hectare verdiende in het seizoen 89/90 nog 90.000 gulden, in 90/91 was dit 80.000 en in 91/92 daalde dit naar 54.000 gulden. Het nieuwe landbouwbeleid zal die trend niet doorbreken. Voor iedere tien hectare zogenoemde "MacSharry-gewassen' gaan akkerbouwers er zo'n 5000 gulden in inkomen op achteruit, schat akkerbouwdeskundige ing. J. Staal van de Dienst Landbouwvoorlichting. Met "MacSharry-gewassen' worden de produkten bedoeld waarvan de EG de prijzen fors gaat verlagen. Dit zijn granen zoals tarwe en gerst, oliehoudende zaden als koolzaad en raapzaad en eiwithoudende gewassen zoals erwten en veldbonen. De prijs voor bakwaardige tarwe bedraagt nu ongeveer 39 gulden per 100 kilogram. In 1995 zal deze naar verwachting nog maar 24 gulden bedragen.

Tegenover de verwachte prijsdalingen staan nieuwe hectaretoeslagen, maar die zorgen niet voor volledige compensatie. Akkerbouwers kunnen een keuze maken uit een Algemene- of een Vereenvoudigde Regeling. Het uitgangspunt van de Algemene Regeling vormt de "braakplicht'. Binnen deze regeling moeten boeren 15 procent van hun areaal "MacSharry-gewassen' braak laten liggen. Voor deze hectares, waarop de akkerbouwer geen voedsel mag produceren, ontvangt hij een "braakpremie' die afhankelijk van de grondsoort 851 dan wel 614 gulden bedraagt. Wanneer een boer ieder jaar 15 procent braaklegt, kan hij voor het hele areaal van de MacSharry-gewassen steun aanvragen. De hoogte van deze steunbedragen per hectare verschilt per gewas en per grondsoort. Boeren die niet willen "braken' moeten gebruik maken van de Vereenvoudigde Regeling. Afhankelijk van de regio ontvangen zij voor maximaal 12,9 of 17,9 hectare een toeslag.

Door deze twee regelingen worden akkerbouwers met een ingewikkelde puzzel opgezadeld. Ondanks de premie is braakleggen verliesgevend. Ze dekt de kosten voor het in de grond geïnvesteerde kapitaal en van het onderhoud dat ook braakland nodig heeft niet voldoende. Bovendien dalen de andere vaste kosten (machines) van de akkerbouwer niet. En verder druist het tegen het ondernemersgevoel in om produktiemiddelen onbenut te laten liggen. Als enig voordeel heeft "braken' dat de grond een jaar lang tot rust kan komen waardoor het producerend vermogen iets verbetert.

Wanneer een boer niet wil braakleggen en voor de Vereenvoudigde Regeling kiest, zit hij al gauw aan het maximum aantal hectares waarvoor hij steun kan krijgen. Deze regeling is eigenlijk bedoeld voor de kleinere boeren.

De keuze van een akkerbouwer voor een van beide regelingen hangt af van zijn opbrengsten en van zijn bouwplan; hoeveel wil hij telen van welke gewassen. Een randvoorwaarde vormt hierbij dat een goede boer zijn bouwplan gezond moet houden door vruchtwisseling. Hij teelt niet te vaak achter elkaar een zelfde gewas op hetzelfde perceel, omdat hierdoor de opbrengst terugloopt. Ondanks lage prijzen neemt graan in een gezond bouwplan een belangrijke plaats in.

Bij de keuze voor gewassen vormen de hectaretoeslagen een extra moeilijkheid. Sommige gewassen worden aantrekkelijker, andere juist minder lucratief. Daarnaast treden ook aan de aanbodkant grote verschuivingen op. Door de daling van de graanprijzen gaan veel akkerbouwers op zoek naar alternatieven. Hierdoor treedt een verdringingseffect op bij andere teelten.

Nu het weer vroeg donker is, begint voor boeren het vergaderseizoen. Ze komen 's avonds bij elkaar in het dorpscafé en bespreken de ingewikkelde maatregelen en koppelen daaraan de mogelijke oplossingen om het hoofd boven water te houden. Stierenmesters zijn snel uitvergaderd. De slotsom is duidelijk maar hard; voor een aantal is geen andere oplossing dan stoppen.

Bij akkerbouwers duurt de discussie langer. Voor welke regeling moet je kiezen, welke gewassen moet je telen, welke "niches' zijn er nog in de markt, hoe kun je je kosten nog verder verlagen. Uiteindelijk komt ook hier het gesprek op het pijnlijke punt; wanneer moet je ophouden met doormodderen.

Laat op de avond zal een maïsteler nog eens een rondje geven voor het hele café op de gezondheid van mijnheer MacSharry. De akkerbouwers in de hoek verstarren en klemmen hun kaken op elkaar; eentje mompelt grimmig voor hij zijn glaasje achterover kiept: “Bedankt, mijnheer MacSharry, je wordt bedankt!”