Banken duwen Daf in de armen van grote broer Mercedes-Benz

ROTTERDAM, 4 NOV. De Duitse autoproducent Mercedes-Benz wil op termijn een meerderheidsbelang of een totale overneming van de Nederlandse truckfabrikant DAF. In eerste instantie zou het Duitse concern genoegen willen nemen met een minderheidsdeelneming.

Dit bevestigen bronnen rondom DAF naar aanleiding van interne stukken waarover gisteren in deze krant werd bericht.

De nagestreefde samenwerking tussen Mercedes en DAF zal naar alle waarschijnlijkheid beginnen met een klant-afnemer-relatie. De twee bedrijven hebben officieel steeds aangeduid dat hun gesprekken zich daarop richten. De plannen gaan vooralsnog in de richting van het in stand houden van een groot deel van de DAF-produkten. DAF's identititeit als zelfstandige producent is daarbij in ieder geval voorlopig gewaarborgd. Mercedes-Benz zal op die manier voor een aanzienlijk deel van zijn produktie afhankelijk worden van DAF. Uit notulen van DAF blijkt dat het Duitse bedrijf met het oog op die afhankelijkheid - het zou daarbij vooral gaan om bestelwagens, de nieuwe trucks in de 75/85 klasse en lichte vrachtwagens - “enige controle” in de samenwerking wil hebben.

DAF's bestuursvoorzitter C. Baan schreef zijn commissarissen op 1 oktober dat de raad van bestuur van Daimler Benz, het moederconcern van Mercedes, al op 29 september akkoord is gegaan met de voorgestelde samenwerking, die wordt aangeduid als ”Concept 2000'. “Alle disciplines van Mercedes-Benz zijn het eens met Concept 2000 en willen er mee doorgaan”, schrijft Baan. DAF wilde - vooral op aandrang van zijn bankiers - zo snel mogelijk de afspraken vastleggen in een letter of intent. Mercedes, aldus Baan, voorzag dat het tekenen van een voorlopig akkoord tot de nodige publiciteit zou leiden. “Pers, vakbonden en politici zullen er bovenop springen en het project waarschijnlijk schade berokkenen.” Mercedes verklaarde zich volgens de DAF-topman wel bereid tot het tekenen van een letter of intent in een later stadium. De Duitsers wilden absoluut wachten tot de overneming van Fokker door Dasa definitief rond was en wilden commotie over weer een aankoop van een belangrijke Nederlandse industriële onderneming door Daimler Benz ten koste van alles vermijden.

Mercedes begreep evenwel dat DAF een brief nodig had met het oog op zijn bankiers. De Duitsers bleken bereid de banken in een besloten bijeenkomst te overtuigen dat de samenwerkingsplannen realistisch zijn en dat de band tussen de twee ondernemingen echt tot stand zal komen. Het bestuur van Mercedes-Benz legde dit in elk geval vast in een brief van 29 september. DAF stuurde die brief de volgende dag al door naar het bankconsortium onder leiding van ABN Amro. Een paar dagen eerder, op 26 september, had het DAF-bestuur op een vergadering op Schiphol de vertegenwoordigers van het consortium al mondeling ingelicht over de stand van de gesprekken met Mercedes. De presentatie werd door de banken “zeer goed ontvangen” meldt Baan. “De bankvertegenwoordigers toonden zich onder de indruk van de stappen die in zo korte tijd waren ondernomen”. DAF kreeg de indruk dat de bankiers bereid zouden zijn de deadline voor het opzeggen van alle kredietfaciliteiten, gesteld op 30 september, te verschuiven om de vrachtwagenfabrikant meer ruimte te geven om over een letter of intent te onderhandelen.

Op 29 september, één dag voor het aflopen van de kredietovereenkomst, maande het bankconsortium DAF per brief dat het tekenen van een principe-akkoord niet langer mocht worden uitgesteld. Was dat wel het geval dan zou dat automatisch leiden tot het in gebreke stellen van DAF. Dit zou betekenen dat de kredietkraan volledig zou worden dichtgedraaid. De banken hadden als voorwaarde voor hun verdere financiële steun aan DAF geëist dat er eind september een letter of intent moest zijn. Daarin zou moeten zijn vastgelegd dat het bedrijf uiterlijk op 31 maart '93 een strategische alliantie zou aangaan met een sterke partner.

Van deze voor DAF zeer bedreigende situatie lekte een en ander naar buiten. Op de beurs deden sterke geruchten de ronde dat de truckfabrikant in ernstige financiële problemen verkeerde. In Eindhoven voelde het DAF-bestuur zich genoodzaakt via een persbericht speculaties over betalingsproblemen “volstrekt ongegrond” te verklaren.

De brief van Mercedes-Benz wist de banken op het nippertje te overreden de kredietfaciliteiten voor DAF te handhaven. Op 30 september kreeg DAF ook de bevestiging dat de Nationale Investeringsbank (NIB) bereid was het bedrijf een in aandelen converteerbare, achtergestelde lening van 97 miljoen gulden te verstrekken. Een lopende NIB-lening (niet achtergesteld) van 30 miljoen zou echter worden ingetrokken. De banken gingen akkoord met de eis dat de nieuwe lening niet in mindering zou komen op hun kredietfaciliteiten voor DAF.

Een van de voorwaarden van de nieuwe lening was dat de totale kredietfaciliteit voor DAF (ruim 1,1 miljard gulden) tot eind juni '93 onaangetast zou blijven. De NIB-lening is overigens formeel nog steeds niet verstrekt, ondermeer omdat DAF's statutaire aandelenkapitaal ontoereikend is indien de NIB (lees: de overheid) tot volledige conversie zou overgaan. Voor een statutenwijziging is eerst een aandeelhoudersvergadering nodig. Baan kondigde aan dat het voorstel voor zo'n vergadering zou worden voorbereid ter behandeling in de commissarissenbijeenkomt op 21 oktober.

Minister Andriessen (economische zaken), door Baan geïnformeerd over de inhoud van de voorgenomen strategische alliantie, was volgens de DAF-topman “onder de indruk van de aanzienlijke rol die DAF zal spelen in de samenwerking”. Hij liet daarop volgens Baan de ontbindende voorwaarden voor de NIB-lening in het geval van samenwerking met de Duitsers vallen.

Hoe het financieel uitgemergelde DAF volledig in de greep van de banken was geraakt wordt duidelijk uit deze zomer gemaakte afspraken. De vermogenspositie van de Eindhovense fabrikant was door verliezen van 725 miljoen gulden in tweeënhalf jaar tijd totaal uitgehold. Een van de oorzaken van de financiële problemen vormde DAF Finance Company, een dochteronderneming die zich bezighoudt met de financiering van DAF-dealers. Door de malaise op de bedrijfswagenmarkt, vooral in Groot-Brittannië, kwam ook DFC in problemen. Moeder DAF moest de financieringsdochter uit eigen middelen maar liefst 200 miljoen gulden bijpassen. Om dit vermogensbeslag te verminderen en geld terug te laten vloeien naar DAF werd besloten DFC's activa zoveel mogelijk af te stoten. Intussen stonden in de zomermaanden de betalingen aan DAF's leveranciers al onder druk.

Op 13 augustus bereikte DAF met huisbankier ABN Amro een extra kredietakkoord. De bank zou in totaal 600 miljoen gulden extra ter beschikking stellen. Dit krediet was bestemd als compensatie van de 200 miljoen die DAF in DFC had zitten; er werd een ”overdraft' voor DAF gecreëerd van 200 miljoen en voor nog eens eenzelfde bedrag sprong ABN Amro bij om te voorzien in de kredietbehoefte die ontstond doordat andere banken hun kredieten aan DAF opzegden.

De raad van commissarissen, zo blijkt uit notulen, was het er over eens dat DAF Finance Company “op een onjuiste manier, namelijk alleen op korte termijn” was gefinancierd en dat “de omvang van de risico's zijn onderschat”. De situatie bij de financieringsmaatschappij was dermate kritiek dat DAF-bestuurslid M.C. de la Roche ernstige problemen voorzag, vooral voor dealers in Engeland en Spanje. De rol van de adviserende bank van DFC zou verder worden onderzocht.