Wilde oma's, lesbische dochters, oude taboes

Voorstelling: Puzzels (Jigsaws) van Jennifer Rogers. Vertaling en regie: Shireen Strooker. Decor: Bram Vermeulen. Spelers: Henriëtte Tol, Marijke Veugelers, Mary-Lou van Steenis, Frédérique Huydts en Ellen Weller. Gezien: 2/11 in de Stadsschouwburg, Haarlem. Aldaar t/m 4/11, daarna elders.

Oma, haar twee dochters en haar twee kleindochters: vijf vrouwen bij elkaar - daar zou een mooi toneelstuk over te schrijven zijn. Mooier in elk geval dan het middelmatige maakwerkje van de Australische schrijfster Jennifer Rogers dat sinds gisteravond onder de titel Puzzels in de vrije produktie te zien is, want daarin wordt weinig meer dan een opsomming gegeven van alle mogelijkheden die sinds de jaren zestig in deze sector ruimschoots zijn afgetast. En alles is voorspelbaar, behalve het happy end dat uit de lucht komt vallen.

Oma zit onder de plak, wil zelfs dood (euthanasie!), maar bevrijdt zich en neemt zich uiteindelijk voor de beest te gaan uithangen met haar buurman. Ene dochter heeft genoeg van haar saaie huwelijk (feminisme!), laat echtgenoot in de steek en schept voortaan genoegen in jongere mannen. Andere dochter blijft benepen en burgerlijk. Ene kleindochter is een braaf huisvrouwtje geworden, maar neemt zich tenslotte voor weer te gaan studeren (béétje feminisme!). Haar moeder spreekt er schande van: “Hoe moet dat dan met het eten?” Andere kleindochter blijkt lesbisch (!) te zijn en wordt door dezelfde moeder dus niet geaccepteerd, tot tenslotte de inkeer uit de lucht valt.

Taboes, kortom, van jaren geleden, opgedist in dialogen vol gemeenplaatsen en routineuze grappen, waaruit slechts hoogst af en toe even een zinnetje opduikt met een glimp van oorspronkelijkheid. Als bijvoorbeeld de ongedurige dochter tegen haar zuster zegt dat ze zich zo verveelt met haar echtgenoot en als antwoord krijgt: “Dacht je dat k me niet verveelde? Zo s het huwelijk!” Maar dan moet er snel weer iets komisch op volgen, want Jennifer Rogers was kennelijk niet bereid de veilige oppervlakkigheid van haar bedenksel te veel op het spel te zetten.

De vijf actrices trouwens evenmin. Onder leiding van Shireen Strooker kiezen ze voornamelijk voor de ferm aangezette situatie-komedie, met uitzondering van Ellen Weller als een serene oma. Vooral bij de benepen moeder lijkt mij die regie-opvatting een vergissing: voor zover uit die vrouw nog enige tragiek te halen valt, gaat dat verloren in het Sylvia de Leur-type dat Marijke Veugelers hier - overigens zeer bedreven - opvoert. Ik kan me voorstellen dat geen van de vijf in zo'n omgeving goed raad wist met de stilering die Strooker voorschreef in een paar gevoelig bedoelde scènes. Veel kritiek kan ik verder niet op hen hebben; hun rollen zijn te oninteressant geschreven om er veel meer reliëf aan te geven.

Maar het publiek leek zich er gisteravond wonderwel mee te amuseren.