Vluchtelingen uit Jajce zitten vast

SARAJEVO, 3 NOV. In Bosnië tekent zich een nieuw vluchtelingendrama af, nu Kroatië zijn grenzen gesloten houdt voor de duizenden moslims die een veilig heenkomen zoeken na de val van de stad Jajce en nu ook de Kroaten binnen Bosnië moslim-vluchtelingen weren uit de gebieden die zij controleren.

In totaal hebben 40.000 vluchtelingen Jajce verlaten sinds het een week geleden door de Serviërs werd ingenomen, na een belegering die van de stad een ruïne heeft gemaakt die volgens ooggetuigen vergelijkbaar is met Vukovar in Kroatië. Van de vluchtelingen heeft rond de helft zich in zuidelijke richting begeven. Zij hopen via de stad Travnik het grotendeels door de Kroaten beheerste Herzegovina in het zuidwesten van de republiek te bereiken.

Daar echter voelt men niets voor de massale toestroom van moslims. Ze worden dan ook al even ten zuiden van Travnik door de Kroaten tegengehouden. Een woordvoerder van de Verenigde Naties zei gisteren dat de impasse op een “ramp” kan uitlopen wanneer de Kroaten de vluchtelingen niet doorlaten. In Travnik zelf bevonden zich gisteren tienduizend vluchtelingen die geen kant uit kunnen, terwijl er nog vijftienduizend op weg zijn van Jajce naar Travnik.

Andere groepen vluchtelingen uit Jajce hebben getracht Kroatië te bereiken. Dat land heeft echter al in juli zijn grenzen gesloten en sinds gisterochtend zitten duizenden moslims vast aan de grens. De toestand is volgens de Kroatische hulporganisatie die zich over hun lot heeft ontfermd “kritiek”. Kroatië voert aan dat het met 750.000 vluchtelingen op zijn grondgebied, van wie een half miljoen uit Bosnië, niet in staat is er meer op te nemen.

Pag 5: Hulp uit Servie geweigerd

In Sarajevo hebben gisteren de Bosnische autoriteiten meer dan tweederden van een dit weekeinde in Sarajevo aangekomen hulpzending van het VN-kinderfonds Unicef geweigerd omdat de goederen in Servië zijn gefabriceerd en aangekocht. Het gaat om sokken, schoenen, jumpsuits en dekens, goederen die in het belegerde Sarajevo van levensbelang zijn. De Bosnische vice-premier Zlatko Lagumdija vroeg zich af hoe van de moslims kan worden verwacht dat zij “produkten accepteren, gefabriceerd in het land dat al hun misère heeft veroorzaakt”. “Het enige dat de (Servische) agressor ons nog niet heeft afgenomen is onze trots. Er zitten tienduizend kinderen op deze hulp te wachten, zij zijn er het ergst aan toe, ze zijn gewond, ze zijn gevlucht, ze zijn wees. Wie ons een paar sokken geeft kan op onze dankbaarheid rekenen. Maar er zijn grenzen aan wat we kunnen accepteren”, aldus Lagumdija.

Unicef heeft laten weten de goederen in Servië te hebben gekocht toen bleek dat de aanlevering van elders gekochte goederen door de Servische douane werd vertraagd. “We respecteren het besluit van de Bosnische regering deze spullen te weigeren. Er komen andere kleren”, aldus Unicef-woordvoerder Manuel Fontaine, gisteren in Sarajevo. (Reuter, AP, AFP)