Regering Israel overleeft moties van wantrouwen

TEL AVIV, 3 NOV. De Israelische regering heeft gisteren met 59 tegen 51 stemmen vier moties van wantrouwen overleefd. De oppositie was tegen de regering in actie gekomen wegens uitlatingen van minister van onderwijs Shulamit Aloni die voor de religieuze partijen beledigend werden geacht en wegens de interne veiligheidssituatie.

De regering van de socialistische premier Rabin leek wekenlang te wankelen na dreigementen van de ultra-orthodoxe Shas-partij om uit de regeringscoalitie te stappen wegens Aloni's vermeende aantasting van de joodse godsdienst en van joodse waarden. Zonder de zes stemmen van Shas is de regering-Rabin voor een meerderheid van één stem in de Knesset aangewezen op de steun van vijf Arabische parlementariërs. Rabin heeft verscheidene malen gezegd op een dergelijke basis, zonder joodse meerderheid, geen vredespolitiek te kunnen voeren die gepaard gaat met territoriale concessies. Shas nam uiteindelijk niet deel aan de stemming over de moties van wantrouwen.

De seculiere minister Aloni, leider van de linkse Merets-partij, trapte op de lange tenen van de orthodoxe partijen met haar opvatting dat de wereld niet volgens de Bijbel in zes dagen is geschapen maar dat het scheppingsproces veel langer heeft geduurd. Ook haar sympathie voor Darwins theorieën, volgens welke de mens van de aap afstamt, bracht de orthodoxie in opstand.

Tijdens het Knesset-debat liepen de emoties gisteren zo hoog op dat rabbijn Menahem Porush van de Verenigde Torah-partij vanachter het spreekgestoelte met trillende handen zijn overhemd scheurde ten teken van rouw over de godslastering door minister Aloni. Zvulan Hammer van de Nationale Religieuze Partij (NRP), die vóór Aloni jarenlang het ministerie van onderwijs in beheer had, beschuldigde zijn opvolgster ervan erop uit te zijn de traditionele joodse waarden van het lesprogramma te schrappen.

Een regeringscrisis werd afgewend doordat Aloni zich tijdens een korte regeringszitting gisteren verontschuldigde en verklaarde niet van plan te zijn geweest de gevoelens van de religieuze joden te kwetsen. Van Rabin kreeg Shas indirect de belofte dat minister Aloni zal worden ontslagen indien zij zich weer in antireligieuze zin zou laten gaan. Aloni moest zich er eveneens bij neerleggen dat de Shas-onderminister van onderwijs Moshe Maiya invloed zal krijgen op het samenstellen van het joodse lesprogramma op seculiere scholen. Shas kreeg verder genoegdoening door het opschorten van een regeringsbeslissing over het laten importeren van niet-kosher vlees (varkensvlees) door privé-firma's.

Voor de raad van wijze rabbijnen van Shas waren deze voor de seculiere partijen pijnlijke concessies voldoende om op het laatste moment de regering-Rabin, ook wegens hun steun aan het vredesproces, de hand boven het hoofd te houden.

De regeringscrisis heeft tot de paradoxale situatie geleid dat onder de eerste seculiere minister van onderwijs in Israels geschiedenis de Harediem (godsvrezenden) invloed hebben gekregen op het seculiere leerprogramma. “Wie had kunnen geloven dat dit uitgerekend onder een socialistische regering zou gebeuren”, vraagt het blad Maariv vandaag in een hoofdartikel.