Presidentiële rechten en plichten

De president is opperbevelhebber van de Amerikaanse reguliere strijdkrachten en de milities.

Hij mag de ministers van de verschillende departementen om advies vragen.

Hij heeft het recht om gratie en kwijtschelding van straf te verlenen, behalve wanneer hij zich in een afzettingsprocedure (impeachment) bevindt.

Hij mag verdragen met buitenlandse mogendheden sluiten, die echter wel de goedkeuring behoeven van de Senaat.

Hij mag ambassadeurs, ministers, rechters in het Hooggerechtshof en sommige ambtenaren aanstellen, mits de Senaat daarmee instemt.

Hij mag tussentijdse vacatures in de Senaat opvullen met mensen van zijn keuze.

Hij moet de volksvertegenwoordiging elk jaar een overzicht geven van de toestand in het land, de zogeheten State of the Union, en het beleid dat hij denkt te voeren.

In gevallen van een conflict tussen Senaat en Huis mag hij het Congres in speciale zitting bijeenroepen of juist schorsen.

Hij moet er op toezien dat de wetten in de Verenigde Staten goed worden nageleefd.