Palestijnen: Nederlandse studie ontzilting in Gaza

TEL AVIV, 3 NOV. Vooruitlopend op de Palestijnse bestuursautonomie heeft de Palestijnse leider Faisal Husseini Nederland schriftelijk gevraagd een voorstudie te maken voor een grote ontziltingsinstallatie in de Gazastrook.

In het kader van de bilaterale vredesbesprekingen in Washington is de waterproblematiek in de door Israel bezette gebieden, met name de controle over de waterbronnen, door de Palestijnen aan de orde gesteld. Volgens betrouwbare kringen in Jeruzalem heeft de Israelische minister van buitenlandse zaken, Peres, de nijpende waterproblematiek in de Gazastrook bij de Nederlandse minister van buitenlandse zaken, Van den Broek, aangekaart tijdens diens bezoek aan Jeruzalem in september. Eerder hebben Nederlandse waterdeskundigen de waterhuishouding in de Gazastrook, waar circa 800.000 Palestijnen op ruim 258 vierkante kilometer samenwonen, in kaart gebracht.

Tijdens de bilaterale onderhandelingen tussen Israel en Jordanië in Washington is het graven van een kanaal tussen de Dode Zee en de Golf van Eilat (Aqaba) aan de orde gekomen. Minister Peres heeft zich deze week positief uitgelaten over een dergelijk kanaal. Volgens Peres zou het zo mogelijk worden de havens van Aqaba en Eilat naar de oevers van het kanaal in de woestijn op te schuiven, zodat vervuiling van de Golf van Eilat tot een minimum kan worden beperkt. Het kanaal zou tevens tot verhoging van het nu voortdurend zakkende waterpeil van de Dode Zee moeten leiden. Israel en Jordanië hebben grote fosfaat- en broom-industrieën langs de oevers van de Dode Zee gebouwd.

De krant Ha'arets meldde gisteren dat een niet nader aangeduide Britse-Duitse maatschappij een contract met een Israelische firma heeft gesloten voor een voorstudie voor een kanaal tussen de Middellandse Zee en de rivier de Jordaan. Het verval van dit kanaal zou moeten dienen voor het opwekken van elektriciteit ter ontzilting van 800 miljoen kubieke meter zeewater per jaar.