Motie van wantrouwen tegen Panic aangenomen

BELGRADO, 3 NOV. In wat wordt gezien als een belangrijke overwinning voor de Servische president, Slobodan Milosevic, heeft een van de twee kamers van het Joegoslavische parlement gisteren met 93 tegen 24 stemmen een motie van wantrouwen aangenomen tegen de Joegoslavische premier, Milan Panic.

Of Panic, in het buitenland algemeen beschouwd als een der weinige vredesgezinde politici in Servië en Montenegro, kan aanblijven hangt af van een tweede stemming over de motie, vanmiddag in de andere kamer van het Joegoslavische parlement. In deze "Kamer der republieken' hebben de Montenegrijnse afgevaardigden, die er de helft van de zetels hebben, aangekondigd Panic te zullen steunen, omdat zij met het vertrek van de premier verdergaand internationaal isolement en een burgeroorlog binnen Joegoslavië (Servië en Montenegro) vrezen.

In ieder geval lijkt na de stemming het in april opgerichte "Derde' Joegoslavië in een constitutionele crisis te zijn geraakt. De hoofdstad Belgrado gonsde gisteren van geruchten over een staatsgreep, waarvoor evenwel geen zakelijke basis lijkt te bestaan. Tegelijk met het Joegoslavische parlement vergaderde gisteren de Joegoslavische "Staatdefensieraad', waarin behalve de hoogste politici van de republiek ook de chef van het Joegoslavische leger, Zivota Panic, zitting heeft. Op de agenda stond onder andere de overname, vorige maand, van het federale politiehoofdkwartier in Belgrado door een eenheid van Milosevic' Servische politie. Volgens het persbureau Tanjug is er negen uur gepraat, in een “polemische” sfeer, maar zonder resultaten.

In een verdere verscherping van de politieke atmosfeer hechtte het door Milosevic' Servische Socialistische Partij (SPS) gecontroleerde Servische parlement zijn goedkeuring aan de indeling van Servië in twintig kiesdistricten bij later dit jaar te houden vervroegde verkiezingen. Door de invoering van een districtenstelsel zal de SPS, die in opiniepeilingen nu ongeveer over 35 procent van de stemmen beschikt, vermoedelijk 75 procent van de parlementszetels bemachtigen, menen deskundigen in Belgrado.

De Servische oppositiepartijen beraden zich nog over een boycot van deze verkiezingen. De instelling van twintig districten, menen zij, is in strijd met eerder gemaakte afspraken aan de "Ronde tafel' tussen regeringspartij en oppositie, waarbij overeenstemming zou zijn bereikt over een geleidelijke overgang naar het stelsel van evenredige vertegenwoordiging, door de instelling van slechts een gering aantal kiesdistricten.

Een derde feit waarin waarnemers de hand van Milosevic zien is de aankondiging van het parlement van de Serviërs in Bosnië, gisteren, dat zij de onderhandelingen in Genève zullen boycotten zolang hun eigen "Servische republiek' niet als onderhandelingspartner wordt erkend. Het parlement deed zijn uitspraak in Banja Luka, waar het bijeen is om met de vertegenwoordigers van de Serviërs in Kroatië één republiek te stichten die zich dan vervolgens bij de Federale republiek Joegoslavië wil aansluiten. Ook deze acties vormen een aanval op de politiek van de Joegoslavische premier, Panic, die heeft aangekondigd Kroatië en Bosnië binnen hun huidige grenzen te willen erkennen.

De aanval op Panic gisteren in de "Kamer der burgers' van het Joegoslavische parlement was zondagavond al ingezet met een uren durend programma op de door de Servische president gecontroleerde staatstelevisie, dat beoogde de futiliteit van Panic' diplomatieke inspanningen ter opheffing van de internationale sancties tegen Servië en Montenegro aan te tonen. Verscheidene sprekers in het parlement suggereerden verder dat Panic, een Amerikaans staatsburger, voor buitenlandse mogendheden werkt of zelfs een Amerikaanse spion is. Dat was ook de lijn van de door Panic eerder aan de kant gezette minister van buitenlandse zaken Borisav Jovanovic, een bekend Milosevic-aanhanger.

Het debat in het parlement, waar de SPS en de extreem-nationalistische Radicale partij van Servië een ruime meerderheid bezitten omdat de Servische en Montenegrijnse oppositie de verkiezingen van deze zomer boycotten, werd gekenmerkt door een xenofobe toon en de kennelijke vastbeslotenheid bij de aanhangers van Milosevic hun doelstelling, het samenbrengen van alle Servische gebieden in één Joegoslavië, door te zetten. Panic, aanvankelijk door Milosevic binnengehaald als een propagandamiddel om Amerika en de buitenwereld gunstiger te stemmen, was de afgelopen maanden tot ieders verrassing begonnen een eigen vredespolitiek te voeren, die gekenmerkt werd door toegeeflijkheid jegens de internationale bezwaren tegen het Servische beleid.

Panic' verbijsterde mentoren in de SPS, die zich plotseling met een prominente tegenspeler zagen geconfronteerd wiens populariteit die van Milosevic bij opiniepeilingen in eigen land verre oversteeg, hebben zich bij eerdere gelegenheden van het aannemen van een motie van wantrouwen laten afhouden door toedoen van Dobrica Cosic, de 72-jarige nationalistische schrijver die tegelijk met Panic aantrad als president van Joegoslavië. Ook Cosic, wiens naam in weinig vleiend verband door veel sprekers in het parlement met die van Panic in één adem werd genoemd, heeft zich de afgelopen weken steeds meer geprononceerd als een tegenstander van Milosevic.