Kosto pleit voor samenvoeging kleine Raden voor jeugdbescherming

DEN HAAG, 3 NOV. Staatssecretaris Kosto (justitie) pleit voor een samenvoeging van de Raden voor de Kinderbescherming in kleine arrondissementen en daarnaast voor een schaalvergroting bij de instellingen voor de gezinsvoogdij. Dat heeft Kosto de Tweede Kamer gisteren per brief laten weten.

Daarnaast wil Kosto een landelijk servicecentrum opzetten voor de jeugdbescherming. Dit centrum moet zowel de Raden voor de Kinderbescherming als de instellingen voor gezinsvoogdij ondersteunen bij ondermeer de kwaliteitsbevordering, personeelszaken en automatisering. Het centrum kan volgens Kosto een deel van de opgelegde bezuiniging van 20 miljoen gulden opleveren. Daarnaast moet het centrum een "servicepunt' voor beide justitiële instellingen worden en een "aanspreekpunt' voor het ministerie.

Zoals vorige week al aangekondigd ziet Kosto af van de oprichting van de bureaus voor jeugdbescherming waarin de Raden voor de Kinderbescherming en de instellingen voor gezinsvoogdij moesten worden samengevoegd. Het voorstel om te komen tot bureaus voor jeugdbescherming werd afgelopen zomer gelanceerd door de stuurgroep voor de heroriëntatie op de jeugdbescherming en de reclassering in haar Contourennota "Onderweg naar een nieuwe Jeugdbescherming'. Critici meenden echter dat het uitlokken en uitvoeren van een justitële maatregel niet door één organisatie mag gebeuren.

De Raden voor de Kinderbescherming onderzoeken een misstand in een gezin en adviseren zonodig de rechter om een maatregel tot bij voorbeeld uit-huis-plaatsing. De instellingen voor de gezinsvoogdij controleren de naleving van die maatregel en nemen een deel van het gezag over het kind van de ouders over. Die taken kunnen volgens betrokkenen niet verenigd worden.

Uit oogpunt van doelmatigheid wil Kosto nu ondermeer schaalvergroting van de afzonderlijke sectoren van de jeugdbescherming bevorderen. De Raden voor de Kinderbescherming in de kleine arrondissementen zouden daartoe moeten worden samengevoegd. Datzelfde geldt voor een deel van de 43 instellingen voor gezinsvoogdij.

De staatssecretaris streeft verder naar meer samenhang tussen de gedwongen jeugdbescherming en de vrijwillige hulpverlening. Hij wil dit tot stand brengen in nauwe samenwerking met minister d'Ancona (WVC), de provinciebesturen en de vier grote steden. Het besluit om de instellingen voor de (gezins)voogdij te decentraliseren is onlangs uitgesteld tot 1996.