Golanhoogte

Hans Knoop (NRC Handelsblad, 29 oktober) stelt ten onrechte, dat volgens mij (NRC Handelsblad, 27 oktober) er van Syrië in de jaren voor de Zesdaagse Oorlog van 1967 geen enkele dreiging "uitging'.

De aandachtige lezer zal hebben geconstateerd, dat mijn conclusie, dat sinds de "neutralisatie' van Egypte er van Syrië geen enkele reële dreiging "uitgaat', betrekking had op het tweede deel van mijn beschouwing en niet op de periode voor de Zesdaagse Oorlog.

De journalist Knoop zal begrijpen, dat het onmogelijk is in een beknopt artikel de hele voorgeschiedenis - die ik overigens bij de meeste geïnteresseerde Nederlanders als bekend veronderstel - te brengen. Ik beperkte mij daarom (onder vermelding van objectieve bronnen) tot het door Westerse VN-officieren waargenomen steeds terugkerende provocerende Israelische optreden in de drie gedemilitariseerde zones. Deze nieuwsfeiten haalden destijds tot onze grote verbazing nooit onze voorpagina's. Wel de erop volgende vuuropening door de Syriërs. Syrië trok bij de botsingen steeds aan het kortste eind. Uiteraard waren de Syrische beschietingen vanaf de strategische Golanhoogte tijdens die incidenten, "verre van plezierig'. Ik deel hierin Knoops ervaring.

Over de militaire krachtsverhoudingen in het Midden-Oosten in 1967 zegt de Amerikaanse militaire historicus Dupuy in zijn analyse van de Zesdaagse oorlog in "Elusive Victory' (naslagwerk op ambassades van de Verenigde Staten in het Midden-Oosten): “Israelische militaire en politieke leiders waren zich terdege bewust van de kwalitatieve superioriteit van hun strijdkrachten en zij wisten, dat het in de rest van de wereld nagenoeg onopgemerkt was gebleven, dat Israel bijna even veel troepen in eerste lijn had als de omliggende Arabische landen samen”.