Expositie over verering van de moeder van Maria in museum religieuze kunst Uden; Naar Sint-Anneken voor een manneken

Expositie: Heilige Anna, grote moeder. T/m 29 nov, Museum voor religieuze kunst, Vorstenburg 1, Uden. Di t/m vr 10-17u, za en zo 13-17u.

Overvallen door noodweer heeft de jonge Luther haar nog in doodsnood aangeroepen: Sint-Anna, moeder van Maria en grootmoeder van Jezus. Later heeft hij haar lelijk verloochend. Met zijn gewone heftigheid ging hij toen in een preek te keer tegen de wijd verbreide Anna-devotie: “De grote aandacht voor Sint-Anna is pas ontstaan toen ik een jongen van 15 was, vóór die tijd wisten de mensen niets van haar”. Zoals wel vaker overdreef de hervormer, maar in zoverre had hij wel gelijk dat de verering van de heilige grootmoeder omstreeks 1400 in Noordwest-Europa een plotseling en ongekend hoogtepunt bereikt had.

Die enorme populariteit van Sint-Anna heeft een evenredige neerslag gehad in de literatuur en de beeldende kunst. Vooral voorstellingen van Anna met haar dochter Maria en kleinzoon Jezus (“Sint-Anna te Drieën”) zijn bekend. Daarnaast was ook de afbeelding van de “Heilige Maagschap” een geliefd thema. Anna wordt daarin voorgesteld als de stammoeder van een omvangrijk en illuster geslacht, waarin naast Jezus ook Jacobus de Meerdere, Jacobus de Mindere, Johannes de Evangelist en andere heiligen figureerden.

In het Museum voor Religieuze Kunst in het Noordbrabantse Uden is nu, voor de eerste keer, een internationaal georiënteerde tentoonstelling aan de artistieke aspecten van de Anna-devotie gewijd. Een toepasselijke plaats, want dit museum is gevestigd in een kloostertje van de zusters Birgittinessen, wier ordestichtster Birgitta van Zweden één van de grote voorvechters van de Anna-verering was. In de mooi uitgevoerde catalogus worden oorsprong, verbreiding en verschuivingen in de cultus uitvoerig belicht en (ook letterlijk) in kaart gebracht.

Zoals zoveel Middeleeuwse devoties berustte ook deze op geen enkele bijbelse grondslag. De Anna-figuur duikt pas op in de apocriefe evangelieën, waar de kerk altijd wat gereserveerd tegenover heeft gestaan. In de zesde eeuw vinden we al sporen van verering in zowel het oosterse als het westerse christendom, maar pas na 1350 werd Anna officieel door Rome erkend. Vanaf die tijd nam haar verering zo'n hoge vlucht dat zij aan het einde van de Middeleeuwen alleen door die voor haar dochter werd overtroffen.

Vanwaar die rage? Er zal wel een verband zijn geweest met toen actuele theologische strijdvragen rond de menswording van Christus, in het bijzonder rond de kwestie van de “onbevlekte ontvangenis” van Maria. Als de moeder Gods bij haar geboorte al vrij was van de erfzonde, zou dat met terugwerkende kracht ook haar moeder ver boven de stervelingen verheffen. Maar Anna is meer geweest dan een pion in een theologendispuut.

De oorzaken voor haar grote populariteit moeten in een andere richting gezocht worden. Het blijkt, dat veel verschillende maatschappelijke groepen elk op hun eigen manier en met hun eigen beweegredenen aan de Anna-devotie deel hadden. Geestelijken konden deze voorbeeldige moeder en weduwe in stelling brengen als propagandawapen in hun “vroomheidsoffensief”, en met succes, omdat het aansloot bij oude en nieuwe verwachtingen en idealen bij brede bevolkingslagen. Op het platteland, waar matriarchale verhoudingen vaak overheersten, werd Anna geëerd als de wijze grootmoederfiguur. In de steden ligt het wat moeilijker. Daar zou de Anna-verering passen in de grotere nadruk die “de burgerij” ging leggen op huwelijk en gezin; maar diezelfde verandering wordt ook aangevoerd als reden juist voor de latere teloorgang van de devotie, en voor de rehabilitatie van de veelgesmade Sint-Jozef: het Heilig Huisgezin in plaats van de Heilige Maatschappij! De adel tenslotte zou in Anna vooral de majesteitelijke stammoeder hebben geëerd. Zo waren ook de Bourgondiërs en de Habsburgs, met hun dynastieke preoccupaties, grote Anna-vereerders en veel verheven voorstellingen van de heilige zijn in hun opdracht tot stand gekomen.

Maar eerst en vooral was Anna een volksheilige, met alle magische connotaties vandien. Armen kon zij rijk maken en zieken gezond. Ze gold als patrones van schippers en kooplui, maar ook van prostituées. Ze werd aangeroepen tegen ongepaste geilheid, maar ook tegen ongewenste ongehuwdheid (“naar Sint-Anneken voor een manneken”) en kinderloosheid. Deze dubbelzinnigheid zal er ook wel toe hebben bijgedragen dat de Anna-verering later ten prooi viel aan de ordeningsdrang en opruimwoede van het Concilie van Trente. Anna mocht blijven, maar in een afgepaste rol: als voorbeeldige opvoedster van de moeder Gods. In die gedaante komen we haar op de Udense tentoonstelling ook tegen: braaf en ernstig, meestal in een didactische pose, met een boek.

Het overgrote deel van de uitgestalde afbeeldingen bestaat natuurlijk uit Anna's te Drieën, want daar zijn er de meeste van gemaakt. Het is de zwakte en de kracht van deze charmante tentoonstelling: erg veel van het goede, maar voor wie er oog en tijd voor heeft een prachtige gelegenheid om allerlei variaties en ontwikkelingen in één thema te ontdekken. Heel goed is bijvoorbeeld te zien hoe de stijve, hiëratische en abstracte “middeleeuwse” groepjes in vrij korte tijd plaats maken voor levendige en levensechte voorstellingen van een dartel peutertje dat van de schoot van zijn jeugdige moeder op die van een zichtbaar vertederde grootmoeder klautert. Zo sloop de Renaissance de dorpskerk binnen.