Een en al somberheid

De economie komt de belegerde politici in Italië niet te hulp. De politieke crisis blijft gelijke pas houden met de economische verwachtingen, waarvoor één woord volstaat: somber.

Zelfs de schaarse lichtpuntjes verbleken bij alle zwarte voorspellingen. De inflatie bijvoorbeeld. In september is die opnieuw iets gedaald, naar 5,2 procent op jaarbasis. Vergeleken met een jaar daarvoor is dat meer dan een procent minder. Maar algemeen wordt verwacht dat de inflatie de komende maanden weer zal aantrekken. Door de devaluatie van de lire zijn de importen duurder geworden. Het ministerie van begroting voorspelde eind vorige week dat het niet zal lukken om dit jaar de inflatie onder de 5 procent te brengen en verwacht dat komend jaar de gemiddelde prijsstijging rond de 5,3 procent zal liggen.

Omdat zowel bij de overheid als in de industrie de meeste salarissen nu gekoppeld zijn aan een doelinflatie van 4,5 procent, zal het besteedbare inkomen achteruit gaan. De combinatie van inflatie en extra belastingen zal volgend jaar een daling in de gezinsconsumptie van 1,2 procent betekenen, zo heeft het ministerie van begroting uitgerekend.

De harde bezuinigingsmaatregelen die het kabinet wil doorvoeren en die stukje bij beetje door het parlement worden gesleept, zullen ongetwijfeld een dempend effect hebben op de economie. Mogelijk kan dat ertoe bijdragen om de stijging van de inflatie binnen de perken te houden. Carlo Azeglio Ciampi, de gouverneur van de centrale bank, heeft vorige week gewaarschuwd dat de strijd tegen de inflatie het komende half jaar prioriteit moet krijgen boven het bestrijden van de recessie, om te voorkomen dat het land in een spiraal van devaluatie-inflatie-devaluatie terecht komt. Daarom heeft hij de banken opgeroepen karig te zijn met leningen en gezegd dat de centrale bank streng toezicht zal houden op de ontwikkelingen in de kredieten.

Niet dat lenen tegen de huidige rentetarieven zo aantrekkelijk is. De afgelopen vier maanden is het geld met zeker 3 procent duurder geworden - overigens zonder noemenswaardige stijging van de rente op spaartegoeden, een bewijs van het gebrek aan concurrentie binnen de bankwereld. De discontoverlaging van vorige maand, naar 14 procent, geeft het bedrijfsleven enige lucht, maar de werkgeversorganisatie Confindustria zegt dat dit niet genoeg is. Zij pleit ervoor de rente met nog een paar procent verder te verlagen - voorlopig tevergeefs, want de centrale bank is na het hervonden valuta-evenwicht, hoe wankel ook, doodsbenauwd een nieuwe vlucht uit de lire op gang te brengen.

Wegens de problemen in de industrie worden de groeiprognoses steeds verder naar beneden bijgesteld. De Oeso voorspelde onlangs nog 1 procent groei, maar het ministerie van begroting gaat uit van 0,7 procent. Het jaarlijkse rapport over de industrie van de handelsbank Mediobanca liet vorige maand een uiterst somber beeld zien. Nog nooit in de afgelopen vijf jaar is de omzet zo weinig gestegen. De produktiviteit is aan het dalen en steeds meer bedrijven komen steeds dieper in de schulden te zitten.

Dat rapport ging over 1991 en de ontwikkelingen dit jaar laten alleen maar grotere problemen zien. Terwijl de cijfers over de eerste drie kwartalen nog een stijging van 1 procent vertonen, komt de waarschuwing in september. Vergeleken met september vorig jaar is de produktie 2,1 procent gedaald.

Deze daling vertaalt zich ook in de ontwikkeling van de werkgelegenheid. In het eerste half jaar was nog een lichte stijging zichtbaar, maar in juli, de laatste maand waarover cijfers beschikbaar zijn, lag de werkgelegenheid 5,3 procent lager dan een jaar daarvoor. Vooral in de metaalindustrie staan veel banen op de tocht. Een teken aan de wand is dat autofabrikant Fiat deze maand tussen de 23.000 en 32.500 werknemers tijdelijk op non-actief wil zetten, om de produktie aan te passen aan de gedaalde vraag.

Met spanning wordt nu gekeken naar de monetaire ontwikkelingen. Zowel premier Amato als gouverneur Ciampi van de Centrale bank hebben gezegd dat zij hopen dat de lire voor het einde van het jaar kan terugkeren in het Europese muntstelsel. Maar ook hier gaat de internationale politiek vóór het pure verdedigen van het Italiaanse bedrijven. Ciampi heeft tien dagen geleden gezegd dat de lire ondergewaardeerd is. “Het geweld van de markt heeft de lire geduwd naar een niveau dat lager is dan redelijkerwijze nodig is voor de concurrentiebehoeftes van de Italiaanse industrie”, zei Ciampi. Hij pleitte voor een niveau dat “niet ongerechtvaardigd agressief” is. Sinds mei is de lire met gemiddeld 14 procent gedevalueerd ten opzichte van de andere munten in het Europese Monetaire Stelsel. Er wordt hier gespeculeerd op een herintreding van de lire op een niveau dat 10 procent lager ligt dan de koers in mei.