Dirigent Tate weg bij orkest Rotterdam

ROTTERDAM, 3 NOV. Chef-dirigent Jeffrey Tate zal per 1 augustus 1994 uit eigen beweging ontslag nemen bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Tate deed die aankondiging gisteren zelf bij het begin van een repetitie met het orkest, dat verleden week tegen hem in opstand was gekomen toen hij had gezegd niet de wens van het orkest te delen om uit te groeien tot een van de beste tien orkesten van de wereld. Tate, die in 1991 aantrad, had een contract tot september 1996. Bij de aankondinging van zijn benoeming zei hij destijds in een interview in deze krant niet te geloven in het instituut van "de grote maestro' en zei zich meer een coördinator te voelen dan een dictator.

Een woordvoerder van het Rotterdams Philharmonisch Orkest constateerde vanmorgen dat de problemen binnen het orkest, waar verleden week directeur Wendela Sandberg ontslag nam, helaas gelijktijdig komen. Maar volgens hem kan nu de rust terugkeren en worden gewerkt aan de invulling van het vacuüm in kantoren en op het podium met “nieuwe mensen en nieuw beleid.” Maar het orkest blijft bij de al jarenlang bestaande wens zich op internationaal topniveau te bewegen, zo verzekerde hij.

Jeffrey Tate (49) begon in de muziek als amateur, bespeelde de cello en zong in een koor. Hij voltooide een medische studie, volgde toen een opleiding aan het London Opera Centre en werd repetitor bij Covent Garden en assistent van dirigenten als Karajan, Boulez, Kleiber en Solti. Pas in 1978 debuteerde hij in een openbare voorstelling: Carmen in Göteborg. Daarna werd hij vast verbonden aan Covent Garden, waar Bernard Haitink musical director is, en volgde een benoeming tot chef-dirigent van het English Chamber Orchestra. Verder vervult Tate tal van gast-dirigentschappen en hij maakte tal van plaatopnamen, onder andere met het Rotterdams Philharmonisch Orkest.