Dienstplicht (1)

Het verlangen in Nederland om een klein deel van de bevolking ten minste een jaar lang dwangarbeid te laten verrichten lijkt diep geworteld. Dit blijkt uit de opmerkelijke drang van de CDA-fractievoorzitter Brinkman om toch vooral jongeren te verplichten tot een sociale dienstplicht wanneer de militaire dienstplicht zou verdwijnen.

Brinkman ziet blijkbaar de sociale en militaire dienstplicht als een vorm van burgerzin. Dat is wel het laatste waar ik en met mij vele anderen aan gedacht hebben tijdens het uitoefenen van de militaire dienstplicht. Burgerzin is het belangeloos doen van vrijwilligerswerk. Zoiets kan en mag niet vergeleken worden met een gelegaliseerde vorm van dwangarbeid.

Ik heb dat jaar in militaire dienst als uiterst vernederend ervaren. Een reden is natuurlijk de militaire vorming die gerust een verregaande vorm van indoctrinatie genoemd mag worden. Menig beroepsmilitair heeft ook geen flauw idee wat voor werk men een dienstplichtig soldaat zou moeten laten doen. Voor veel soldaten blijft het werk dan ook beperkt tot schoenen poetsen en het bed opschudden. Dat dit verlammend werkt op het functioneren van het leger en op de samenleving na de moeizame terugkeer van de dienstplichtige op de arbeidsmarkt realiseert men zich onvoldoende.

Laat de beveiliging van Nederland maar over aan een klein beroepsleger. Het verantwoordelijkheidsgevoel van jongeren is sterk genoeg ontwikkeld dat ze zelf op zoek gaan naar een zinvolle tijdsbesteding in de maatschappij.