De Lubbersjaren

HET KAN NAUWELIJKS nog iemand zijn ontgaan dat de minister-president van het land morgen iets te vieren heeft.

Welk nieuwsmedium besteedde eigenlijk geen aandacht aan het tienjarig ambtsjubileum van CDA-politicus drs. R.F.M. Lubbers? Tien jaar onafgebroken minister-president; het is on-Nederlands lang. Zijn daden zijn de afgelopen dagen in vele toonaarden beschreven. Hij sleepte Nederland door de economische crisis, hij gaf Nederland weer aanzien bij de bondgenoten, hij bewees zowel met rechts als met links te kunnen regeren, hij gaf het CDA zelfvertrouwen, hij leidde Nederland Europa binnen. Hoe groter de beschikbare ruimte, hoe langer de lijst met triomfen.

De jaren tachtig zijn voor Nederland ontegenzeggelijk te kwalificeren als de Lubbers-jaren. Wat dat betreft sloot zijn premierschap aan bij de internationale trend die zich kenmerkte door uitgesproken leiderschap. De Verenigde Staten hadden Reagan, Groot-Brittannië Thatcher, de Bondsrepubliek Kohl en België premier Martens. De economische crisis vormde de belangrijkste legitimatie voor hun onorthodoxe beleid waarmee zij elk op hun manier aan het regeren begonnen.

IN NEDERLAND was dat niet anders. Duizenden ontslagen per week, een oplopend overheidstekort, een steeds sneller stijgende staatsschuld waren eindelijk voldoende redenen om tot een ingrijpend beleid over te gaan. Een vorm van vrijwillige opsluiting heette het, toen in het najaar van 1982 Tweede-Kamerleden van CDA en VVD zich op het ministerie van economische zaken van de buitenwereld afzonderden om met behulp van de Haagse ambtelijke top een concept-regeerakkoord op te stellen. Wat na enkele weken het licht zag, was een voor Nederlandse begrippen ongekend hard bezuinigingspakket. Noodzakelijk, want zoals Lubbers kort daarop in zijn eerste regeringsverklaring zei, de samenleving dreigde te ontwrichten. Het no nonsense beleid kon beginnen.

Terugkijkend op die eerste periode kan worden gezegd dat het "zondagskind' Lubbers optimaal gebruik heeft weten te maken van het momentum. In het binnenland was de "Verelendung' inmiddels zo ver voortgeschreden dat tot dan toe onbespreekbare maatregelen opeens bespreekbaar waren, tegelijkertijd was internationaal de omslag gemaakt, waardoor er weer jaren van groei aanbraken. De hieruit voortvloeiende inkomstenstijgingen voor de overheid droegen voor een aanzienlijk deel bij aan het dempen van het gat in de begroting. Meevallers bleken zodoende synoniem voor bezuinigingen. Er werd natuurlijk wel bezuinigd, maar er werd onder leiding van Lubbers als gevolg van de extra inkomsten ook heel veel onvoorzien uitgegeven. Hij mag dan wel de personificatie zijn van het bezuinigingsbeleid, maar in zijn ongeremde drift naar creatieve oplossingen was het meer dan eens eerder ondanks dan dankzij Lubbers.

EEN DECENNIUM LANG is de leiding van Nederland nu al in handen van een econoom en dat is zichtbaar. Wat maar enigszins in cijfers kan worden omgezet, zet Lubbers ook om in cijfers. Visies zijn nu eenmaal vaak ondeelbaar, cijfers niet. Zo zag het buitenland halverwege de jaren tachtig dat Lubbers het kruisrakettenvraagstuk wist te reduceren van politiek probleem tot rekenkundig probleem. Het middelen is Lubbers' kracht, maar ook zijn zwakte. Waar er niet kon worden gecijferd zijn de problemen blijven voortbestaan. De noodzakelijke bestuurlijke vernieuwing is niet van de grond gekomen, de criminaliteit is blijven toenemen, de herstructurering van de gezondheidszorg is niet gelukt en over de sanering van de verzorgingsstaat wordt net als bij het aantreden van Lubbers in 1982 nog steeds gesproken.

De Lubbersjaren zijn de jaren van het Torentje, waar de macht zich concentreerde. Gisteren zaten daar de sociale partners, morgen zitten er de fractievoorzitters van de regeringspartijen voor hun periodieke overleg en overmorgen zullen er ongetwijfeld weer vertegenwoordigers van een van de vele belangengroepen aanbellen. Zaken worden gedaan in het Torentje. Synchroon aan die ontwikkeling is het parlementaire debat over de grote onderwerpen ineengeschrompeld tot een formalisering van wat eerder informeel werd overeengekomen in de befaamde werkkamer van de premier. Hetzelfde geldt voor de ministerraad. Niet de collegiale besluitvorming is bepalend, maar de uitkomst van de bilateraaltjes, al dan niet voorafgegaan door de biechtstoelprocedure.

Het oplossingsgericht denken waar haalbaarheid op korte termijn de allesoverheersende factor is, verhoudt zich klaarblijkelijk slecht met het maken van duidelijke politieke keuzes. Lubbers heeft zodoende in belangrijke mate bijgedragen aan het onzichtbaar maken van de besluitvorming. Wellicht goed voor zijn eigen functioneren, maar tevens dodelijk voor de politiek.

NEDERLAND NA tien jaar Lubbers. Het aandeel van de collectieve sector in de nationale economie is weliswaar afgenomen, maar omdat hetzelfde verschijnsel zich ook in andere landen voordeed, staat Nederland net als tien jaar geleden nog steeds aan de top. De paniek die zich de afgelopen weken van Den Haag heeft meester gemaakt is tekenend. De kwetsbaarheid van de begroting bij een beetje economische tegenwind is nog steeds buitensporig groot. Nu blijkt pijnlijk duidelijk dat de afgelopen jaren vooral de gevolgen zijn aangepakt, maar niet de structuur. Onder Lubbers is de politiek veranderd, maar Nederland als zodanig veranderde maar weinig.