Congres in Rome over de Nederlandse taal

ROME, 3 NOV. Donderdag zal in Rome een symposium worden gehouden over "Verleden en toekomst van de Nederlandse taal', onder andere om te onderstrepen dat het Nederlands ook in een verenigd Europa nog toekomst heeft.

Het idee hiervoor is ontstaan, nadat Italiaanse correspondenten uit Brussel dit voorjaar eensgezind een bericht in een Waalse krant hadden overgeschreven dat het Nederlands zou worden afgeschaft en dat ons land collectief zou overgaan op het Engels. Dat was een grove verbastering van de voorstellen van de commissie Herman van Gunsteren (door de Italianen omgedoopt in Henk of Hank) over het gebruik van Engels aan de universiteit.

Dit leidde niet alleen tot misverstanden bij het publiek, maar bovendien werd de animo om Nederlands te leren, toch al niet groot in Italië, nog kleiner. Op de cursussen Nederlands voor volwassenen in Rome (ongeveer twintig studenten) en Bologna (ongeveer veertig) is de belangstelling met 25 procent gedaald, zegt Ted Meijer, directeur van het Nederlands Instituut in Rome en gastheer van de conferentie. Ook docenten op de tien universiteiten waar Nederlands als hoofd- of bijvak wordt gegeven, hebben een dalende belangstelling van studenten gemeld.

Meijer zegt dat de conferentie is bedoeld om het misverstand recht te zetten. “Maar die berichten hadden ook een positieve kant, mensen zijn zich gaan realiseren dat het Nederlands een aparte taal is,” zegt Meijer. “We willen daar meer over vertellen. Waar komt onze taal vandaan, wat is de verhouding met andere talen. Wat is het culturele belang van Nederlands.”

Hij suggereert dat het misverstand over de overgang naar het Engels juist in Italië is gerezen, omdat bij veel Italianen de angst bestaat dat hun taal weinig overlevingskansen heeft in een verenigd Europa tegenover de dominantie van Engels, Frans en Duits.

Een vertegenwoordiger van minister Ritzen van onderwijs, die volgens Meijer grote persoonlijke belangstelling heeft getoond voor dit initiatief, komt in Rome het beleid nog eens uiteenzetten. Tweede-Kamerlid A. Nuis (D66) schetst de toekomstmogelijkheden voor kleine talen in Europa, en Italiaanse docenten Nederlands zullen vertellen over hun ervaringen.

Ook de Vlamingen doen mee. Meijer: “Vlamingen zijn meer geïnteresseerd in de problemen van taalpolitiek dan de gemiddelde Nederlander.” Professor Marcel Janssens uit Leuven houdt een rede over het belang van de Nederlandse literatuur. En Arnold Beerkens, vice-voorzitter van de Orde van den Prince, een in Vlaanderen opgerichte organisatie die zich inzet voor het Nederlands, praat over de culturele aspecten van de Europese eenwording.

Er is even overwogen om de Nederlandse en Italiaanse deelnemers in het Engels met elkaar te laten praten, voor het gemak. Maar al snel is besloten voor een investering in tolken. Anders komt het oude misverstand toch weer terug.