Christelijk erfgoed is inspiratiebron burger

Het duo Erasmus-NRC Handelsblad heeft grondig werk geleverd over het thema "bestuursvacuüm'. Professor J.W. Oerlemans was daarbij het volledigst. In zijn artikel van 3 oktober besteedde hij niet alleen aandacht aan de bovenkant van de maatschappij maar ook aan de onderkant, de "beroeps'politici met hun eigen carrièrebelangen met daaromheen een manipulerende bureaucratie, en de gedesinteresseerde burgerij die zich gaandeweg heeft verzoend met beperking van de vrijheid. Deze twee staan als verwezen tegenover elkaar, vervreemd van de realiteit. Het regent beschuldigingen over en weer. De burger verwijt de overheid te sterke beïnvloeding, de overheid verwijt de burger normloosheid.

Op twee manieren kan vrijheid van de burgers door een overheid geweld worden aangedaan, kwaadschiks of goedschiks. In het eerste geval hebben we te maken met een totalitair regime, in het tweede met een verzorgingsstaat. In beide gevallen is de macht van het volk naar boven geëvolueerd, in het eerste geval door onderdrukking in het tweede geval door uitholling. In het eerste geval wordt de vrijheid aan de burger ontnomen door hem ondergeschikt te maken aan de staat, in het tweede geval is hem via een geraffineerd systeem van verzekeringen zijn verantwoordelijkheid ontfutseld. Verzekeringen zijn immers gespecialiseerd in het kopen van risico, en daarmee is het teloorgaan van aansprakelijkheid en verlies van verantwoordelijkheid inherent verbonden.

De macht is volgens dit sluipend proces steeds meer in handen geraakt van corporaties, verzekeringsmaatschappijen, hypotheekbanken, politieke partijen, schoolbesturen enzovoorts. Al deze broeders' hoeders staan de burger op te wachten met de wet, de regeling of de instructie in de hand. Aan den lijve ondervinden de burgers nu het effect van Lenins woorden: “De bureaucratie is de grootste bedreiging voor het volk, omdat zij het formele gelijk opeist.”

Overdracht van verantwoordelijkheid heeft een demoraliserende werking. Wij zien de mores dan ook afbrokkelen, zoals Van Wijnen in een serie commentaren in deze krant onder de verzamelnaam "onkreukbaarheid' duidelijk heeft aangetoond. Hij haalt het voorbeeld van Drees aan, een premier die met rijksgelden placht om te gaan, alsof deze van hemzelf waren. Het beeld van een goed huisvader, die zorg heeft voor hetgeen hem in beheer wordt gegeven.

De taak van een goed huisvader strekt zich echter verder uit dan tot het beheer van goederen die hem zijn toevertrouwd. Hij is ook verantwoordelijk voor de opvoeding van zijn kinderen en het wel en wee van zijn gezin. Bij bedreiging moet hij zijn nek uitsteken met alle risico's van dien. Hij kan zijn verantwoordelijkheid niet afwentelen op een of andere instelling. Hij behoudt de leiding.

Dit is de ondergrond van het christendom in de bijbel met het beeld van de goede herder aangeduid. Hij gaat zijn verantwoordelijkheid niet uit de weg tot het laatste toe. Zover hoeven wij niet te gaan. Om ons geloof zullen wij niet worden vervolgd. Maar dit betekent niet dat de individuele verantwoordelijkheid door collectieven moet worden vervangen. De totalitaire trekjes van het corporatieve systeem, waaraan wij gewend zijn geraakt, hebben de burgers doen schrikken, sedert het socialistische monster zijn biezen lijkt te hebben gepakt. Wij kunnen ons nu beter concentreren op het behoud van ons christelijk erfgoed. Zonder inspirerend leiderschap zullen de burgers niet volgen. Een calculerende overheid werkt lusteloosheid in de hand.

    • E.M. Michiels van Kessenich