Akzo is uitzondering in sombere chemie

ROTTERDAM, 3 NOV. In de Europese chemie is somberheid troef. De winstcijfers over het derde kwartaal pakken nog slechter uit dan aangenomen, verwachtingen voor de komende maanden zijn fors naar beneden bijgesteld.

Het Nederlandse DSM en zijn Britse concurrent ICI beten vorige week het spits af: beide maakten een ruime halvering van de winst over het derde kwartaal bekend. De Duitse chemiereuzen BASF, Bayer en Hoechst, die later deze maand hun cijfers publiceren, hebben zich evenmin kunnen onttrekken aan de slechte marktsituatie; Hoechst-voorzitter Hilger liet vorige maand al weten dat de resultaten van de drie in het lopende jaar met ten minste 30 procent zijn gedaald. Uitzondering op alle treurnis is Akzo, dat vandaag slechts een lichte resultaatdaling over het derde kwartaal presenteerde, van 280 miljoen gulden naar 274 miljoen.

De overcapaciteit, lage verkoopprijzen en marges waarover nu vooral producenten van bulkchemicaliën klagen, is het gevolg van een te enthousiast investeringsbeleid aan het einde van de jaren tachtig. De chemische industrie had op dat moment net een forse herstructurering doorgemaakt, waarbij een aantal kleinere producenten van de markt verdwenen. De overblijvers, zoals DSM, dachten in volle mate te kunnen profiteren van de - toen alom voorspelde - economische boom in de jaren negentig.

Maar het is anders gelopen. De wereldeconomie stagneert, vooral als gevolg van de voortdurende recessie in de Verenigde Staten en Groot-Brittanië, en de chemische industrie staat onder groeiende druk van afnemers die lagere prijzen willen. De concurrentie uit Oost-Europa biedt op dit moment halffabrikaten aan tegen prijzen waarvoor de Europese ondernemingen nog geen grondstoffen kunnen leveren. Door de lage koers van de dollar en de crisis in het Europese Monetaire Stelsel zijn de opbrengsten voor Nederlandse en Duitse chemiebedrijven nog verder teruggelopen.

DSM is kwetsbaar, zoals deze week weer duidelijk is aangetoond. De onderneming is relatief klein en beschikt over te weinig produkten waarmee het zich kan onderscheiden van de concurrentie. Dat maakt het de onderneming moeilijk zich op de mondiale chemiemarkten staande te houden. Terwijl branchegenoot Akzo enige jaren geleden de beslissing nam zich zoveel mogelijk terug te trekken uit de conjunctuurgevoelige bulkproduktie en groot te worden in chemische "specialiteiten' en farmaceutica, koos DSM voor concentratie op activiteiten waarmee het op Europese of wereldmarkten nummer een of twee is of dacht te kunnen worden. Dat betreft overwegend bulkprodukten, waarop zeer goed verdiend kan worden - in tijden van hoogconjunctuur. Maar nu is de boot aan.

Het afgelopen jaar is, onder druk van de economische neergang, de leiding van DSM ervan doordrongen dat het concern op eigen kracht maar moeilijk verder komt. Zoals bestuurslid L. Ligthart vorige week op de kunststoffenbeurs te Düsseldorf zei: “Onder druk wordt alles vloeibaar, ook onze meningen”. DSM gaat op zoek naar partners, in eerste instantie voor samenwerking op deelgebieden zoals koolwaterstoffen en poymeren, maar een totale fusie sloot Ligthart niet uit.

De vraag is of DSM niet te laat is met zijn zoektocht naar partners. De onderneming wil bij voorkeur samenwerken met een gelijkwaardig, Europees bedrijf dat geografisch aansluit bij DSM en dat dezelfde produkten maakt, zodat schaalvoordelen te behalen zijn. Ook is de onderneming geïnteresseerd in samenwerking met een oliemaatschappij, waarvan ze grondstoffen kan betrekken om deze gezamenlijk te verwerken.

Zulke ondernemingen zijn dun gezaaid, terwijl bovendien een aantal potentiële kandidaten onderling al samenwerkingsverbanden heeft gesloten. Zo heeft het Italiaanse chemiebedrijf Enichem, dat volgens analisten op zichzelf goed bij DSM zou passen, eerder dit jaar al voor verschillende activiteiten overeenkomsten getekend met Shell, BP en ICI.

Meer voor de hand ligt het Duitse BASF, dat een zelfde soort activiteiten als DSM ontplooit. BASF is echter vele malen groter en sterker, dus samengaan op basis van gelijkwaardigheid is uitgesloten. De omvang van Hoechst en Bayer zou DSM evenens van samengaan weerhouden, terwijl hun strategie niet voorziet in uitbeiding van de bulkproduktie. Dit geldt ook weer voor het Britse ICI.

Het Belgische Solvay, evenals DSM sterk in basischemie maar met een veel breder produktenpakket, wordt door analisten als de beste optie genoemd. Een fusie met Akzo, waar de afgelopen jaren veelvuldig over is gespeculeerd, sluiten zij uit, omdat zo'n transactie voor het Arnhemse concern “absoluut geen zin heeft.”

    • Marcella Breedeveld