Slachtoffers Bijlmerramp uit Novotel

AMSTERDAM, 2 NOV. Precies een kwartier voor de gestelde "dead line' van zaterdag 12 uur, stappen ongeveer twintig Afrikaanse bewoners van het Amsterdamse Novotel in een gehuurde stadsbus die voor de ingang staat geparkeerd. De gezichten zijn vermoeid en staan gespannen. Sommigen proberen zich met hun handen te beschermen tegen de blikken van de pers.

Vlak voordat de deuren sluiten, staan plotseling twee mannen op en rennen de bus weer uit. Ze verdwijnen tussen de kantoorgebouwen in de omgeving. De rest wordt door de Surinaamse vrijwilligster Fatimah Manudankuah, die zich het lot van de Afrikaanse slachtoffers van de Bijlmerramp in het Novotel heeft aangetrokken, naar een opvangruimte gevoerd in de Bijlmermeer.

“Het is weer een van die typische weekend-acties waarbij de gemeente zich onttrekt aan zijn verantwoordelijkheid”, meent dominee A.C. Grandia van de Raad van Kerken. Onmiddellijk na het vertrek van de bus geeft hij in de hal van het hotel een geïmproviseerde persconferentie. “We hadden gehoopt dat ze de uitzetting tot maandag wilden uitstellen, zodat we rustig met de verantwoordelijke beleidspersonen om een tafel hadden kunnen gaan zitten.”

Toen begin vorige week de lijst bekend werd van slachtoffers van de Bijlmerramp die door de gemeente aan staatssecretaris Kosto (justitie) zijn voorgedragen voor legalisering, ontstond in het Novotel grote beroering. Een veertigtal, vooral Ghanese slachtoffers in het hotel, kreeg middels een brief van de burgemeester Van Thijn te horen dat ze moesten vertrekken, omdat ze niet op de zogeheten Kosto-lijst voorkomen. De termijn werd gesteld op zaterdag 12 uur.

Ondanks het feit dat de gemeente blijft benadrukken dat de Kostolijst "met grote zorgvuldigheid' is samengesteld, zijn er twijfels gerezen rond de betrouwbaarheid van die lijst. De ambtenaar van de burgerlijke stand, die de lijst opstelde, bood afgelopen vrijdag aan om bepaalde gevallen opieuw te bekijken als mocht blijken dat er nieuw bewijsmateriaal is. “Dat is toch reden genoeg om niet nu al gelijk tot uitzetting over te gaan?”, stelt dominee Grandia. “Er lopen hier mensen rond met een afspraak bij de dienst herhuisvesting, en toch moeten ze eruit.”

In een kamer op de twaalfde verdieping hebben zich nog een tiental Afrikanen verschanst. “Waar moeten we naartoe?”, zegt Alexander Kwadwo Waife. Eerder had hij me een brief laten zien van zijn familie uit Ghana. Zijn naam en adres duidelijk leesbaar: Groeneveen 390, verstuurd op 27-7-92.

Beneden in de hal moppert Grandia over de manier waarop hulpverleenster Fatimah Manudankuah het heft in eigen hand heeft genomen. Tot half twaalf had ze nog geprobeerd om de hotelrekening tijdelijk door de Raad van Kerken te laten betalen. Maar Grandia had dit geweigerd. “We wilden niet voor een weekendje pleisters plakken”, licht Grandia toe. “We wilden dat de gemeente zijn verantwoordelijkheid nam, maar dat heeft Fatimah nu met haar initiatief om iedereen mee te nemen onmogelijk gemaakt”.

Onder de flat Gerenstein ligt het buurtcentrum waar inmiddels alle Afrikaanse Novotel-bewoners zijn gearriveerd. Een twintigtal mannen en een paar vrouwen zitten aan een formica tafel. Ze eten witte boterhammen met jam. Iemand heeft met een krijtje op het schoolbord geschreven: “God is onze helper. Iedereen die ons bedriegt, misleidt ook God. Onthou dat. Amen.” Fatimah vlindert door de nauwe ruimtes. “We wilden ze onder de druk van dat hotel uithalen, zodat ze nu in alle rust met de advocaat kunnen overleggen.”

Voor de wc's in het gangetje speekt advocaat P. Radhakishun van het advocatencollectief Bijlmermeer de mensen toe: “Van een aantal van jullie weet ik dat je bewijzen hebt die door de gemeente niet in aanmerking zijn genomen. We gaan proberen om iedereen die echt in een van de getroffen flats woonde, op de lijst te krijgen. Maar dan moeten jullie met mij wel eerlijk zijn.” Een man vertelt dat hij zijn brieven naar een postbus liet sturen. “Maar die postbus heb je toch op je eigen naam? En je hebt je adres toch op moeten geven?” De man knikt. “Dan is dat dus bewijs, begrijp je?”

Het wordt duidelijk dat veel van de getroffenen geen idee hebben wat onder "bewijsvoering' wordt verstaan. Een man uit Burkina Faso vertelt hoe hij in Groeneveen 425 woonde. Hij was net opgestaan om te gaan te bidden, toen het vliegtuig zich de flat inboorde. “Mijn kamergenoot, Mohammed Malik Osman, zat nog voor de televisie. Er waren overal vlammen, overal vuur. Ik ben uit het raam gesprongen.”

Toen hij buiten was ontdekte hij dat de helft van de flat was weggeslagen. “De politie heeft mijn sleutel gevraagd om de flat binnen te gaan. Malik was dood. Ik heb zijn horloge en zijn portefeuille voor de politie herkend.” Stilletjes zit hij op zijn stoel. Tranen lopen uit zijn wijdopen gesperde ogen. “Je hebt het lichaam van de je vriend officieel geïdentificeerd”, zegt Radhakishun. “En je hebt je sleutel aan de politie gegeven. Dat is bewijs.”