Rust teruggekeerd op Nederlandse obligatiemarkt

ROTTERDAM, 2 NOV. De rust is weer enigszins teruggekeerd op de Nederlandse obligatiemarkt. Na een aantal weken waarin de kapitaalmarktrente met 20 tot 40 basispunten tegelijk daalde, eindigde deze rente afgelopen week nagenoeg onveranderd op 7,57 procent.

De spanning was vorige week meer langs de zijlijnen te beleven. Eerst maakte vijf Duitse economische onderzoeksinstituten bekend dat zij zeer bezorgd waren over de ontwikkeling van de economie en dat zij een verlaging van de rente gewenst zouden vinden. Twee dagen later kwam het Nederlandse CPB met een herziening op haar economische voorspellingen voor 1993: lagere groei en een inflatie van slechts 2,5 procent.

Daartussendoor ventileerden allerlei Bundesbankraadsleden hun mening. En tegenwoordig is elk brokje informatie uit Frankfurt goud geld waard. Vanuit Frankfurt immers moet het groene licht gegeven worden voor nog lagere Europese rentes. Veel van de raadsleden blijven hun anti-inflatie retoriek herhalen. Tegelijkertijd geven sommigen onder hen toe dat het belang van de M3-cijfers enigszins genuanceerd dient te worden. Anderen stellen dat van een sterke mark al een behoorlijke anti-inflatoire druk uitgaat. Het lijkt er dus op dat de Bundesbank langzamerhand meer neigt naar een verruimende politiek. In haar daden evenwel blijft de Bundesbank nog voorzichtig. Bij de laatste tweewekelijkse vergadering besloot zij te wachten met de volgende renteverlaging. De financiële markten leidden hier vervolgens uit af dat een verlaging van het disconto en/of de Lombard rente nog wel even op zich zal laten wachten. Het is daarbij niet uitgesloten dat de Bundesbank wel de ruimte tussen de repo-rate en het discontotarief zal gebruiken om stapsgewijs lichte verruimingen door te voeren.

Ook de negatieve berichten over de economie konden de obligatiemarkt niet bekoren. Op het eerste gezicht zouden de lagere inflatie-verwachtingen moeten resulteren in een positieve visie op de langlopende obligaties. Terecht evenwel redeneerde de markt dat het nieuws geen nieuws was. Al enige tijd is het duidelijk dat de economische bordjes in Nederland verhangen zijn, getuige het feit dat de lange rente in de weken hiervoor, zij het geholpen door de valuta-crisis, met 80 basispunten is gedaald.

Daarnaast werd de markt door het afgelopen donderdag bekend gemaakte Duitse inflatiecijfer er nog even aan herinnerd dat de economische ontwikkeling van onze oosterburen nog niet geheel vrij van risico's is. Met 3,8 procent was dit cijfer duidelijk hoger dan verwacht. Voor de komende tijd resulteert een rente-sentiment dat positief is maar geen ruimte geeft voor rally's zoals wij die in de afgelopen weken hebben gezien.

Internationale obligatiemarkten

Werd de recente forse rally op de internationale obligatiemarkten vooral ingegeven door de verwachting dat een nieuwe Duitse discontoverlaging niet lang meer op zich zou laten wachten, afgelopen week was duidelijk sprake van een status-quo: de bal lag weer op de speelhelft van de Bundesbank, die te kennen gaf een verruiming van het monetaire beleid vooral niet te willen overhaasten. Ook de nogal tegenvallende inflatiecijfers in Duitsland en de nog altijd niet stabiele situatie in het EMS (aangenomen wordt dat het Ierse punt, Portugese escudo en Spaanse peseta op termijn zullen moeten devalueren) hadden tot gevolg dat de rentes in Europa in het algemeen licht opliepen. Tekenend was dat twee achtereenvolgende verlagingen door de Franse centrale bank van de beleningsrente's geen effect had op de obligatiemarkt. De verlaging werd gezien als niet meer dan het terugdraaien van de verhoging die was doorgevoerd om de Franse franc te verdedigen ten tijde van de EMS-crisis.

Naast de teleurstelling over de verminderde kansen op een spoedige Duitse renteverlaging, richtten de internationale rentemarkten zich daarnaast vooral op de twee belangrijke politieke gebeurtenissen die deze week zullen plaatsvinden. In de eerste plaats natuurlijk de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten: het sentiment op de Amerikaanse treasury markt werd in belangrijke mate beïnvloed door de wisselende opiniepeilingen. Nog steeds overheerst de zorg omtrent de gevolgen van de fiscaal-economische plannen van de Democratische kandidaat. Afgelopen vrijdag heeft een groot aantal beleggers vastrentende waarden verkocht, omdat men met het oog op de onzekerheid omtrent de uitslag geen posities wenst in te nemen. Het onverwacht hoge groeicijfer dat vorige week bekend werd was te voorlopig om al te stellige conclusies aan te verbinden: het cijfer had vooralsnog alleen politieke betekenis. Hoe de rentemarkten ook zullen reageren als óf Bush óf Clinton wint, een Amerikaanse econoom stelde dat “low inflation and modest growth are baked into the cake for the next two years”.

Politieke onzekerheid was ook het gespreksthema dat centraal stond op de Britse financiële markten. Komende woensdag zal het parlement beslissen over de motie inzake de ratificatie van het verdrag van Maastricht. Hoewel het niet valt uit te sluiten dat de regeringspartij net als op de laatste conventie de rijen zal sluiten, overheerst vooralsnog de twijfel omtrent de politieke overlevingskansen van de huidige regering. Dat de Britse rente desalniettemin verder kon dalen hield verband met de toenemende kansen op één of meer officiële renteverlagingen, ingegeven door recente uitspraken van monetaire autoriteiten en de aanhoudend slechte berichten over de Britse economie.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank en Robeco Groep