Roemenie; Hongaren in greep nervositeit

In Roemenië is de Hongaarse minderheid weer een kop van jut geworden, maar ditmaal heeft haar politieke voorhoede, de Democratische Unie van Hongaren in Roemenië (UDMR), het er zelf een beetje naar gemaakt.

Onder leiding van Geza Domokos, een schrijver die bekend staat als een bedachtzaam politicus, gooide vorige week het UDMR-bestuur de knuppel in het hoenderhok door te pleiten voor autonomie voor de 1,6 miljoen zielen tellende Hongaarse minderheid. Met zo'n autonomie zouden de pogingen om in Roemenië een werkzame markteconomie op poten te zetten, kunnen worden versterkt en zou de latente vrees van de Hongaren voor Roemeense overheersing kunnen worden weggenomen.

Domokos was nog nauwelijks uitgesproken of de kritiek denderde over hem heen. Aangevoerd door de meest spraakmakende vertegenwoordiger van het Roemeense nationalisme, Gheorghe Funar, kwam de hele Roemeense establishment in het geweer. Funar, die als burgemeester van Cluj geen middel onbeproefd laat om de Hongaren in zijn stad - een kwart van de bevolking - het leven zo zuur mogelijk te maken, bespeurde een schending van de Roemeense grondwet, die immers uitgaat van een eenheidsstaat; de actie van de UDMR was “een belediging van alle burgers van Roemenië” en “een nieuwe stap op weg naar de annexatie (van Transsylvanië) door Hongarije”.

Ook minder Hongarofobisch ingestelde leiders konden de zin van Domokos' voorstel niet waarderen. Het Democratisch Front van Nationale Redding van president Iliescu sprak van een “uitzonderlijk gevaarlijk initiatief” dat kan leiden tot “een etnische zuivering door de Hongaren”. Ex-premier Petre Roman, leider van het Front van Nationale Redding, vond dat het “extremistische trends kon aanwakkeren”. Boerenleider Corneliu Coposu, eigenlijk een bondgenoot van de UDMR, riep de Hongaren op hun voorstel in te trekken. De regering reageerde kwaad en bepaalde dat brieven met de Hongaarse aanduiding voor Transsylvanië, Erdely, als onbestelbaar moesten worden teruggestuurd. Erdely, Transsylvanië, was immers geen wettige administratieve regio. De Unie weigerde tegenover zoveel verzet haar voorstel in te trekken. “Een land is pas democratisch wanneer zijn minderheden autonoom zijn”, zo vond UDMR-parlementslid Attila Varga.

De grote zwakte in het UDMR-voorstel is dat niemand tot dusverre heeft uitgelegd hoe de gewenste autonomie eruit zou moeten zien. De Hongaren vormen maar in twee van de 39 Roemeense judeti (provincies) een meerderheid, namelijk in Harghita en Covasna - twee judeti overigens waar zich eerder dit jaar een fel conflict afspeelde toen de regering de Hongaarse prefecten de laan uitstuurde en hen verving door Roemenen (later werd besloten dat de provincies elke door twee prefecten moeten worden bestuurd). In alle andere judeti vormen ze een minderheid en wonen ze tussen de Roemenen in; in héél Transsylvanië maken de Hongaren 23,9 procent van de bevolking uit. Hoe hun autonomie eruit zou moeten zien en wat ze zou moeten behelzen is door de UDMR niet verteld: “Dat laten we aan onze experts over”, aldus Domokos vorige week.

De Hongaarse knuppel in het Roemeense hoenderhok lijkt vooralsnog vooral een nieuwe uiting van Hongaarse nervositeit. Die nervositeit is duidelijk te bespeuren onder de Hongaren elders in de regio: in Vojvodina en Slowakije, waar de Hongaarse minderheden zich bedreigd voelen door respectievelijk het Servische en het Slowaakse nationalisme, en in Hongarije zelf, waar sprake is van een krachtige opleving van het nationalisme. In Boedapest werd tien dagen geleden president Göncz bij een herdenking van de Hongaarse opstand van 1956 weggehoond door “Sieg Heil” en ”jood, jood” roepende skinheads met hakenkruisvlaggen, een incident dat later door 's lands regeerders werd gebagatelliseerd. Het komt in Hongarije steeds vaker tot uitingen van anti-semitisme, in de media, en zelfs in de politiek: een essay van de schrijver István Csurka - tweede man van het regerende Hongaars Democratisch Forum - stond in augustus bol van de racistische uitspraken tegen joden en zigeuners, en ook van dat essay werd in Boedapest op officieel niveau onvoldoende afstand genomen.

Het lijkt erop alsof de Hongaren doende zijn zich hals over kop in een identiteitscrisis te storten, binnen Hongarije als gevolg van de sociale frustraties die verbonden zijn met de transformatie naar een democratie met een vrije markt, buiten Hongarije als gevolg van soms reële, soms ingebeelde bedreiging.