Paus rehabiliteert Galileo Galileï

ROME, 2 NOV. In een definitieve rehabilitatie van Galileo Galileï, de zeventiende-eeuwse astronoom die zich de woede van de inquisitie op de hals haalde door te zeggen dat de aarde om de zon draaide, heeft de paus gezegd dat de veroordeling van Galilei door de kerk “overhaast en ongelukkig” was.

De zaak-Galilei is een van de bekendste conflicten tussen geloof en wetenschap. Voortbouwend op het werk van de Poolse monnik Nicolas Copernicus was Galileï, de eerste astronoom die met een telescoop werkte, tot de conclusie gekomen dat de aarde rondom de zon draaide en bovendien om zijn eigen as.

Dat was in strijd met het geldende Ptolemeïsche systeem, genoemd naar de Griekse astronoom Ptolemeus, die in de tweede eeuw een model had ontwikkeld waarin de aarde het centrum van het heelal was. En zo stond het ook in de bijbel.

Daarom werd Galileï in 1616 gewaarschuwd dat de kerk de ideeën van Copernicus niet kon aanvaarden. Toen Galileï in 1633 in zijn hoofdwerk "Dialoog over de twee grote systemen' bij zijn standpunt bleef, werd de sterrenkundige uit Pisa in Rome op het matje geroepen door het Heilig Officie, de opvolger van de inquisitie. Dit is de Vaticaanse instantie die moet waken tegen ketterij.

De toen 69-jarige Galileï, half-blind en ziek, werd gedwongen een verklaring voor te lezen waarin hij zijn stellingen “afzweert, vervloekt en veracht”. Maar toen hij wegliep, op weg naar het ballingsoord bij Florence waar hij zeven jaar later zou overlijden, mompelde Galilei: Eppur si muove - en toch beweegt de aarde.

De veroordeling van Galileï in 1633 is lang beschouwd als “het symbool voor de vermeende afwijzing van wetenschappelijke vooruitgang of dogmatisch obscurantisme dat zich verzet tegen het vrije zoeken naar de waarheid,” zei de paus zaterdag. In een toespraak tot de pauselijke Academie van Wetenschappen noemde hij het idee van een fundamenteel conflict tussen wetenschap en geloof “een triest misverstand dat nu tot het verleden behoort”.

De rede van de paus volgt op een onderzoek van dertien jaar naar het "proces' tegen Galilei. “De fout van de theologen van die tijd ... was te denken dat onze kennis van de structuur van de fysieke wereld wordt bepaald door de letterlijke uitleg van de Heilige Schrift,” zei de paus. Hij zei dat het proces was bepaald door “tragisch wederzijds onbegrip”: Galileï zou koppig hebben geweigerd te erkennen dat zijn ideeën niet meer dan een theorie waren, die pas later wetenschappelijk kon worden bewezen. Wegens deze verzachtende omstandigheden zijn voor de paus de kerkelijke inquisiteurs tegen Galileï niet schuldig.