Pace is ontwikkeld tot meester-pianist

Concert: Enrico Pace, piano. Programma: R. Schumann: Davidsbündlertänze, F. Liszt: Sonate; Prokofjev, Sonate nr. 7. Gehoord 1/11 Concertgebouw Amsterdam.

“Zo jong als ik ben, zo weinig zou ik gemeen willen hebben met ene Florestan, hoewel hij me zeer dierbaar is (Eusebius)”. In Schumanns Davidsbündlertänze opus 6 zijn de onstuimige Florestan en de poëtische Eusebius afwisselend aan het woord, onder elke dans staat beurtelings hun naam. Hoewel hun persoonlijkheden tegengesteld zijn worden zij het uiteindelijk toch eens. Gelukkig maar: beiden vormen een deel van Schumann zelf.

De Italiaanse pianist Enrico Pace (25) maakte gisteravond een treffend dubbelportret van beide heren, waarin de contrasten aangescherpt werden. Met zijn fenomenale pianistische mogelijkheden kon Pace vooral bij Florestan terecht, de dichterlijke verteller kwam bij Eusebius aan bod. Zo jong als hij is, zo evenwichtig weet hij met zijn virtuostiteit en zijn drang tot vertellen om te gaan. Met overgave stort hij zich in een razendsnel tempo, schudt een gevreesde octavenpassage uit de mouw, maar neemt rustig de tijd voor een mijmerende gedachte.

Enrico Pace was in '89 de onomstreden winnaar van het Liszt-concours in Utrecht en maakte toen een overdonderende indruk met zijn virtuositeit en zijn eigenzinnige creativiteit. Gisteravond bleek vooral uit zijn interpretatie van Liszt's Pianosonate, destijds het verplichte werk tijdens de halve finale, hoe hij zich in drie jaar ontwikkeld heeft van jonge hond tot meester: hij speelde het werk met een zeldzame beheersing van de technische hoogstandjes, maar ook met een zeldzaam inzicht in het spel dat Liszt bedrijft met de vorm.

Pace, die niet alleen piano, maar ook compositie en orkestdirectie studeerde, is een all-round musicus geworden, die terecht als "meester-pianist' optreedt in één serie met grootheden als Perahia en Brendel. Dat hij zich vooral in grote contrasten uitdrukt is eigenlijk het enige onvolgroeide in zijn spel. Uiterst intelligent weet hij hiermee om te gaan: tot slot speelde hij Prokofjevs Zevende sonate, een werk dat het juist moet hebben van die contrasten.