NS onderzoeken oorzaak treinongeval

EINDHOVEN, 2 NOV. De Nederlandse Spoorwegen en Verkeersinspectie onderzoeken hoe twee treinen zaterdagmiddag bij Eindhoven met elkaar in botsing hebben kunnen raken. Het onderzoek staat onder toezicht van de onafhankelijke Spoorwegongevallenraad. Bij de aanrijding vielen 27 gewonden, van wie zich nog vijf in het ziekenhuis bevinden. Niemand verkeert in levensgevaar. Na reparatiewerkzaamheden kon zondag de normale dienstregeling weer worden hervat.

Rond kwart voor twee boorde de stoptrein Eindhoven-Deurne zich in de zijkant van de intercity Maastricht-Zandvoort, die op het punt stond station Eindhoven binnen te lopen. Beide treinen reden bij de botsing langzamer dan veertig kilometer per uur. Bij die snelheid werkt de zogeheten ATB - automatische trein beïnvloeding - niet meer.

Alle 27 gewonden vielen in de stoptrein. W. Boon, regiodirecteur zuid-oost van de NS: “De locomotief van de intercity weegt alleen al 110 ton, het hele treinstel van de stoptrein 80 ton. De intercity heeft de andere trein vanaf de wissel een meter of vijftig teruggeschoven op zijn eigen spoor.” De machinist van de stoptrein heeft volgens Boon het ongeluk zien aankomen. Nadat hij de dodemansknop - een noodrem - heeft losgelaten, is hij met de passagiers naar de achterkant van de trein gerend. Mede daardoor bleef de persoonlijke schade beperkt.

Bij het onderzoek naar de oorzaak van het ongeluk denken de NS volgens de woordvoerder aan technische defecten bij de wissels of seinen. Ook is het niet uitgesloten dat de machinist van de stoptrein een sein heeft genegeerd.

Op het betreffende baanvak was de automatische trein beïnvloeding (ATB) in werking, die de trein automatisch tot stilstand brengt als de machinist een bevel om vaart te minderen (geel licht) of een rood stopsein negeert. Volgens een woordvoerder van de NS wordt de ATB echter uitgeschakeld wanneer een trein langzamer dan veertig kilometer per uur rijdt, zoals in de omgeving van grotere stations als Eindhoven meestal het geval is. De machinist moet dan elke 20 seconden op een knop drukken (quitteren), om te voorkomen dat de strein tot stilstand komt, en wordt verder geacht "op zicht' te rijden. Op deze wijze houden machinisten de mogelijkheid om bij een seinstoring toch door te rijden. De centrale verkeersleiding kan bij dreigende botsingen ingrijpen, maar de kans dat er tijdig wordt gereageerd is zeer klein.