Loze toezegging

Er zit een patroon in de ontwikkelingen van de afgelopen jaren op het gebied van universitair onderwijs. Hieruit kan een conclusie worden getrokken over de uitkomst van de tempobeursdiscussie. Het begrip toezegging staat hierin centraal.

- Twaalf jaar geleden. Tijd om te bezuinigen. Op het ministerie van onderwijs en wetenschappen krabt men zich op het hoofd en er wordt een oplossing gevonden. De twee-fasen structuur, beperkte studieduur, hogere collegegelden. Wie twijfelt over de daadwerkelijke invulling van de tweede fase wordt toegezegd dat kwaliteit en invoering daarvan gewaarborgd zal zijn. Enige jaren later blijkt dit te betekenen dat voor een beperkt aantal vervolg-studies inderdaad onderzoekers-plaatsen opgezet zijn. Adequate begeleiding ontbreekt en het salaris is lager dan het wettelijk minimum.

- Vijf jaar geleden. Tijd om te bezuinigen. Op O&W krabt men zich op het hoofd en er wordt een oplossing gevonden. Stelselwijziging studiefinanciering en invoering van wat later de Informatiseringsbank gaat heten. Wie twijfelt aan haalbaarheid of invoerbaarheid krijgt van de bewindsman himself de persoonlijke verzekering dat dit gewaarborgd zal zijn. Een ruim jaar later wordt reeds het crisis-team geformeerd om de puin te ruimen van wat nu reeds een klassieke casus is: het debacle studiefinanciering. Maar erg is dat niet, want wie herinnert zich die oorspronkelijke toezegging nog?

- 1992, Tijd om te bezuinigen. Op O&W krabt men zich weer eens op het hoofd en vindt men de oplossing. De tempobeurs. Wie twijfelt over de vraag of het ministerie inderdaad in staat zal blijken te zijn om dit verantwoord en zorgvuldig te doen krijgt de toezegging dat een verantwoorde invoering (dus niet op de manier Informatiseringsbank) gewaarborgd zal zijn. Binnen enige jaren zal blijken dat ook die toezegging niet hard kan worden gemaakt en dat een aanzienlijk aantal studenten ten onrechte met terugwerkende kracht is geconfronteerd met een lening. Maar wie herinnert zich tegen die tijd de oorspronkelijke toezegging nog?

Als de overheid (in casu het ministerie van onderwijs en wetenschappen) meent dat zij zo om moet gaan met de burger, moet de burger zich dan nog op enigerlei wijze gebonden voelen aan zijn verplichtingen jegens de overheid?