Kleurige, kermisachtige objecten uit rijkscollectie

Tentoonstellingen: ß8Rijksoogst. Sculpturen uit de Rijkscollectie. Gemeentemuseum Arnhem t/m 8 nov. Di-za 10-17u, zo 11-17u. ß8ß8ß8Beauty of the last minute. Schilderijen, tekeningen en toegepaste kunst uit de Rijkscollectie. Hannema-de Stuers Fundatie t/m 8 nov. Kasteel Het Nijenhuis, Heino. Di-zo 11-17u. Catalogus Rijksaankopen Nederlandse Kunst 1991, ƒ 39,50. Brochure Rijksoogst ƒ 7,50.

'Wat heet sculptuur in Nederland?' vraagt Gijs van Tuyl zich af in een brochure bij de tentoonstelling Rijksoogst in het Arnhems Gemeentemuseum. Van Tuyl was tot 1 september hoofd afdeling Presentatie van de Rijksdienst Beeldende Kunst die sinds 1984 werk van hedendaagse Nederlandse kunstenaars verzamelt. Zijn oordeel is nogal negatief: "De grote vervuiling van het sculptuurbegrip in Nederland kon niet anders dan uitmonden in veel drekkige resultaten die voorbijtrekken in een carnavaleske parade van kleurig samengestelde figuren en objecten, holle decors, praalarchitectuur en andere drogbeelden. Kortom: pseudosculptuur, die zelfs niet de naam van kunst mag hebben.'

Uit de verzameling van de Rijksdienst heeft het Gemeentemuseum Arnhem een tentoonstelling samengesteld van ongeveer zestig werken van vijftig kunstenaars, die, naar we aannemen, wel tot de kunst gerekend kunnen worden. Mirjam Westen, conservator van het museum, is zelfs uitgesproken positief over de recente ontwikkelingen in de beeldhouwkunst. Zij ziet 'een onnavolgbare kwaliteit, een verfijning van haar roeping tot de subtielste werken. Zelden zal een kunstrichting zo volhardend zijn geweest in de uitvoering van haar deprogrammerend programma.'

Wanneer de meningen zover uiteenlopen, is het zaak zelf poolshoogte te nemen en een eigen oordeel te vormen. In de overvolle zalen van het museum is dat geen eenvoudige opgave. Zelfs beelden die mij dierbaar zijn, zoals De anonieme Getuigenis (1976-85) van Pieter Laurens Mol, bestaande uit stapels grauwe dakpannen en een foto van een dode vogel of Carel Vissers Cycladisch (1979), een fragiel bouwsel van schapewol, blikken en glazen platen met daarop een gipsen afgietsel van een cycladisch beeldje, komen door de ongelukkige opstelling nauwelijks tot hun recht.

In een poging enige structuur aan te brengen zijn de werken thematisch gerangschikt. Het effect van deze educatieve ingreep is meestal niet verhelderend. Theoretisch klopt het dat kunstenaars als Waldo Bien, Henk Visch en David van de Kop zich bezighouden met de relatie cultuur-natuur, maar in de praktijk van het tentoonstellen gelden andere regels. Er moet ook een puur visuele aanleiding zijn voor een dergelijke combinatie, anders ontstaat er, zoals hier, een kakofonie.

In een enkel geval, zoals bij het rode keukenblok van Joep van Lieshout, is de inrichting wel geslaagd. Dit werk is opgenomen in de vaste opstelling van de collectie toegepaste kunst. Naast een houten buffet dat J.B. van Loghem in 1921 voor de Oosterbeekse Meubelfabriek L.O.V. ontwierp en dat ongeveer hetzelfde formaat heeft als de sculptuur van Van Lieshout, krijgt het thema sculptuur en design wel betekenis. De confrontatie met een produkt van de idealistische L.O.V., die de verheffing van de arbeidersklasse nastreefde, stemt tot nadenken over de manier waarop Van Lieshout zijn meubel- en sanitairsculptuur produceert.

Wat bij deze Rijksoogst echter overheerst, zijn de kleurige, kermisachtige objecten van kunstenaars als Henk Duyn, Evelyne Janssen, Joost van den Toorn en Alexander Schabracq. De populaire deuntjes die uit Johnny Woodhouse klinken, een bewegende houten pop van Axel en Helena van der Kraan, blijven nog lang in het hoofd doorzeuren. De minder extraverte beelden gaan in het feestgedruis ten onder. Na het zien van de expositie ben je geneigd Van Tuyl gelijk te geven. Helemaal fair is dat niet: een andere selectie (ik mis bijvoorbeeld Adam Colton, Sjoerd Buisman) en een betere opstelling zouden zeker een positiever beeld hebben opgeleverd.

Tegelijk met Rijksoogst is in de Hannema-de Stuers Fundatie te Heino Beauty of the last minute te zien, de laatste in de reeks tentoonstellingen van rijksaankopen die sinds 1984 jaarlijks werden gehouden. Het budget van de Rijksdienst Beeldende Kunst gaat naar een centraal fonds voor de aankoop van Nederlandse kunst door de musea. Hiermee verdwijnen ook de catalogi van rijksaankopen die door hun uitvoerige documentatie onmisbare naslagwerken zijn. Helaas pakken weinig musea de catalogisering van hun bezit even grondig aan als de Rijksdienst.

De selectie uit de schilderijen, foto's en toegepaste kunst die in 1991 zijn aangekocht, heeft in Heino een evenwichtige tentoonstelling opgeleverd zonder hoogte- of dieptepunten. De verschillende stromingen en persoonlijkheden - van het romantisch realisme van Siert Dallinga en Ernst Voss tot Jef Diederen, R.W. van de Wint en Pieter Kusters - krijgen elk de ruimte zonder dat er wrijving of discussie ontstaat. Bij de toegepaste kunst lopen de variaties uiteen van de verantwoorde gordijnen die Johan van Loon voor Weverij De Ploeg ontwierp tot een kookset van Cubic3 Design bestaande uit winterwortels en vergulde gehaktballen. De poëziealbum-varkentjes van Roland Berning, die toepasselijk in het keurige cafetaria zijn opgehangen, wekken niet meer dan een glimlach op. In een hoek van het cafetaria staat Charlotte van Pallandts monumentale gipsen beeld van Koningin Wilhelmina onbewogen door deze invasie op haar vaste plek.

    • Din Pieters