Islamitische voorman: Turken in Nederland moeten zich aanpassen

VAASSEN / DEN HAAG, 2 NOV. Een paar honderd mensen staan in de snijdende kou voor de opening van de nieuwe Sultan Ahmet moskee in Vaassen. Dezelfde Turken die elkaar begroetten en stonden te kletsen onder de vorige speeches schuifelen nu naderbij, luisteren stil en manen hun kinderen tot aandacht. Kralenkransen draaien door hun handen.

Op het spreekgestoelte oreert Hamdi Mert, de nieuwe voorzitter van de Islamitische Stichting Nederland. In zijn speech van tientallen minuten klinken steeds dezelfde trefwoorden: harmonie, broederschap en aanpassing. “Past u zich aan aan de discipline van Nederland”, houdt Mert zijn gehoor voor.

Hamdi Mert is sinds 16 oktober voorzitter van de Islamitische Stichting Nederland (ISN). Zijn opdracht: de integratie van zijn landgenoten te bevorderen. Buitenlanders moeten volgens hem niet samenklonteren in grote steden en zich opsluiten in getto's. “De Turken hier moeten Nederlanders zijn”, aldus Mert. Zelf voelt hij zich ook bijna Nederlands. “Ga naar de moskee, weet dat je Turk bent, maar pas je aan.”

De ISN telt 90.000 leden en is daarmee de grootste Turkse moskeevereniging in Nederland. Honderdacht moskeeën zijn bij de stichting aangesloten, inclusief de zaterdag geopende Sultan Ahmet. De stichting is eigenaar van de moskeeën en overkoepelt de verschillende moskeebesturen. Mert, voorheen de tweede man van het Presidium voor Religieuze Zaken in Ankara, resideert sinds zijn benoeming in de villa van de Stichting in Den Haag.

Hij is naar eigen zeggen gekomen om de Turkse gemeenschap op haar fouten te attenderen. “We hadden met iedere duizend Turken die naar Nederland emigreerden een imam en een onderwijzer moeten meesturen. De fout was, dertig jaar geleden, dat de Turken dachten: we gaan zo weer terug.” Ze hebben dus ook niet geïnvesteerd in Nederland. Met hun spaargeld hebben ze huizen in Turkije gekocht. Als hij nu lezingen geeft voor een Turks gehoor, houdt Mert hen voor: “Investeer in Nederland, rijd niet door rood licht, werk produktief en pas je aan de regels aan.”

De imams moeten daarbij als intermediair fungeren tussen de Turkse gemeenschap en de Nederlandse maatschappij. Zachtjes wordt aan de deur geklopt en Ismail Sen komt binnen met zijn vakantieaanvraag. “Ook een van mijn taken”, zegt Mert plechtig terwijl hij de aanvraag ondertekent. Sen, opgeleid in Bursa, gaat als imam in Roosendaal vrijdags zo'n driehonderd mensen voor in gebed. Zijn kwaliteiten als geestelijk leidsman zijn gewaarborgd door de diploma's van het presidium, maar hij spreekt slechts enkele woorden Nederlands en lijkt daarmee niet de aangewezen intermediair.

“Ook de imam moet het Nederlands beheersen”, vindt Mert. Al blijft hij maar vijf of zes jaar in Nederland, zoals gebruikelijk. Het zou natuurlijk beter zijn als imams uit de Turkse gemeenschap in Nederland konden worden opgeleid en die mogelijkheid laat hij ook onderzoeken. “Maar het is heel moeilijk.” De Turkse opleiding kost ten minste twaalf jaar en is vanaf de middelbare school al toegespitst op de kennis van de islam.

Voorlopig worden de imams in Turkije opgeleid op seminaries onder toezicht van het presidium en vervolgens door datzelfde presidium uitgezonden naar landen met een Turkse moslimgemeenschap. Het gaat daarbij niet om staatscontrole, benadrukt Mert. “Er is geen islamitische controle, in geen enkel land. Naar loon zijn wij ambtenaar, in onze preken zijn wij vrij.”