In Nederland mondiaal, daarbuiten erg Nederlands

Komende woensdag is drs. R.F.M. Lubbers tien jaar premier van Nederland. Het jubileum wil hij in alle stilte voorbij laten gaan. Derde deel van een vierluik - Lubbers, de staatsman: export van het Nederlandse consensusmodel.

Kort voordat het definitieve Nederlandse plaatsingsbesluit over de kruisraketten diende te worden genomen, deed redacteur Christoph Bertram in het weekblad Die Zeit een opvallende waarneming. De Nederlandse minister-president, met wie hij had gesproken, toonde “geen overdadige persoonlijke betrokkenheid” bij de inhoud van het vraagstuk, schreef hij in mei 1985.

Dat verbaasde Bertram, Duitser en lange tijd directeur van het "International Institute for Strategic Studies' in Londen. Lubbers, die op EG- en NAVO-topconferenties intelligente dingen zei, die na tweeëneenhalf jaar premierschap al innige contacten onderhield met mensen als Kohl, Thatcher, Gonzalez, Mitterrand en zelfs Reagan moest toch warm lopen voor een zaak waarbij het Atlantisch bondgenootschap en de wereldvrede op het spel stonden.

Door zijn uitspraken in het rakettendebat ontdekte Bertram dat Lubbers buitenlandse politiek op dezelfde wijze bedreef als binnenlandse: met onontwarbare uitspraken, alternatieven zoekend, amendementen indienend op eerdere eigen plannen en ideeën. Kohl en Thatcher bijvoorbeeld waren mensen die het als zwakte zagen een eenmaal ingenomen standpunt op te geven.

Veel buitenlandse waarnemers - de Amerikaanse ambassadeur Paul Bremer III was een uitzondering - begrepen niet dat dit een zeer Nederlandse manier van politiek bedrijven is. Lubbers was met zijn palet aan raketalternatieven, de invlieg-, zwembad-, Texel- of schiet-in-de-eigen-voet-varianten, weliswaar bezig om het plaatsingsbesluit voor zich uit te schuiven, maar tegelijkertijd voorkwam hij dat er een definitief "nee' werd gezegd onder druk van de sterke vredesbeweging. Het Nederlandse consensus-model - doorpraten tot je het vrijwel met elkaar eens bent en liever geen besluiten nemen tegen de wil van grote minderheden - wordt over de grens al gauw als weifelachtigheid gezien.

Tien jaar en vele topconferenties verder, is men ook het buitenland aan deze werkwijze gewend geraakt. Maar ook nu nog weet Lubbers vriend en vijand te verrassen met uitspraken die aan zijn standvastigheid of aan zijn politiek oordeel doen twijfelen. De oproep in januari 1990 in Tilburg om de grenzen in Europa te handhaven was er zo een. Daarmee verzette Lubbers zich feitelijk tegen de op handen zijnde Duitse hereniging. Een ander voorbeeld was zijn plotselinge omarming van Gorbatsjovs vredesplan, vlak voordat in januari 1990 de geallieerde inval in Irak begon. Het plan had vooral ten doel die inval te traineren.

Op andere momenten revancheert Lubbers zich weer met rake analyses en met bijvoorbeeld een begrip als "subsidiariteit', dat nadrukkelijk op zijn verzoek al in de slotverklaring van de top van Madrid in juni 1989 is opgenomen. In het ratificatieproces voor het verdrag van Maastricht is de term gebleken goud waard te zijn; alle Europese staatslieden kunnen nu naar waarheid zeggen, dat ze Europa al dichter bij de burger wilden brengen.

Doordat Lubbers bij zijn aantreden als premier tien jaar geleden onmiddellijk het zware thema van de nucleaire bewapening in de schoot kreeg geworpen, ging voor hem niet het normale patroon op van de premier die via nationale thema's aan de macht komt en pas zijn minister van buitenlandse zaken voor de voeten gaat lopen als zijn positie is geconsolideerd. Lubbers moest meteen in het buitenland aan de slag. Toen het rakettenthema van de baan was, stapte hij bijna automatisch op "Europa' over.

Dat alles paste hem uitstekend, want al jong had hij belangstelling voor het internationale. Als 32-jarig fabrieksdirecteur vroeg Lubbers zich in een commentaar in het blad "Economisch-Statistische Berichten' reeds bezorgd af of de EG nog wel “dienstbaar” zou blijven “aan het scheppen van optimale ontwikkelingskansen” voor de Derde wereld. Zijn interesse als premier voor het wereldwijde tarief- en handelsakkoord (GATT) en zijn ijveren voor milieu-overeenkomsten, een energie-handvest met het voormalig Oostblok en een monetaire unie zijn niet interesses die pas ontstonden door zijn positie als nationaal leider.

Eerder is het omgekeerde het geval. Zijn circa twintigjarige periode in de Nederlandse politiek achteraf zelfs wel eens een lang intermezzo kunnen zijn geweest. Als jong ondernemer scharrelde hij al door de wereld, zocht hij ver weg exportmarkten. Na zijn afscheid als premier zal Lubbers zijn emplooi vrijwel zeker over de grens zoeken.

Goede bekenden wijzen erop dat Lubbers op het Canisiuscollege van de Jezuïeten in Nijmegen en vervolgens aan de Economische Hogeschool in Rotterdam bij de studentenvereniging Sanctus Laurentius een voor zijn kringen typische naoorlogs-katholieke opvoeding doorliep: anti-nationalistisch, met sterk Europees en mondiaal gerichte oriëntaties. Lubbers werd op 28-jarige leeftijd bestuurslid van Justitia et Pax, een organisatie die onder katholieken de bewustwording wil bevorderen van vrede en gerechtigheid. “Als Lubbers het heeft over de "heelheid van de mensheid' en hij pleit voor een "handvest tot instandhouding van de schepping', dan klinkt dat misschien wat pathetisch, maar hij meent het echt”, zegt een bekende uit die tijd.

Zijn mondiale belangstelling heeft wel steeds een economische trek gehouden. Interne markt, monetaire unie, energie-handvest en milieu-handvest zijn de thema's waar Lubbers warm voor loopt, veel meer dan voor Joegoslavië, de Golfoorlog, het Midden-Oosten, Zuid-Afrika of Oost-Timor. Grote bilaterale reizen werden ingegeven door het rakettenthema (Moskou, november 1986; Washington, mei 1989), door handel (China, mei 1987) of door zijn interesse voor ontwikkelingsproblemen (Venezuela/Brazilië, mei/juni 1983). Naar Israel reisde hij in juli 1988 omdat een Nederlandse premier dat nu eenmaal doet.

Op nog een andere wijze staat Lubbers als premier helemaal in de Nederlandse traditie. Hij vlucht niet weg uit Nederland om zich over de grens te laten verwennen door altijd klaar staande gedienstigen, limousines, helikopters en banketten. Wat dat betreft is hij een natuurlijke opvolger van mensen als Den Uyl, Biesheuvel, De Jong, Zijlstra en Drees. Een uitzondering in deze reeks vormde zijn directe voorganger, Van Agt, die extreem genoot van warme baden over de grens; als EG-ambassadeur in Tokio en nu in Washington worden hem deze genotmiddelen nog dagelijks verstrekt.

Het liefst zou Lubbers ook op Europese topconferenties staande een broodje eten. Toen het in december in Maastricht even uitliep, zag hij zijn kans schoon. Hij zegde het door beroemde Nederlandse koks voorbereide diner af en liet broodjes aanrukken voor zijn verbaasde collega's. In Maastricht introduceerde hij ook de "biechtstoelprocedure': nu waren het niet Simons, Maij of Alders die in de schorsingen even bij hem moesten komen, maar Major, Kohl of Schlüter.

Meer dan voorheen legt Lubbers de laatste tijd in Europa de nadruk op het procesmatige. Het lijkt alsof de hele operatie naar "Maastricht' en daarna hem hebben doen besluiten dat de samenleving minder maakbaar en kneedbaar is dan hij wel heeft gedacht. Dat hij onlangs in de Tweede Kamer het federalisme als streven in de Europese samenwerking liet vallen, getuigt daarvan. Zijn methode is nu meer: de ontwikkeling laat zich niet dwingen en zonder consensus gaat het niet.

In al die jaren was Ruud Lubbers de mondiaal gerichte Nederlander, die in zijn mondiale optreden echt Nederlands is blijven handelen.