"Het ene Europa bestaat uit regio's'

Catalonië besteedde afgelopen zomer twaalf miljoen gulden aan een reclamecampagne waarin deze Spaanse regio één van de motoren van Europa werd genoemd. Investeerders uit Europa, Azië en Amerika werden aangemoedigd te investeren in “dit land in Spanje met een eigen cultuur, taal en identiteit”.

UTRECHT, NOV. Naarmate de eenwoording van Europa vordert en de lidstaten steeds meer zeggenschap kwijtraken aan "Brussel' proberen meer en meer Europese regio's zich te profileren ten koste van het land waarin zij zich bevinden. En ze krijgen daarbij steun van datzelfde Brussel.

Volgens hoogleraar politieke geografie van de Universiteit van Amsterdam, H. van der Wusten, neemt de speelruimte van regionale bestuurders in gebieden als Schotland, Catalonië, Noord-Italië en Vlaanderen ook toe naarmate de Europese Gemeenschap belangrijker wordt. “Je ziet de laatste tijd steeds vaker dat deze regio's zich proberen te internationaliseren. In samenwerking met EG-bureaucraten in Brussel wordt er door de regio's geprobeerd internationale netwerken te creëren. Hoewel de EG-betuurders en de regionale bestuurders heel verschillende doelen nastreven, vinden ze elkaar in één doel: het verminderen van de macht van de Europese landen.”

“Zo speelde in Schotland en Noord-Ierland bij recente verkiezingen de eenwording van Europa een grote rol. De afscheiding wordt minder pijnlijk voorgesteld als Schotland en Noord-Ierland in een groter kader zijn opgenomen.”

Van der Wusten was een van de sprekers op het tweedaagse VUGS-congres "Stuck in the region' dat de vereniging van geografie-studenten in Utrecht onlangs hield. Maar hij is niet de enige die een toenemend "regionalisme' signaleert.

“Terwijl de voorpagina's van de kranten bijna dagelijks vol staan over "Europa', lijkt een einde te zijn gekomen aan de vrijwel geruisloze integratie van etnische minderheden in de naoorlogse natiestaten. Tot voor kort was er alleen trammelant met de Ieren en de Spaanse Basken, maar nu beginnen zich binnen het Verenigd Koninkrijk ook de Schotten te roeren; Noorditalianen fantaseren over afscheiding en in Frankrijk vreest de regering weer voor Corsicanen en Bretonnen”, schreef professor H. Righart, hoogleraar politieke geschiedenis na 1500 en auteur van het boek "Het einde van Nederland?', in zijn column in het weekblad HP/De Tijd.

Righart is van mening dat het lobbyen van Europese regio's in Brussel een bewijs is dat de meeste nationale staten in Europa helemaal geen samenhangende staten zijn. “Het toont aan dat sommige regio's heel wel in staat zijn hun eigen belangen te behartigen. Maar je moet ook niet vergeten dat sommige delen van bijvoorbeeld Frankrijk, Duitsland en Italië in de vorige eeuw heel erg op zichzelf stonden. Pas aan het eind van de vorige en aan het begin van deze eeuw gingen die mensen zich inwoner van een natie voelen.”

“De samenwerking tussen verschillende regio's met de Europese Gemeenschap laat zien dat de regio's hun eigen belangen kunnen behartigen. Kijk bijvoorbeeld naar de stad Maastricht die zichzelf met de bouw van nieuwe congrescentra en hotels aanprijst als "stad van Europa' en daarbij het eigen verleden en de eigen tradities onderstreept. Zij slaat munt uit de eenwording door zichzelf als bourgondische stad aan te prijzen waar het goed toeven is.”

Dat ook de EG in wil haken op de neiging tot regionalisering blijkt uit het nieuwe comité van de regio's, dat in het Verdrag van Maastricht is opgenomen. Dit comité bestaat uit vertegenwoordigers van regionale en lokale lichamen en heeft een raadgevende taak.

Righart legde er in zijn toespraak tot het VUGS-congres in Utrecht dan ook de nadruk op dat steeds meer sprake is van een regionalisatie van Europa “Geen Europa van naties, zoals de vroegere Franse president De Gaulle voor ogen had, maar een Europa van regio's.”

Volgt het westen van Europa hiermee het voorbeeld van het oosten? Volgens Righart en Van der Wusten is een vergelijking met Oost-Europa, waar regio's zich op een radicale manier proberen af te scheiden, niet te maken. “In Oost-Europa is een statensysteem ingestort, alle overkoepelende macht is in één klap weggevallen. De staten hebben eigenlijk geen macht meer; een geweldsmonopolie ligt op straat. Ondanks het wegvallen van het IJzeren Gordijn is het verschil tussen Oost- en West-Europa juist groter geworden”, zegt Righart.

In Joegoslavië speelden regionale identiteiten - in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd - ook maar een ondergeschikte rol bij het uitbreken van de burgeroorlog, meent dr. W. Vermeer, universitair docent slavische talen in Leiden. “Regionale gevoelens hebben zeker meegespeeld, maar waren niet meer dan een van de aanleidingen. Het bestuurlijke verval en de chaos die op dat gebied heerste, heeft waarschijnlijk veel zwaarder meegeteld. Kroatië bijvoorbeeld wordt weliswaar als een republiek beschouwd, maar daarbinnen bestaan ook nog twee of drie aparte regio's.”

Het toenemende belang van regio's in een zich verenigend Europa is niet meer dan logisch, vindt Van der Wusten. “Want het is natuurlijk niet zo dat het bestuur van de EG de pretentie heeft alles tot in het kleinste dorp te kunnen regelen. Daarom is er altijd contact nodig met lagere overheden. Als ik in de schoenen stond van een Euro-bureaucraat en ik had de bedoeling de nationale overheden naar mijn hand te zetten, zou ik ook bondgenoten op een andere bestuursniveau zoeken. Je hoeft dan niet voor altijd vriendjes te blijven; maar voor een tijdje kan het handig zijn. Het is een kwestie van machtsdriehoeken. De vijand van je vijand is je vriend.”

    • Oscar van Dam