Groen Links wordt grijs links op weg naar het midden

Parkeren was een probleem, afgelopen zaterdag bij theater De Flint in Amersfoort. Ook Groen Links gaat tegenwoordig vooral per auto uit congresseren. Tegen zeven uur zaterdagavond was het voorbij, slechts een uur later dan het officiële schema. Ook Groen Links hanteert tegenwoordig humane vergadertijden. Niemand kondigde ter vergadering aan de partij te zullen verlaten. Ook Groen Links probeert tegenwoordig eenheid uit te stralen. De Tweede Kamerfractie van de partij zette het proces al enige tijd geleden in, het congres van afgelopen vrijdag en zaterdag bevestigde die lijn: Groen Links heeft zich definitief tot het midden bekeerd. De radicalisering van de op de agenda staande resoluties over sociale zekerheid en vrede en veiligheid bleef uit - er was slechts sprake van een enkele aanscherping - en zodoende werd de gematigde koers die partijbestuur en fractie bepleitten in grote lijnen gefiatteerd.

Groen Links begint geleidelijk aan Grijs Links te worden. Natuurlijk, de standpunten wijken nog af, maar het is allemaal te overzien en niet onoverbrugbaar. De afstand tot de "gevestigde' politiek is er wel, maar de blik is eerder jaloers dan afkeurend. Ze zouden zo graag ook eens echt meedoen met de groten die het spel aan het Binnenhof bepalen. Ze moeten ook meedoen, vindt fractieleider Beckers. Groen Links kan alleen een rol spelen in het politieke vernieuwingsproces als de partij zichzelf in het geheel van de politiek insluit, zei zij onlangs in een vraaggesprek met het dagblad Trouw. “Meer samenwerken met anderen dus en compromissen sluiten.”

De partij kwam in 1989 door middel van een vroeggeboorte voort uit de rudimenten van PPR, PSP, CPN en EVP. Zoals van het CDA wel wordt gezegd dat het een vergrote KVP is, kan drie jaar na de oprichting van Groen Links worden gezegd dat het een vergrote PPR is geworden. Zou het toeval zijn of iets te maken hebben met het gezamenlijke verleden van PPR en KVP? Niets herinnerde het afgelopen weekeinde in elk geval meer aan het radicalisme van de CPN of dat van de PSP. De oude partijgenoten die dachten dat het in Groen Links verband nog wel wat zou worden hebben teleurgesteld de partij dan wel de politiek verlaten of hebben zich bekeerd tot het nu gepredikte groen "bijna-realisme'.

Want dat is wat de partij uitstraalt, alleen mag het zo binnen de partij (nog) niet heten. “Het is geen vereenzelviging van het modieuze realisme van vandaag. We zijn geen D66 en moeten dat ook niet worden”, schreef voorlichter en coördinator van de Tweede Kamerfractie Hans Siepel in het jaarverslag na geconstateerd te hebben dat Groen Links in het parlement “getuigen en praktische initiatieven combineert”. En fractievoorzitter Beckers zei zaterdagmiddag tijdens haar congresrede dat Groen Links zich zeker niet heeft bekeerd tot het "post-modernisme' en ook geen "modieuze grachtengordelpartij' is geworden.

Maar wat dan wel, is de logische vraag. Ria Beckers kwam na haar opsomming van wat de partij niet is, niet verder dan de mededeling dat de partij hard bezig is vorm te geven aan "idealen' waarbij "dilemma's' niet uit de weg worden gegaan. En volgens het eerder geciteerde jaarverslag van de fractie “is en blijft het bestaansrecht van Groen Links: opkomen voor mensen, milieu, sociale rechtvaardigheid en veiligheid”. De zin zou rechtstreeks uit het program van uitgangspunten van het CDA gehaald kunnen zijn, terwijl een dergelijke passage ook zonder problemen in het beginselprogramma van de VVD kan worden opgenomen om maar eens twee wat minder voor de hand liggende partijen voor een vergelijking te noemen.

Groen Links staat momenteel vooral voor veel vrijblijvendheid. Antwoorden op dilemma's worden liever niet gehoord. Partijbestuurder Van Poelgeest werd afgelopen zaterdag door Beckers beticht van het maken van onaanvaardbare en denigrerende opmerkingen over de minima. In werkelijkheid deed de oud-voorzitter van de landelijke studentenvakbond vorige week in het weekblad Elsevier niet meer dan het schetsen van het enige echte dilemma van Groen Links: “Als je je te zeer op de minima richt, kom je in de knoop met het milieubeleid, waarvoor iedereen zal moeten inleveren. Die mensen zullen nauwelijks op ons stemmen, cultureel is de afstand daarvoor te groot. Op punten buiten het sociaal-economische beleid zijn zij het waarschijnlijk niet met ons eens. Groen Links moet groter worden, maar een volkspartij die brede groepen tevreden stelt zullen wij nooit worden”, aldus Van Poelgeest.

Hij heeft gelijk. Groen Links is een contradictie, want echt groen en echt links verdragen zich niet naast elkaar. CPN'ers die weigerden de overstap naar Groen Links te maken, hadden dat haarfijn door. Drie jaar geleden beloofde de partij in het verkiezingsprogramma weliswaar dat de uitkeringen van de laagstbetaalden met 15 procent zouden worden verhoogd om de sinds 1982 opgelopen achterstand in te lopen, maar al kort daarna woedde in de Tweede Kamerfractie de discussie hoe deze consumptieve eis zich verhield met de tot ander, minder consumptief leven, oproepende milieupragraaf.

De uitspraak over dit heikele onderwerp waartoe het Groen Links congres afgelopen zaterdag besloot is er één die hoog scoort in de categorie kool-en-geit-redeneringen. Het belangrijkste is dat in het partijprogramma niet langer gerept zal worden over een inkomensverbetering van 15 procent voor de laagstbetaalden. Er wordt dan nog wel gesproken over "achterstand' die moet worden ingelopen met “een divers pakket van maatregelen” dat de komende vier jaar moet leiden tot een “wezenlijke verbetering voor de minima”, maar dit zijn de mistwolken die nodig zijn om de terugtocht te dekken. Het is een bekende wet in de politiek. Met uitspraken waarbij concrete getallen dan wel tijdslimiten ontbreken, valt altijd te leven.

Het besluit van de achterban om tegen de wil in van het partijbestuur te breken met de NAVO was meer ingegeven door nostalgische dan door inhoudelijke motieven. Iedereen kan er dan ook mee leven. Het congres van Groen Links heeft partijbestuur en Tweede Kamerfractie niet echt gedwarsboomd in de mars naar het midden. De fractie kan zodoende bezig blijven met zichzelf. Want daar lijken de problemen van de wereld te zijn vervangen door de persoonlijke problemen van fractieleden. De moeilijke combinatie ouderschap-kamerlid, is gepromoveerd tot politiek cultureel probleem. De partij gaat studeren op zaken als het duo-fractievoorzitterschap of roulerend fractievoorzitterschap in een poging van het politiek leiderschap een normale baan te maken. Zo houdt Groen Links tenminste nog iets eigens. Want het dreigt soms wel erg conformistisch te worden. Onlangs incasseerde de partij de eerste ambtelijke topbenoeming en niet zo maar één. Het directoraal-generaal openbare orde en veiligheid van het ministerie van binnenlandse zaken, tot nu toe in vertrouwde handen van de VVD, zal vanaf volgende maand worden geleid door de Groen Linkser Borghouts. Bij de partijgenoten leidt het slechts tot een glimlach. “Moet kunnen”, zeggen ze tegenwoordig bij Groen Links. Inderdaad, alles kan bij Groen Links.