Groen Links weet op congres redelijk imago te behouden

AMERSFOORT, 2 NOV. “Het slechtste wat ons kan overkomen is dat we rollend over straat gaan.” A. Harrewijn, vertegenwoordiger van de linkervleugel, sloot zaterdag met deze mededeling aan het derde Groen-Linkscongres perfect aan bij de sfeer in Amersfoort.

De avond tevoren was de altijd sluimerende vrees van de partijleiding opgeflakkerd dat het congres een radicale koers zou gaan varen. Als daardoor het gematigde sociale-zekerheidsplan zou sneuvelen, kon de "normalisatie' van klein-links als respectabele partij een gevoelige klap krijgen. Maar de dominante sfeer onder de leden van de voormalige PSP, PPR en CPN is al lang niet meer één van sectarisme of politiek extremisme. De staande ovatie die de vertrekkende fractievoorzitter R. Beckers kreeg voor haar integrerende werk in de eerste jaren van de partij, gaf het congres daarom ook een beetje aan zichzelf, trots op de eigen eenheid, die men uiteindelijk vrij eenvoudig had weten te bewaren.

De vrees voor opleving van de oude extreme sentimenten was vrijdag ontstaan, toen onverwacht de politiek gematigde vice-voorzitter J. Lagendijk werd weggestemd. “Want hij is een typische eco-liberaal”, zei een afgevaardigde misprijzend. Hij werd vervangen door de radicale E. Meijer, over wie door anderen in de wandelgangen al even misprijzend werd gezegd dat “deze trotskist nu al twintig jaar hetzelfde vindt en zegt”. In een moeite door hield het congres vast aan volledige ontwapening.

Zaterdag werd echter al vroeg duidelijk dat de linkervleugel, ondanks de oprisping de avond tevoren, in het defensief was gedrongen. De strijd van de dag ging over de vraag of Groen Links moest beloven dat de vijftien procent achterstand zal worden hersteld die de minima sinds het eerste kabinet-Lubbers hadden opgelopen. In de wandelgangen van het congres klonterden de hoofdrolspelers samen om een compromis te vinden tussen getuigenis en praktische politiek. Fractie en partijbestuur bleven tijdens die discussies hardnekkig nee zeggen tegen de te dure eis van vijftien procent erbij. Want dat zou betekenen dat het verkiezingsprogramma om financiële redenen onuitvoerbaar wordt, waardoor het redelijke imago van Groen Links weer snel zou verdwijnen. Wat maakt dat nou uit, was de stelling van de voorstanders, “We komen tòch niet in de regering. Vijftien procent is een duidelijk signaal aan de minima dat je ze niet laat vallen. Wie kan daar tegen zijn?” “De werkelijkheid is er tegen” zei Eerste-Kamerlid W. de Boer, toen die zich in de discussie mengde. “De werkelijkheid is voor na het congres” kreeg hij te horen.

De afdelingen Utrecht en Groningen, die als een soort aanvoerders van de linkervleugel fungeerden, durfden het punt echter niet op de spits te drijven. Publieke verdeeldheid is erger dan een intern-politieke nederlaag, was de redenering. “Voor een politieke partij kan de op zich goede eis van vijftien procent niet als de enige waarheid gelden” sloot A. Harrewijn de discussie. En de uiteindelijke stemmingen wezen uit dat de linksradicale vleugel bij het congres sowieso een nederlaag zou hebben geleden.

In de breed geaccepteerde compromistekst werd alleen nog maar gemeld dat de achterstand sinds 1982 moest worden ingelopen, maar iedere tijdsaanduiding ontbrak. “Het armoede-probleem is erkend” kon daarom Harrewijn tegenover het congres volhouden. De symbolische inzet was gehaald, maar dat was dan ook alles.

We kunnen naar huis, dachten toen veel congresgangers, het is een gelopen race. Maar inmiddels waren de geruchten over het naderende vertrek van Beckers zo sterk geworden dat iedereen bleef om haar rede te horen. Nu de ideologische scheuring definitief van de baan was, diende zich onmiddellijk het volgende probleem aan. Wie moet de partij gaan leiden? Er is nog altijd niemand voorhanden.

Behalve haar eigen aftreden in april volgend jaar, kondigde Beckers ook aan dat de fractie de werkwijze ingrijpend zou gaan wijzigen. Want de aarzelingen van het Kamerlid I. Brouwer en de weigering van haar collega P. Rosenmöller om zich in de strijd om het leiderschap te storten, houden nauw verband met hun verplichtingen thuis. Brouwer zal daarom voor de fractie een plan opstellen voor een minder veeleisende werkwijze. Volgens Beckers vormde deze vernieuwing één van de belangrijkste kwesties voor Groen Links in de komende tijd. En zo slaagde Groen Links er tot slot in om het aloude linkse adagium: “het persoonlijke is politiek” weer tot leven te wekken.