Fusie Mees en Pierson moet rendement verhogen

ROTTERDAM, 2 NOV. De ware gedaante van de fusie tussen ABN Amro kwam vandaag tevoorschijn. De sjieke dochter van ABN, Bank Mees & Hope (sinds 1720), en de al even beroemde, maar iets jongere Amro-dochter Pierson, Heldring & Pierson (sinds 1875) zullen onder de kap van ABN Amro niet langer zelfstandig blijven.

Sinds de fusie tussen de twee grootbanken ABN en Amro is bij hoog en bij laag de zelfstandigheid van de beide dochters benadrukt. Vanmiddag werd bekend dat de beroemde banken onder de naam Mees Pierson als ABN Amro-dochter door het leven gaan.

ABN en Amro hadden elkaar nog niet gevonden of er werd gespeculeerd over het lot van de beide dochters. Hun activiteiten overlapten elkaar namelijk nogal. Beide richten zich bijvoorbeeld op de vermogende particulier, zij het dat die bij Pierson net iets vermogender is dan bij Mees.

Tussen Mees en Pierson was echter ook nog een groot verschil, een verschil dat steeds groter werd: het rendement. Dat van Pierson ligt al jaren boven het niveau van de moeder (al wordt dit in snel tempo minder), de bancaire activiteiten van Mees rendeerden veel lager.

Mees dankte haar winst over 1991 vooral aan autoleasing. Dochterbedrijf Lease Plan, de grootste autoleasemaatschappij van Nederland, hoest zestig procent van de winst van Mees op, terwijl het maar eenderde van het eigen vermogen van de bank opeiste.

Waarom Lease Plan onder de hoede van Mees stond en niet onder die van moeder ABN Amro, was nooit echt duidelijk. Lease Plan werkt zelfstandig en heeft niets met Mees te maken. Aan die onduidelijkheid wordt nu een eind gemaakt. Lease Plan komt los van de bank en gaat over naar ABN Amro.

Zonder Lease Plan komen de problemen bij Mees goed naar voren. De bancaire activiteiten boekten vorig jaar een netto winst van 31 miljoen gulden. Dat is een rendement op het eigen vermogen van nog geen vier procent. ABN Amro kwam zelf op tien procent en Pierson zat daar in 1991 nog boven.

Het bancaire resultaat van Mees trekt het resultaat van moeder ABN Amro naar beneden. Pierson trekt dat resultaat op. Het verschil is alleen dat het Pierson-effect geringer is omdat het balanstotaal geringer is. Wanneer de cijfers van 1991 pro forma bij elkaar worden opgeteld, zou Mees Pierson minder scoren dan ABN Amro. Ligt een fusie dan voor de hand?

Puur rationeel zou een verkoop van Mees meer voor de hand gelegen hebben. In dat verband is de Deutsche Bank wel genoemd. Ook zijn er besprekingen geweest met verzekeraar Stad Rotterdam. In de Mees-gelederen werd in de afgelopen tijd vaak tegen beter weten in gehoopt op zo'n oplossing.

ABN Amro heeft namelijk het idee voor verkoop van Mees in vroeg stadium verworpen. Met een buitenlandse koper zou het paard van Troje zijn binnengehaald. De binnenlandse concurrentieslag met de grootmachten ING en Rabo is te heftig om tegenstanders een marktvoordeel door de aankoop van Mees te gunnen, ook al zou dat een rentabiliteitsvoordeel opleveren.

ABN Amro leek aanvankelijk te kiezen voor het aanhalen van de banden met Mees om zo rendementsverbetering te bewerkstelligen. In de Mees-gelederen werd vaak gesproken over de bemoeienis van ABN Amro, terwijl dat bij voorbeeld bij Pierson niet voorkwam.

Met de moed der wanhoop, en de daarbij vaak ingeschakelde McKinsey, heeft Mees ook zelf, zonder ABN Amro, geprobeerd orde op zaken te stellen. Koortsachtig werd gewerkt aan versterking van het eigen imago door nieuwe vestigingen in het buitenland te openen. Van oudsher profileert Mees zich in de goederenfinanciering. Dit werd uitgebreid met de financiering van scheepvaart en alles wat met havens te maken heeft. Terwijl Pierson het buitenlandse netwerk aan het consolideren was, ging Mees juist de afgelopen tijd uitbreiden.

Aan de aangekondigde fusie kan de conclusie worden verbonden dat moeder ABN Amro zich toch niet met de gevolgde lijn of het tempo ervan heeft kunnen verenigen. Onder leiding van Pierson-topman drs. J. Kleiterp moet de nieuwe Mees Pierson kijken of de bank beter kan renderen dan ABN Amro.