Een wal tegen illegalen

VORIG JAAR werden, afgezien van afgewezen asielzoekers, in totaal tienduizend vreemdelingen daadwerkelijk uit Nederland verwijderd. Een terreinverkenning van de Haagse politie heeft zojuist de schatting opgeleverd dat zich alleen al in de residentie twintig- tot dertigduizend illegalen bevinden. Uitzetting heet officieel slechts het sluitstuk te zijn van het restrictieve vreemdelingenbeleid. Toch is er een duidelijke discrepantie tussen beide bevindingen. Er is alle reden het illegalenprobleem serieus te nemen, al was het alleen als voedingsbodem voor allerlei ressentimenten in de samenleving.

Voor de Haagse hoofdcommissaris Brand is de boodschap duidelijk: “Illegalen moeten eruit”. Met deze uitspraak positioneert hij zich tegenover zijn spraakmakende Amsterdamse collega Nordholt, die openlijk zegt dat de politie haar handen al meer dan vol heeft aan criminele illegalen en “realisme” bepleit tegenover het illegalenprobleem in den brede. Ook in het Haagse plan van aanpak staan de criminelen overigens centraal. Beide benaderingen hoeven elkaar ook niet uit te sluiten: de politie kan zich beter concentreren op het criminele element wanneer andere maatschappelijke instellingen meer ernst maken met hun eigen bijdrage aan het ontmoedigingsbeleid.

Maar het is de vraag of die pet past, zoals ooit de slogan van de sociale controle luidde. De gezondheidszorg mag een mens in nood geen hulp weigeren, maar ook anderen met wie illegalen te maken kunnen krijgen, voelen zich vaak niet geroepen bij te dragen tot verdere marginalisering van mensen die toch al aan de zelfkant leven. De Haagse burgemeester Havermans merkte op dat het eigenlijk geen vraag zou moeten zijn of een kind van zeven jaar onderwijs dient te volgen onafhankelijk van de papieren van zijn ouders.

DE MODERNE bestuurder heeft inmiddels een manier ontdekt om de pijnlijke rol van controleur te verzachten: computercontrole. Vandaar de roep om het koppelen van allerlei persoonsbestanden, zodat uiteindelijk de schooldeur automatisch en op afstand wordt dichtgedaan door de vreemdelingendienst en niet door het schoolhoofd persoonlijk. Ook dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Een letter verschil in een buitenlandse naam kan toch weer voor onaangename toestanden zorgen. Bovendien heeft deze methode implicaties van veel wijdere aard dan alleen de verblijfsvergunning, zoals valt te illustreren met de commotie over de recente CDA-suggestie alle bijstandtrekkers op het bezit van grote auto's te controleren bij de kentekenregistratie in Veendam.

Koppelen roept allerlei vragen op over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, vragen die tot dusver voornamelijk zijn ontweken door kabinet en parlement. De materie is, zoals dat heet, “niet expliciet geregeld” in de Wet persoonsregistraties (WPR). In een notitie over gegevenskoppeling was voor minister Hirsch Ballin van justitie (en privacybescherming) eerder dit jaar de kous daarmee af: de WPR verbiedt het niet, dus het mag. Met dit formalistische antwoord zijn de inhoudelijke rechtsvragen niet van de baan. Koppelen van computerbestanden is niet per definitie taboe, want dat zou wereldvreemd zijn. Er zijn verbanden die je wel en die je niet mag leggen en dat hangt van de omstandigheden af. Maar - en dat is wezenlijk - koppeling moet telkens onderwerp van parlementair debat zijn en doorzichtig worden gemaakt.

INTUSSEN LIJKT de vraag naar illegale arbeidskrachten onverminderd. Prioriteit is dan ook om het de werkgevers minder aantrekkelijk te maken illegalen tewerk te stellen. Dat betekent toch weer een extra beroep op politie en opsporingsdiensten. Het is verleidelijk uit de kennelijk structurele vraag naar illegale arbeid te concluderen dat er naast alle afweermaatregelen ook een mogelijkheid moet komen voor selectieve immigratie. Dat heeft Den Haag dan tenminste zelf in de hand, is de redenering, Nederland doet ook nog iets goeds in de wereld en is dan des te meer gelegitimeerd de echte illegalen weg te werken. Maar gezien de druk die op de internationale migratiestromen staat is dat niet werkelijk een alternatief. De wal moet het schip keren. De vraag is hoe hard die wal moet zijn.