De Klerk ondergraaft zijn geloofwaardigheid; Kritiek van alle kanten na doordrukken amnestiewet

JOHANNESBURG, 2 nov. De status van president De Klerk als democraat-in-wording heeft een zware deuk opgelopen. Via een vluchtweg in de grondwet, gecreëerd in de apartheidstijd door zijn voorganger P.W. Botha, heeft de president een parlementair nee tegen zijn amnestiewet voor politieke misdaden genegeerd. Met alleen de steun van zijn Nationale Partij kan De Klerk nu wetsovertreders in staatsdienst vrijwaren van vervolging, zonder dat de natie zal weten welke misdaden in de “vuile oorlog” van de apartheidsjaren zijn gepleegd.

De Klerk is buiten en binnen het parlement - van het Afrikaans Nationaal Congres tot de extreem-rechtse Konservatieve Partij - gekritiseerd over de manier waarop hij zijn amnestie-voorstel tot wet heeft verheven. In de Engelstalige pers is de wet afgedaan als “amnestie via de achterdeur” en “het moordenaarshandvest”. De liberale Democratische Partij sprak zelfs van “een procedurele verkrachting”. Velen zien in de gang van zaken een terugkeer naar de machtspolitiek-oude-stijl, waarmee de "Nats' veertig jaar lang het land in hun greep hebben gehouden. Voor De Klerk, de hervormer die afscheid wilde nemen van dat verleden, is de amnestie-affaire daarom een als overwinning vermomde nederlaag.

Twee weken geleden probeerde het kabinet de amnestiewet (de Verdere Kwijtscheldingswet) in enkele dagen door de drie kamers van het parlement te jagen. In de blanke en het kleurlingenparlement lukte dat, wegens de meerderheid die de regerende Nationale Partij daar heeft. Maar in het House of Delegates, het politieke forum van de Indiërs, stuitte de wet op verzet. De partij Solidariteit eiste uitstel van behandeling, gezien de reacties die de wet in de samenleving had opgeroepen.

Om de parlementaire tegenstand te breken, legde De Klerk het wetsvoorstel voor aan de Presidentiële Raad. Dit slapende forum heeft krachtens de grondwet de bevoegdheid het laatste woord te spreken over een wet die door het driekamerparlement is afgewezen. De Raad deed dat voor het laatst in 1986 op verzoek van president Botha. Het is geen staaltje van hogeschool-democratie: via een slimme constructie is de Nationale Partij verzekerd van 35 van de 60 plaatsen in de Raad. Vrijdag kreeg De Klerk wat iedereen verwachtte. De Presidentiële Raad stemde met 38 tegen 14 voor de amnestiewet.

De wet biedt vrijwaring van vervolging aan mensen die betrokken zijn geweest bij de voorbereiding of uitvoering van misdaden met een politiek motief, gepleegd voor 8 oktober 1990, de datum waarop de regering en het ANC “vrede sloten”. De wet geldt ook voor mensen, die een straf uitzitten. De overtreders worden gehoord door een Nationale Raad voor Kwijtschelding, benoemd door De Klerk, die daarna ook de amnestie verleent. De overtreders krijgen de garantie dat alleen hun namen openbaar worden gemaakt, hun daden en slachtoffers blijven geheim.

De regering verdedigt de wet als een logisch voortvloeisel van de afspraken die De Klerk eind september met ANC-leider Nelson Mandela heeft gemaakt, maar het ANC zegt van niets te weten. Een ANC-woordvoerder noemde de wetgeving een poging van de regering om functionarissen van politie en leger die betrokken zijn geweest bij activiteiten van doodseskaders schoon te praten: “Criminelen kunnen zichzelf geen vergiffenis schenken”. De regering vergelijkt de amnestieprocedure met die voor ANC'ers die bij terugkeer uit het buitenland ook hun daden niet openbaar hoefden maken. “Deze wetgeving is niet bedoeld om het straatje schoon te vegen van een onverzoenlijke regering die achter de schermen betrokken was bij allerlei criminele activiteiten”, verklaarde De Klerk.

Zijn bulldozer-strategie moest wel leiden tot speculatie over zijn ware bedoelingen. Waarom zette De Klerk zijn imago als de eerste democratische Afrikaner leider en daarmee zijn politieke geloofwaardigheid op het spel? Waarom moest hij in volslagen isolement nù de amnestiewet doordrukken? Het meest gehoorde antwoord is dat de president de gijzelaar is van de “securocraten”, het machtige militaire blok binnen het staatsapparaat dat het meest te vrezen heeft van het verleden. Een andere theorie is dat de betrokkenheid van nog zittende politici van de Nationale Partij bij moorden op anti-apartheidsactivisten aan het licht kan komen.

Daarbij wordt verwezen naar twee zaken, die op dit moment in onderzoek zijn. Voor de rechtbank in Johannesburg dient de moord op de academicus David Webster in 1989. De zaak spitst zich toe op de betrokkenheid van het Burgerlijk Samenwerkingsbureau (BSB) van het leger, dat verantwoordelijk zou zijn geweest voor het vermoorden van vijanden van het regime. Het vermoeden bestaat dat BSB-leden over zeer schadelijke informatie beschikken.

In de Oostelijke Kaapprovincie loopt een onderzoek naar de moord op ANC-activist Mathew Goniwe in 1985, waartoe het huidige hoofd van de militaire inlichtingendienst, generaal "Joffel' van der Westhuizen volgens een uitgelekt memorandum opdracht zou hebben gegeven. De vraag is of destijds binnen het kabinet is besloten tot de eliminering van Goniwe. De uitkomst van deze onderzoeken kan politiek hoogst schadelijk zijn voor De Klerk en enkele van zijn ministers.

De amnestiewet is dat nu ook. Het is een exclusieve NP-amnestie, die een toekomstige regering vrijwel zeker terzijde zal schuiven. Het ANC heeft al aangekondigd zich niets van de wet te zullen aantrekken; het ANC is op zichzelf niet tegen een anmestie-regeling, mits alle feiten in de openbaarheid komen. Het bracht De Klerk verder in vergelegenheid door tegelijk met de behandeling van de wet de wreedheden in de ANC-kampen in Zambia, Angola, Tanzania em Oeganda openbaar te maken. Nationale verzoening had het hoofddoel moeten zijn van iedere amnestie-regeling. Die kans heeft De Klerk gemist.