De achterkant van openheid

Bij bestuursverkiezingen bij politieke partijen ontstaat geregeld een oncontroleerbare dynamiek. Op het Groen-Linkscongres kon men dat dit weekeinde aanschouwen. In de aanbevelingen van de kandidatencommissie werd het zittende partijbestuurslid en oud-PSP'er Erik Meijer afgewezen, omdat hij niet in het team zou passen. Prompt kwam de een na de andere spreker op het podium om “onze Erik” aan te bevelen, niet alleen als bestuurslid maar zelfs als vice-voorzitter, in plaats van “conformistische managers”. Aan het eind werd hij nog gekozen ook.

De kandidatencommissie had bij haar aanbevelingen een tactische fout gemaakt. Ze goot haar afkeer voor Meijer, die als "linkse drammer' bekend staat, in de fraai gevonden omschrijving dat Meijer, die “soms controversiële standpunten niet schuwt”, teveel vraagt van anderen. Ook heeft hij “een (te) grote overtuigingsdrang”. Niettemin stond er dat Meijer wel goed kan organiseren en dat als hij toch werd gekozen “nuttig werk voor de partij” zou kunnen doen.

Dat moest wel mis gaan, vooral omdat de commissie naliet om een andere exponent van de slinkende linkervleugel naar voren te schuiven. Niemand pleitte voor de vernieuwer Lagendijk, die als vice-voorzitter hoopte te worden herkozen. Het congres koos Meijer in die functie, niet omdat men zoveel met hem op had, maar gewoon omdat er iemand van de linkervleugel in het bestuur moest.

Als het bestuur Meijer alsnog had aangeboden gewoon partijbestuurlid te blijven, was hij dat geworden en had Lagendijk vice-voorzitter kunnen blijven. Toen partijvoorzitter Vos zag, dat haar steun en toeverlaat zonder veel omhaal werd weggestuurd, kon ze een vloek niet onderdrukken. Met de oude, sectarische vergadertechnieken was het wel anders gegaan. (HS)