Dankzij één simpele ingreep is voetbal al meer amusement; "Vroeger was een doelpunt één groot feest, nu zijn er vijf, zes kleine feestjes in een wedstrijd''

ROTTERDAM, 2 NOV. Toen secretaris-generaal Joseph Blatter van de wereldvoetbalfederatie (FIFA) in 1990 als uitvloeisel van het saaie wereldkampioenschap in Italië het plan "Voetbal 2000' lanceerde, koesterde hij de stille hoop dat de amusementswaarde van het voetbal binnen een jaar of tien zou stijgen. Dat de eerste veranderingen van de spelregels al zo snel invloed zouden hebben dat binnen twee jaar in zowat alle Europese landen het doelpuntenmoyenne is gestegen en daardoor naar veler mening het aantrekkelijkheidsgehalte, moet een aangename verrassing voor de FIFA zijn.

Juist het voetbal in de hoogste klasse van Italië, jarenlang in de ogen van velen een toonbeeld van defensieve mechanismen, heeft een spectaculaire gedaanteverwisseling ondergaan. Doelpunten, die de laatste veertig jaar eerder uitzondering dan regel waren, vallen dit seizoen in groten getale. Het gemiddelde van 3,39 per wedstrijd na acht competitieronden geldt niet alleen als een record in de Serie A, maar is evenals de score in België het hoogste scoringspercentage tot nu toe van alle Europese voetbalcompetities. In vergelijking met vorig seizoen in dit stadium van de competitie is het moyenne gestegen met liefst anderhalf doelpunt per duel.

De achtste speelronde van de hoogste Italiaanse klasse betekende precies een jaar geleden het dieptepunt van het seizoen wat betreft het aantal doelpunten. In negen wedstrijden werd toen slechts acht keer gescoord. Gisteren kwam men tot dertig treffers en dat terwijl de doelpuntenmachine van AC Milan voor het eerst in dit seizoen dienst weigerde (0-0 tegen Torino).

In geen Europees land is het aantal doelpunten zo sterk gestegen als in Italië. België is gedeeld eerste op de ranglijst, gevolgd door Duitsland. In de Nederlandse eredivisie is vergeleken met vorig jaar een lichte daling van het moyenne te zien. Hetzelfde is het geval in de Premier League van Engeland. Nederland was vorig seizoen in dit stadium koploper met 2.91 per wedstrijd. Ook in de drie Europese bekertoernooien wordt tot op heden meer gescoord dan een jaar geleden. Honderdzestig wedstrijden leverden 477 doelpunten op (gemiddeld 2,99 per ontmoeting), 46 meer dan in het seizoen 1991-'92.

Voor de technisch directeur van de FIFA, Walter Gagg, staat vast dat de verhoogde produktiviteit een gevolg is van de nieuwe spelregels. Sinds een speler uit het veld moet worden gestuurd die de "noodrem' hanteert, maar vooral sinds de doelman een bal die met de voet wordt teruggespeeld niet meer in zijn handen mag nemen, hebben spelers en coaches hun benadering van het spel moeten veranderen. “De terugspeelregel werd aanvankelijk met scepsis ontvangen. Maar onze technische adviseurs in de verschillende landen zijn tevreden. Er wordt positiever gevoetbald, voetbal biedt amusement. Doordat er nu meer druk vanuit het middenveld op de verdediging wordt uitgeoefend, worden door wanhopige verdedigers meer fouten gemaakt. Er ontstaat een kettingreactie: meer amusement, meer publiek, meer sfeer, meer inspiratie voor de spelers.”

Vóór de twee nieuwe spelregels was, volgens Gagg, het spel geconcentreerd in een smalle ruimte aan weerskanten van de middenlijn. “Uit beelden met computercamera's die oud-scheidsrechter Casarin bij Italiaanse wedstrijden maakte, blijkt dat de twintig veldspelers zich nu verspreiden over het veld. Vroeger werd een aanvaller die uitbrak neergehaald of via de buitenspelval onschadelijk gemaakt. Lukte dat niet dan werd de bal vaak teruggespeeld op de doelman.”

Een soortgelijke vorm van spelbederf, het vertragen, zal binnenkort volgens het plan "Voetbal 2000' worden aangepakt. Bij het wereldkampioenschap bleek dat de effectieve speeltijd van een wedstrijd die tweemaal 45 minuten duurt gemiddeld slechts 54,30 minuten bedroeg. Volgens de tijdwaarneming van Casarin is dat in Italië met drie minuten gestegen. Veel te weinig nog, meent Gagg, het moet op z'n minst 65 worden. “Bij terugspelen blijft de bal in het spel. In de toekomst gaan we de ingooi door de intrap vervangen en mogelijk wordt drie punten voor een overwinning universeel ingevoerd. Scheidsrechters zullen hun nog te milde houding moeten laten varen.”

Over het algemeen wordt de terugspeelregel de voornaamste oorzaak van het stijgende aantal doelpunten beschouwd. Trainer Aad de Mos, sinds zijn ontslag vorig seizoen bij Anderlecht zwervend door Europa als voetbaltoeschouwer: “Het werkt positief. Je ziet door de fouten van verdedigers en keepers leuke situaties ontstaan. Ik heb met de clubs waar ik trainer was altijd tegen muren moeten spelen. De tegenstanders pikten dan veel tijd van ons af met terugspeelballen. Dat kan nu niet meer. En dat is prettig voor de aanvallende ploeg.”

PSV-trainer Hans Westerhof vindt elke conclusie aan de hand van doelpuntenmoyennes voorbarig. “Laten we aan het eind van de competities eens kijken hoe de laag geplaatste elftallen dan spelen. Nu spelen ze aanvallend, maar als ze de punten nodig hebben, gaan ze weer voor het doel liggen. Dat is begrijpelijk. Maar duidelijk is wel dat door de terugspeelregel de thuisploeg of de ploeg die wil aanvallen in het voordeel is.”

Walter Meeuws, trainer van FC Antwerp en ex-bondscoach van België, verrast de enorme stijging van het aantal doelpunten in de Belgische competitie allerminst. “Het voetbal in België is bekend door de degelijke defensieve organisatie. Daardoor werd veel teruggespeeld. Van een verdediger worden nu voetballistische, technische oplossingen gevraagd. Daar hebben traditioneel geschoolde verdedigers moeite mee. Ze draaien zich bij twijfel om en geven een slechte bal aan de middenvelders. Zodoende riskeren ze een counter op gang te brengen van de tegenstander. Niet van de keepers, maar van de verdediger moet toch de grootste aanpassing komen.”

Meeuws zegt dit seizoen met Antwerp aanvallender te spelen. Enerzijds omdat voor België's bekerwinnaar adel verplicht. Anderzijds: “Vorig jaar behaalden we veel punten, maar men verweet ons dat het spel onaantrekkelijk was. Om meer publiek te lokken zijn we gaan aanvallen. Maar nu komen onze beperkte verdedigers in de problemen. We hebben met 5-3 gewonnen, maar thuis ook met 3-2 verloren. Nu hebben we 18 goals voor en 22 tegen. Vorig jaar 14 voor en 10 tegen. Dat betekent in totaal 40 doelpunten vorig jaar en 24 nu. Een verschil van 16, 1,5 meer per wedstrijd.”

Meeuws, die bij Ajax speelde, verrast het niet dat in Nederland het doelpuntenmoyenne niet stijgt. “Daar wordt al langer aanvallender gespeeld met een inschuivende libero. Zoals Jonk bij Ajax speelt. In België stond een libero nog bij de meeste clubs achter de verdediger.” De Mos: “In Nederland werd vroeger ook al veel gescoord. Dus kan het wel eens een beetje minder zijn dan het vorige seizoen en soms een beetje meer.”

Ajax-trainer Louis van Gaal meent dat Nederland voor ligt op de rest op Europa. “Door die tactische scholing kunnen trainers en elftallen zich gemakkelijker een systeem toeëigenen waarbij het voorkomen van doelpunten eenvoudiger wordt. In het buitenland is men nog niet zo ver. Als een elftal daar het roer omgooit, aanvallender wil gaan spelen, komt het prompt in de problemen. Zoals nu in Italië. De tactische discipline ontbreekt, het samenspel tussen keeper en verdediging is niet goed ontwikkeld. Veel fouten dus en dus veel doelpunten. Een omschakeling is niet zo gemakkelijk. Dat is een proces van jaren.”

Het lijkt opmerkelijk dat in het Engels voetbal de invloed van de nieuwe regel het kleinst is. Dat heeft echter te maken met het feit dat de altijd aanvallend ingestelde Britten al gewend waren opportunistisch vooruit te spelen en dat bovendien hun keepers al vaak meevoetbalden. Verscheidene doellieden in het Engelse topvoetbal nemen zelfs vrije trappen ver buiten hun eigen strafschopgebied.

Italië ondergaat nu de grootste metamorfose. Sinds de competities van 1950 en 1951 is er niet meer zoveel gescoord als nu. In 1950 vielen gemiddeld 3,30 doelpunten, in 1951 3,15. Juventus werd in 1950 kampioen met 100 doelpunten in 38 wedstrijden, gevolgd door AC Milan met liefst 118. In 1951 veroverde Milan de titel en scoorde het evenals nummer twee Inter 107 maal, Juventus werd derde met 103 goals. Voor de hoge produktie waren met name Scandinavische spelers verantwoordelijk. Bij Milan de Zweden Gren, Nordahl en Liedholm. In 1950 en '51 scoorde Nordahl respectievelijk 35 en 34 keer.

Het antwoord op de aanvalsdrift van Milan kwam van stadgenoot Inter, dat een defensieve tactiek invoerde. De Argentijnse trainer Hellenio Herrera perfectioneerde bij Inter het catenaccio-systeem dat Nereo Rocco jaren daarvoor bij Triestana had ingevoerd als "tactiek van de kleintjes tegen de groten'. Toen Rocco in de beginjaren zestig door Milan werd ingelijfd, als antwoord op Inter, viel van een doelpunt slechts bij hoge uitzondering te genieten.

Gianni Rivera, de "gouden jongen' en mooiste speler die AC Milan ooit bezat, weet zich de jaren zestig met Rocco nog goed te herinneren. “Wij speelde niet zo verdedigend als Inter, wij wachtten op de aanval. Dat vereiste tactisch inzicht van de niet-aanvallers en discipline van de verdedigers. Als er een doelpunt viel was het feest, één groot feest. Tegenwoordiger zijn er vijf, zes kleine feestjes per wedstrijd. Een kwestie van smaak. Maar of de ware voetballiefhebber geniet van doelpunten die door fouten worden gemaakt, weet ik niet.”

Volgens Rivera, lid van de commissie van studie en onderzoek van de Italiaanse voetbalbond, is niet alleen de terugspeelregel de oorzaak van de vele doelpunten. “De meeste clubs spelen nu als Milan onder Sacchi en nu komt Capello met een zôneverdediging in plaats van met mandekking. Dat vereist omschakeling doordat er meer ruimte komt. Inter aarzelt, dat is een club met een defensieve traditie. Sacchi speelde al bij Parma aanvallend en met een zôneverdediging voordat hij bij Milan kwam. Hij werd daarom door Berlusconi aangetrokken. Sacchi moest zo aanvallend mogelijk spelen van Berlusconi (opvolger van Rivera als voorzitter, red.). Zonder hem en zijn systeem waren Van Basten en Gullit nooit zulke goede aanvallers geworden. De terugspeelregel heeft zeker ook effect. Met name de keepers zijn er nog niet op ingesteld doordat ze jaren in het catenaccio speelden. Voor de verdedigers is het simpeler. In Italië beschikken de meeste verdedigers meestal over een goede techniek. Zeker Milan met Maldini en Baresi.”

Rivera wijst er op dat de beste aanvallers van Europa in Italië spelen. “Maar dat geldt niet voor de verdedigers. Dat zijn vooral Italianen. Niet dat die slecht zijn. Maar er is vooral in aanvallers geïnvesteerd.” Rivera gelooft niet dat de andere clubs zich neerleggen bij de suprematie van Milan en daardoor meer open gaan spelen. “Elke club wil juist de eerste zijn die Milan verslaat. Als dat lukt, zal dat andere clubs motiveren, want dan blijkt de club niet langer onverslaanbaar.”

Milan-president Silvio Berlusconi heeft schriftelijk laten vastleggen dat zijn elftal op de aanval moet spelen. Berlusconi was in zijn jeugd een fan van topscorer Nordahl. Maar dat is niet de voornaamste drijfveer. Hij wil een voetbalshow, show voor zijn tv-uitzendingen, of het nu quizzen met mooie blote meiden zijn of voetbalwedstrijden. Dat is wat een aantal Italianen zo tegenstaat. Dat plastic. Zoals enkele gezaghebbende voetbaljournalisten. Nestor Gianni Brera van La Repubblica meent dat 0-0 een foutloze wedstrijd betekent. “Al die doelpunten betekenen alleen maar dat er geblunderd wordt en niet dat het voetbal er fraaier en beter op geworden is. Niets voetbalfeest, een ramp.” Enzo d'Orsi van Tutto Sport: “Dit is niet meer het kampioenschap van Italië maar dat van Luxemburg. De verdedigingen van Italië zijn een schande voor het moderne voetbal. Ze horen thuis in de derde divisie. Het zal niet lang duren of in het Italiaanse voetbal zal alles weer normaal worden.”