Allerheiligen in Warschau

Aan weerszijden van de Marszalkowskastraat staan lange rijen bussen. Met bloemen in de arm staan mensen klaar om in te stappen. Waar gaan zij heen?

Als ik meewil, heb ik de keus uit een dozijn bestemmingen, allemaal kerkhoven. Min of meer argeloos kies ik voor het Powazki-kerkhof. Dit is het oudste nog bestaande kerkhof van Warschau. Het lijkt of heel de geschiedenis van de stad hier en op de aangrenzende kerkhoven ligt begraven.

De politie heeft alle wegen in de omtrek afgezet en weert auto's zo veel mogelijk van de zes ingangen. De straten om het kerkhof zijn herschapen in een bloemenmarkt. Veel chrysanten, grote chrysanten vaak, maar ook bakken met viooltjes, emmers met anjers, hier en daar gerbera's en vooral dennetakken, eindeloos veel dennetakken. Alsof het volgende week kerst is. Kinderen proberen wat bij te verdienen door auto's die de afzetting trotseerden een plaats te wijzen. Overal worden waxine-lichtjes te koop aangeboden. Er staan stalletjes met boekjes en plattegronden van het immense kerkhof.

De mensenstroom zuigt me mee naar poort 4. Op dit punt is het kerkhof bijna een kilometer lang en meer dan een kilometer breed. De indeling in vakken is even systematisch als het stratenplan van Manhattan. Hoofdwegen en secundaire paden verdelen het terrein in ongeveer vierhonderd rechthoeken. Hier zijn sinds 1792 honderdduizenden Polen begraven.

Als ik de namen op de graven probeer uit te spreken struikel ik over mijn tong. In de Allee van Beroemdheden liggen politici en militairen van verschillende regimes, kunstenaars en wetenschappers begraven, maar hun namen zeggen mij niets. Ik kijk naar de jaartallen en tel hun levensjaren.

De geschiedenis van Polen, het is bekend, is een aaneenrijging van bezettingen door vreemde overheersers, opstanden, bloedige repressie en verwoesting. Een geschiedenis van dood. Al in de zeventiende eeuw hebben de Zweden het grootste deel van het toenmalige Warschau verwoest. De telkens terugkerende Russen hebben de afgelopen tweehonderd jaar vele opstanden neergeslagen. In 1794 werden 25.000 inwoners slachtoffer van de Russische terreur. Alsof dat allemaal nog niet genoeg was, hebben de Duitsers de stad tweemaal bezet, de laatste maal zo gründlich dat tachtig procent van de bebouwing in puin lag. Niet alleen het joodse getto met zijn half miljoen inwoners werd uitgeroeid, ook de rest van de stad werd straat voor straat en huis voor huis vernietigd.

Inmiddels is de stad met de treffende bijnaam Feniks uit haar as en puin herrezen. Warschau leeft sinds 1990 intenser dan ooit. Met anderhalf miljoen inwoners heeft het zijn plaats in de ranglijst van wereldsteden weer ingenomen. Het monumentale centrum is als een getrouwe kopie van het verleden herbouwd. De winkels van de hoofdstad zijn goed gevuld, de duurdere zaken met veel luxe. De mensen gaan goed gekleed en het autopark vernieuwt zich snel. Aan de voet van het Paleis van de Cultuur, een communistische suikertaart die vanaf elk punt in de stad opvalt, tarten casino's en seksshops de geest van Stalin.

Allerheiligen valt dit jaar in het weekend. Normaal is 1 november een vrije dag, nu is het zondag. Het voordeel is wel dat er twee dagen zijn om de nagedachtenis van de Polen die dit alles niet meer mogen beleven eer te bewijzen. Gewapend met emmers, bezems en borstels schrobben grootouders van voor de oorlog, ouders van de tijd van de Volksrepubliek en jongeren van de snel oprukkende popcultuur de zerken en grafmonumenten schoon. Af en toe valt er een mistig herfstblad neer op een net gepoetste zerk. Tien handen tegelijk proberen het te verwijderen. De bladeren worden in vuilniszakken afgevoerd naar afvalbergen op de kruispunten van de dodenstad. Met zorg en toewijding worden bloemen, planten en dennetakken op de graven gedrapeerd. Kinderen leggen figuren van kastanjes. De lei van de geschiedenis moet er netjes uitzien.

De stroom bezoekers gaat onverminderd door als ik het katholieke Powazki-kerkhof verlaat en een omweg maak naar de Stanislaw Kostka-kerk. Hier ligt naast de kerk de verzetsheld pater Jerzy Popieluszko begraven, die op 19 oktober 1984 door drie agenten van de staatsveiligheidsdienst werd vermoord. Nu wordt hij vereerd als martelaar en zijn graf is één bloemenzee.

Terug naar de omgeving van het Powazki-kerkhof. De evangelischen, de lutheranen, de orthodoxen, de moslims en de joden hebben hier hun eigen begraafplaatsen, alle grenzend aan elkaar. Hoewel de protestanten geen Allerheiligen vieren, blijken zij op deze dag toch hun doden met gebeden, bloemen en waxine-lichtjes te gedenken. Ik eindig mijn rondgang op het joodse kerkhof aan de Okopowastraat. Dit ”Huis der Eeuwigheid' dateert uit 1806 en telt meer dan honderdduizend graven. Het aantal doden is veel groter, want hier werden in de oorlog ook de uitgehongerde inwoners van het getto, die Treblinka niet meer haalden, collectief ter aarde besteld.

Het kerkhof is in 1960 ”herontdekt' en wordt nu stukje bij beetje in ere hersteld. Af en toe bezorgen antisemitische vandalen de verzorgers extra werk.

Zo druk als het was op Powazki, zo stil is het hier. In een van de laantjes legt het echtpaar Sicinski bloemen op de gedenksteen voor zijn joodse ouders. Sicinski's moeder is destijds gedeporteerd naar Treblinka. Waar zijn vader is omgekomen weet hij niet. Hij heeft hier een steen laten oprichten om een gedenkplaats te hebben. Hoewel ook joden niet aan Allerheiligen doen, leggen de Sicinski's vandaag toch bloemen op deze steen en op het graf van een bevriende jood, die onlangs is gestorven. “Onze gemeenschap in Warschau telt nu niet meer dan een paar duizend mensen”, zegt Sicinski. “Af en toe wordt hier weer iemand begraven.”

Sicinski is 71. Als door een wonder is hij ontkomen aan de miljoenenmoord. Hij leidt mij naar het sobere monument voor de omgekomen joden. Een cirkel van gedenkstenen, net zoals in Treblinka. Op een plaquette staat een tekst uit het bijbelboek Joël: “Vertelt daarvan aan Uw kinderen; laten Uw kinderen het aan hun kinderen vertellen en hun kinderen weer aan het volgende geslacht.”