Zwarte uitkeringsfraude

Hoe vaak zwart werken in combinatie met uitkeringsfraude voorkomt, staat niet vast.

Dr. B. Kazemier van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), die promoveerde op een onderzoek naar het zwarte geldcircuit, schat de omvang daarvan op ""maximaal tien procent'' van het Bruto Nationaal Product. Volgens die berekening zou er in 1991 55 miljard gulden aan zwart geld in omloop zijn gebracht. Zich baserend op een gedateerde enquête uit 1983-'84 komt Kazemier tot de schatting dat in Nederland een miljoen mensen van boven de zestien jaar zwart werkt, oftewel twintig procent van de beroepsbevolking. De Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA) stelde in 1988 dat een derde van de Nederlanders zwart werk aanbiedt. Maar alle ramingen zijn onbetrouwbaar ""omdat zwart geld zich nu eenmaal in principe aan het zicht onttrekt''. Ook dr. P. Renooy, directeur van het onder meer in opdracht van het ministerie van sociale zaken werkende Amsterdamse onderzoeksbureau Regioplan, zet vraagtekens bij het bestaande cijfermateriaal. Hij refereert aan onderzoekers die met twintig werkgevers spreken en vragen hoe veel procent van hun werknemers ook zwart werk verricht. ""Dan vermenigvuldigen ze het resultaat met alle bouwvakkers in Nederland om vast te stellen hoeveel bouwvakkers zwart werken.''

In 1989 bleek uit een onderzoek onder 402 uitkeringsgerechtigden dat zes tot negen procent van de werklozen en arbeidsongeschikten die anderhalf jaar een uitkering ontvangen, zwart werk verricht. Renooy meent dat zwart werken vooral voorkomt bij mensen die al een betaalde baan hebben en wil in dat verband waken voor ""een verdere stigmatisering van de uitkeringsgerechtigden''.

De drie grote steden vorderden vorig jaar ruim 84 miljoen gulden terug van mensen die ten onrechte een uitkering genoten. Daarbij concentreerden ze zich vooral op de zogenaamde witte fraude, die inzichtelijk werd door de koppeling van de bestanden van de belastingdienst en die van de sociale diensten. De dienst Sociale zaken en werkgelegenheid van de gemeente Rotterdam verrichtte in 1991 op een totaal van 65.000 uitkeringsgerechtigden 3600 fraude-onderzoeken. Volgens woordvoerder J. de Kuyer leidde dat in 500 gevallen tot een strafrechtelijke vervolging, in 250 gevallen bleken de vermeende fraudeurs onschuldig en bij 2500 mensen werd een terugbetalingsregeling getroffen. Het fraude-onderzoek uit 1991 leverde de gemeente Rotterdam een besparing op van 625.000 gulden per maand.

Drs. H. Hofman, hoofd van de afdeling sociale recherche van de Gemeentelijke Sociale Dienst in Amsterdam, wil niet zeggen hoe veel employés zijn dienst telt. ""Je laat het aantal mensen dat je inzet, afhangen van je prognose. In zijn algemeenheid kan ik stellen dat de imput aan zwarte en witte fraude groter is dan we kunnen verwerken.'' Bij de Amsterdamse GSD kwamen over de jaren 1988-89 43.000 ""onderzoekswaardige gegevens'' binnen en in 1990 nog eens 37.000. ""Met man en macht zijn we bezig uit te zoeken in welke mate er bij deze dossiers sprake is van fraude'', aldus Hofman. Hij verwacht dat het onderzoek over de jaren 1988-89 pas in de zomer van 1993 zal zijn afgerond.

In al deze gevallen gaat het om mogelijke "witte fraude”, dus van mensen die een legale werkgever hebben en daarnaast ten onrechte een uitkering ontvangen. ""De zwarte fraude staat hier nog helemaal los van”, zegt Hofman. ""We zijn in ieder geval tot de conclusie gekomen dat het geen enkele zin heeft achter één zwarte fraudeur te hollen.” De Amsterdamse GSD werkt tegenwoordig dan ook ""vooral preventief en projectmatig”. Hofman: “We nemen steeds één bepaalde sector onder de loep. Ons beleid is niet meer gericht op de bestrijding maar op de beheersing van zwarte fraude.”