Slick Willy, Mr. President en de Wizard of Oz; De campagnes '92

Wie er ook wordt gekozen komende dinsdag, in geen jaren heeft Amerika zo'n inhoudelijke presidentiële verkiezingscampagne gehad. Trends zoals de steeds geringere belangstelling, de steeds langere duur van campagnes en de toenemende gevechten tussen kandidaten over politiek futiele zaken zijn gebroken.

Dit jaar gaat het ergens over. Opiniepeilers hebben geen moeite om iemand te vinden die geïnteresseerd is. Het jaar dat begon in het teken van de walging van alles wat met politiek te maken had, eindigde in een record politieke deelname. Massa's mensen hebben zich voor het eerst laten registreren om te stemmen. Zelfs jongeren, die in vorige jaren zo apathisch waren, gaan naar de stembus. En dankzij de dwingende aanwezigheid van een derde kandidaat kregen ze echte, tegengestelde alternatieven voorgeschoteld, waarvan één zelfs offers van de kiezers vergde. Wat begon met schandaaltjes over overspel, ontduiking van Vietnam, eindigde in een debat over de inrichting van de toekomst. Het is mede te danken aan een even excentrieke als autoritaire miljardair, die het democratisch gehalte nog versterkte door na zijn bijdrage daden van politieke zelfdestructie uit te voeren.

Volgens opiniepeilingen zijn de kiezers nu tevredener over de campagne dan vorige jaren. Ze luisteren naar de politieke reclameboodschappen. En de meest rasechte politicus van allen, Bill Clinton, heeft de opiniepeilingen gedomineerd. Hij overleefde aantijgingen van overspel, diensplichtontwijking en oneerlijkheid. De kiezers gaan dit jaar genoegen nemen met een traditionele politicus, nadat ze gesnuffeld hebben aan het alternatief in de gedaante van mr fix it Ross Perot.

Misschien is de grote betrokkenheid dit jaar een slecht teken. Amerikanen wenden zich alleen tot de politiek als het niet goed gaat. Dit jaar woont voor het eerst het grootste deel van de bevolking in de voorsteden. Daar hebben alle drie de kandidaten, president George Bush, gouverneur Bill Clinton en miljardair Ross Perot zich ook op gericht. Die voorsteden zijn niet langer veilige woonreservaten en lijken steeds meer op de rest van het land. De vreedzame, beboomde wijken verbergen economisch leed. Achter stevige houten voordeuren buigen mensen zich over de hypotheekrekeningen die ze niet meer kunnen betalen omdat ze zijn ontslagen bij een wapenfabriek. En anders dan vroeger wacht er geen vanzelfsprekende nieuwe baan. Ook stropdassendragers zijn bij deze recessie massaal gesneuveld. Nieuwe werkgevers bieden weinig extra's meer zoals een ziektekostenverzekering, want er zijn genoeg werknemers die het zonder doen.

Een ander element van vervoorstedelijking is versplintering. De consumptieve babyboom-generatie woont in een asfalt-en-grasveld-gebied waarvan alleen de al of niet overdekte shopping malls de gedaanten van centra hebben aangenomen. Zij willen hier hun geluk en zelfontplooiing vinden maar het komt niet. Ze beschikken over alle attributen van de Amerikaanse droom, het grasmaaitractortje, de video, de compact disc en hun levensdoel is gereduceerd tot de bescherming van dit eigen, luxueuze hachje. Hun credit cards zijn uitgeput en zelfs een verandering van baan kan al gevaarlijk zijn, omdat het op verlies van de ziektekostenverzekering kan komen te staan.

De geringe perspectieven dragen bij tot de lusteloosheid die zich na het einde van de Koude Oorlog meester heeft gemaakt van de mensen. Plotseling zagen de burgers de verloedering van eigen land, die al veel langer aan de gang is. Made in America staat voor slechte kwaliteit. Pendelaars hobbelen in hun Japanse auto's over wegen vol gaten. Op de parkeerplaats van de supermarkt loert een autokaper en achter de zuil van de garage schuilt een verkrachter. Er is geen gemeenschappelijk nationaal doel meer, dat dit allemaal dragelijk maakt. ""De eeuw was ooit rijk aan utopia's die nu zonder betekenis zijn voor de meeste Amerikanen. We noemden ze geen "utopia's', maar De Klasseloze Maatschappij, De Smeltkroes, De Afschaffing van het Racisme, Een Nieuwe Republiek, Progressivisme, De Belofte van het Amerikaanse Leven, De Gelijkheid van de Sexen, De Nieuwe Vrijheid, Een New Deal, Een Eerlijke Deal, De New Frontier'', schreef essayist Alfred Kazin vorige maand in Forbes.

De afwezigheid van idealen heeft ook bijgedragen tot sarcastische afstand van de politiek en geringe offerbereidheid. De verpaupering van de onderklasse valt buiten de discussie, want hun situatie zou onverbeterlijk zijn. Als politici niet aan de directe wensen van de consument-kiezer voldoen, wordt op een ander kanaal overgeschakeld. De ethische richtlijnen zijn strenger en kleine schandaaltjes, die vijftien jaar geleden nauwelijks rimpelingen hadden veroorzaakt, worden opgeblazen tot nationale crises. Op zoek naar een overkoepelende boodschap zijn de kiezers dit jaar van de ene presidentskandidaat naar de andere gesneld. Bij de debatten vergeleek een vragensteller het kiezerspubliek met ""behoeftige en symbolische kinderen van de volgende president''.

Geen van de drie presidentskandidaten heeft de kinderen tijdens de campagne bij de hand kunnen pakken. De verkiezingsperiode komt daarvoor te vroeg. President Bush was het eerste slachtoffer van de crisis. Terwijl hij zwelgde in de Nieuwe Wereldorde werd hij eind vorig jaar met beide voeten op de grond gezet door het verlies van zijn voormalige Minister van Justitie bij de senaatsverkiezingen in Pennsylvania. Veel mensen verloren in die periode hun ziektekostenverzekering, en dat onderwerp werd het hoofdthema van de verkiezingen. Bush raakte in verwarring, hij stelde zijn reis naar Japan uit en zijn zoon ontsloeg de conservatieve chef staf van het Witte Huis. Eigenlijk had hij in 1988 van de voorstedelijke kiezers een mandaat gekregen tot passiviteit omdat volgens hen elk overheidsinitiatief alleen maar belastinggeld kost. En nu wensten die zelfde kiezers plotseling dure actie, terwijl het overheidstekort opliep.

Eerst probeerde Bush aan te geven dat hij om de noden van de kiezers gaf. Hij ging sokken kopen in een shopping mall om een voorbeeld te geven aan consumenten die geen geld meer wilden uitgeven. Toen dergelijke symbolische gebaren niet hielpen, kwam hij met plannen voor de ziektekostenverzekering (speciale belastingaftrek) en wat opgewarmde oude ideeën over verlaging van de belasting op de vermogensaanwas, subsidie voor particuliere scholen en zwakke imitaties van Clintons programma, zoals studiefinanciering. Er sprak weinig overtuiging uit.

De president verafschuwt politiek. Hij beschouwt het als een stoorzender voor redelijk bestuur, niet als een middel om consensus te vormen. ""Er zal geen politiek aan de horizon zijn'', beloofde hij deze week nog over zijn mogelijke tweede termijn. Bush is een laissez faire patriciër die in verkiezingstijd met dichtgeknepen neus het strijdperk betreedt (""in de politieke stand'', noemt hij dat). Dit jaar stelde hij dat moment, na zijn overwinning in de voorverkiezingen, zo lang mogelijk uit. Op zichzelf niet zo gek, want de campagne duurt al lang genoeg. Maar Clinton had inmiddels een ruime voorsprong.

Toen Bush eenmaal in de arena stond, deed hij voluit mee. Hij overlaadde belangrijke kiezersgroepen met federale cadeautjes. Zijn medewerkers liet hij als huurlingen hun gang gaan met het zwart maken van de tegenstander. Zelf heeft hij ook meegedaan, tot insinuaties over Clintons vermeende KGB-ontmoetingen in Moskou toe. Maar dit jaar werkte de negatieve campagne niet zo goed als in 1988, toen hij zijn verbouwereerde rivaal Dukakis met een spervuur van verdachtmakingen kon wegblazen. Na reeksen krantenberichten dit voorjaar was het publiek al immuun geworden voor karakteraanvallen. Goed stuurmanschap in internationale crises is na het beëindigen van de Koude Oorlog minder belangrijk geworden. Vorige maand openbaarde hij in Detroit een coherent economisch programma onder de naam "Agenda voor Amerikaanse vernieuwing'. Maar toen dat niet meteen aansloeg, hervatte hij zijn aanval op het karakter van de tegenstander. Bij het derde televisiedebat bleek dat de economische boodschap van lage belastingen nog steeds werkte. Bush is daar sindsdien met enig succes op doorgegaan.

Clinton bleef altijd bij de economische les. In zijn kantoor hangt een spreuk "It is the economy, you stupid'. Hij voerde een meer positieve campagne dan Bush. Voor negatieve reclame kreeg hij hulp van de media die elke dag economisch rampnieuws brachten. Hij hoefde Bush niet persoonlijk aan te vallen maar alleen wat slechte economische cijfers af te raffelen, elke toespraak weer. Zijn medewerkers deden het zelfde. Wie hen een vraag stelt (liefst live op televisie) krijgt een mantra als antwoord: ""Daar gaat het niet om. De werkelijke kwestie in deze verkiezingen is de slechte economische toestand. Bent u er beter aan toe dan vier jaar geleden? Het nationaal produkt is gedaald met....etc''. De leidraad is dat de periode van na de Koude Oorlog ander overheidsbeleid vergt. Nu de overheid het bedrijfsleven niet meer via het Pentagon kan stimuleren, moet het langs andere weg gebeuren.

Met de financiering van de plannen wil het niet lukken. Alleen buitenlandse bedrijven en de rijken moeten het gelag betalen. Het bijeenhouden van de fragiele coalitie vergt ook het talent van een Slick Willy. Tijdens de Democratische voorverkiezingen moest hij linkse Democratische belangengroepen paaien, die bij de algemene verkiezingen aan hem zijn overgeleverd. Met het "Nieuwe Convenant' deed hij bij de Democratische conventie nog een poging tot een algemeen thema. De offers moesten komen van de uitkeringstrekkers, die voortaan zouden moeten werken voor hun geld of een opleiding moesten volgen. Het is niet de eerste maal dat dit is voorgesteld, maar het is populair bij de middenklasse die van hem een kleine belastingverlaging verdient. Verder is er het idee van een burgerdienstplicht voor degenen die hun studielening niet kunnen afbetalen.

De ontwijkende kandidaten boden de onafhankelijke Perot een vrij schootsveld. Hij kreeg het monopolie op eerlijkheid omdat hij het verzwegen overheidstekort aan de orde stelde. De autoritaire en lichtelijk paranoïde miljardair heeft al meer aan televisiereclame voor zichzelf uitgegeven dan beide hoofdkandidaten samen. De Wizard of Oz kandidaat verschijnt vrijwel alleen via de televisie voor de mensen. Dit is effectief in de voorsteden, waar het marktplein is uitgestorven. Perot vroeg offers van de kiezers in de vorm van een benzinebelasting, andere heffingen en ferme bezuinigingen, en sommige kiezers vermoeden dat het niet anders kan. Omdat hij op zo'n klunzige, schoolmeesterachtige manier de aanwijsstok hanteert, nemen de kijkers ook aan dat de geboden cijfers en feiten niet zijn opgepoetst. Kleine en grote leugens werden voor waar aangenomen. Perots reclameboodschappen scoorden bij het publiek het hoogste op vermeend waarheidsgehalte. Hij kreeg 16 miljoen kijkers.

Bush en Clinton hebben Perots aanvankelijke succes ook aan eigen zwakte te danken. Ze durfden de antipoliticus niet aan te vallen. Het zelfde gebeurde in 1968 bij de onafhankelijke racistische kandidaat George Wallace. Politici hebben heilige angst voor populisten. Toen Perot overwoog om voor de tweede keer mee te doen, stuurden Bush en Clinton hun grootste kopstukken naar de miljardair en zijn "vrijwilligers'. De miljardair werd bijna nog belangrijker dan de beide kandidaten door de aanwezigheid van hun eerwaarde smekelingen in Dallas. Het geeft de richting aan voor bedreven politici die zich buiten een partij om tot het publiek willen richten.

Perot wist de bemiddeling van de politieke pers uit te schakelen door het gebruik van a-politieke talkshows. Hij opende zijn vrijwilligersacties bij de "Larry King show' en verscheen bij alle ochtendbabbelprogramma's. Gouverneur Clinton volgde hem snel. Hij vertoonde zich zelfs op de rockzender MTV en speelde saxofoon bij de zwarte tv-gastheer Arsenio Hall. Bush stribbelde eerst tegen (""Ik wil geen tieneridool spelen'') maar zondag zal hij er aan geloven en verschijnt ook de president voor het eerst op MTV. Hier hebben de kandidaten geen last van politieke journalisten die de uitspraken op hun waarheidsgehalte kunnen toetsen. En er is nog een voordeel. Via deze praatprogramma's wordt een publiek aangeboord dat normaal niet naar nieuws en actualiteiten kijkt. MTV begon de actie Rock the Vote om jonge kijkers als kiezers te laten registreren en naar het zich laat aanzien hebben ze dat ook in grote aantallen gedaan.

Het tweede debat, waarbij geen journalisten maar toeschouwers de vragen konden stellen, werd door het publiek het meest gewaardeerd. Kiezers en journalisten hebben hier tegengestelde belangen. Kiezers willen weten wat de kandidaten over misdaad, werkloosheid en gezondheidszorg denken. Zij zijn daar niet zo goed van op de hoogte als journalisten die zich vervelen bij het opdreunen van de verkiezingsprogramma's. Journalisten proberen vuurwerk af te steken met nieuws over Clintons ontduiking van Vietnam, de opiniepeilingen of Irakgate. Door de menging

van debatvormen hebben de kandidaten elkaar niet uitsluitend aangevallen en beschuldigd maar deden ze ook aan nuttige publieksvoorlichting, waarbij de tegenstellingen goed aan het licht kwamen. Opnieuw was het Perot die de discussie verrijkte door het verzwegen overheidstekort ter sprake te brengen. Er waren 90 miljoen kijkers per debat.

Na de debatten steeg Perot in de peilingen. Toch hoefde de pers hem nauwelijks kritisch door te lichten, want hij openbaarde zelf zijn ware karakter. Vorig weekeinde zag Perot dat zijn stijging in de opiniepeilingen zich stabiliseerde en dat hij waarschijnlijk nooit meer het niveau zou halen van voor zijn vertrek in juli. Hij bedacht een list. Als hij aan het publiek zou onthullen dat hij toen was opgestapt omdat de Republikeinen het huwelijk van zijn dochter zouden verstoren, zou iedereen het begrijpen. Volgens medewerkers geloofde hij het verhaal zelf, al was het hem door een fantast op de mouw gespeld. Hij voegde er bij de presentatie aan zijn "vrijwilligers' nog een anekdote aan toe. Zijn dochter had hem na haar huwelijksreis aangespoord met: ""Nu is het voorbij, dus waarom stap je niet weer in de verkiezingsrace!''.

Een eigenaar van een groot bedrijf kan zo tegenover zijn ondergeschikten optreden maar in de politiek werkt het anders. Perot vergat dat de pers zijn verhaal niet zomaar zou accepteren. Er was geen enkel bewijs. Bovendien werd bij elk televisienieuwsprogramma nog eens zijn persconferentie in juli vertoond. Daar gaf hij hele andere redenen voor zijn opstappen. Zijn broodeerlijke imago was aangetast. Toen hij maandag inzag dat zijn verhaal niet volgens plan werkte, dacht hij de episode met een knip van zijn vinger te kunnen beëindigen. ""Ik neem de Republikeinen op hun woord en we beschouwen de zaak als afgedaan'', zei hij. Maar het begon pas. Met zijn onbehouwen gedrag tegenover de journalisten liet Perot zien hoe slecht hij tegenspraak kan dulden. Er volgde een lawine van commentaar en een daling in de peilingen. Perot, eerst gezien als een van de eerlijkste kandidaten, wordt nu door slechts een op de vier Amerikanen geloofd. De belangstelling voor zijn economische lessen op de televisie is minder geworden. Een belangrijke regel van televisiereclame voor kandidaten is dat het moet worden ondersteund door gepresenteerde feiten en nieuws in de journalistieke media.

Zo kregen de antipolitieke kiezers een les in democratie. De man die zo'n aantrekkelijke keuze leek omdat hij zakenman was en geen politicus, bleek ook nadelen te hebben. Velen zijn wijs geworden en beperken hun keuze tot de traditionele kandidaten. In de voorsteden komt zelfs president Bush weer in aanmerking. De Republikeinse televisiepropaganda is erin geslaagd twijfel op te roepen over de betrouwbaarheid van Clinton, die wordt voorgesteld als belastingheffer. Dat brengt veel voorstedelingen tot de verdediging van hun eigen portemonnee en hun eigen hachje, maar nu zonder illusies over een politiek wonder. De beslissing is nog niet gevallen.

Oorspronkelijk had Clintons populariteit in de voorsteden hoop gegeven aan andere kiezersgroepen zoals minder welgestelden in de binnensteden. Voor het eerst zagen zij dat ze weer politieke macht konden krijgen door het verkiezen van een Democratische president. Als dat komende dinsdag niet lukt, zal de teleurstelling weer tot politieke apathie leiden. Als het wel lukt, kan president Clinton zijn succes consolideren door kiesregistratie te vergemakkelijken. Maar uiteindelijk moet hij zelf na inauguratiedag de nieuwe coalitie inhoud geven, want dat heeft hij tot nu toe niet gedaan.

    • Maarten Huygen