Simons voorbij (2)

In West-Dongeradeel gaat het Plan-Simons niet dagelijks over de tong. Dat wil niet zeggen dat de menselijke gezondheidszorg in de kop van Friesland onbedreigd is. Vooral voor ouderen, die veel zorg nodig hebben, wordt het verwarrend. De gezinsverzorgster, die misschien helemaal uit Dokkum komt, mag de pillen wel halen, maar niet geven: dat doet een wijkverpleegster, uit Buitenpost. En morgen is er weer een ander.

Voorzitter Tj. Jager van de kruisvereniging West-Dongeradeel pretendeert niet dat zijn vereniging invloed kan uitoefenen op het welbevinden van de 1600 leden en de rest van de plaatselijke bevolking. Hij zou wel willen, maar West-Dongeradeel is opgegaan in Dongeradeel en zijn kruisvereniging is een radertje geworden in de regionale Kruisvereniging Noord, die een flink stuk Friesland omvat. Grootdenken in de praktijk.

Nederland vergrijst, en moet zo lang mogelijk thuis blijven wonen, maar de gezondheidszorg buiten het ziekenhuis wordt grootschaliger en is dus in minder plaatsen te vinden. Concentratie en Specialisatie zijn de toverwoorden. In gewoon Nederlands: langer wachten, verder reizen, meer vreemde gezichten aan je bed.

Zou premier Lubbers daar ook aan hebben gedacht toen hij in juli via het blad De Huisarts liet weten dat het Plan-Simons in zijn oude gedaante was opgeschort? De praktijk mocht weer meedenken, zei hij: “Het kabinet vraagt in deze fase nadrukkelijk om bottom-up impulsen uit het veld, die van "onderuit' de verantwoordelijkheden accentueren.”

De mensen in het veld zijn meestal te hard bezig met broeken verschonen om aan andere bottom-up impulsen te kunnen denken. Maar als het hun gevraagd zou worden, zouden zij waarschijnlijk vragen om meer rust en duidelijkheid voor de patiënt. Zij weten hoe onbevredigend het kan zijn om het afwasje bij een oude, zieke mevrouw aan de alfahulp te moeten overlaten, terwijl een verpleegkundige dat in één moeite door kan doen na het wassen van de mevrouw zelf. De verpleeghulp, de ziekenverzorgster, de wijkverpleegkundige en de maatschappelijk werkster kunnen het trouwens ook.

In ziekenhuizen èn in allerlei vormen van thuiszorg is over-scholing en over-specialisatie al jaren in de mode. Daardoor wordt misschien een beter "niveau' gehaald, maar veel mensen doen niet wat ze het beste kunnen. De patiënt wordt minder goed verzorgd dan mogelijk is voor het vele geld. Praktijkmensen voelen zich steeds vaker gespecialiseerde zorgrobots. De opdeling van het werk leidt tot veel heen en weer gereis. Vlug, vlug, om de normtijd te halen.

De traditionele kruisverenigingen en instellingen voor gezinsverzorging zijn onherkenbaar doorgefuseerd, en staan onder druk om efficiënter te worden: door de topzware stafkantoren die het werk organiseren en erover vergaderen kost een wijkverpleegster meer dan honderd gulden voor een uur daadwerkelijke zorg. Terwijl zij vaak ziet dat zij niet kan bieden waar acute behoefte aan is, en niet kan beloven wanneer zij weer komt.

Vakmensen uit de verpleegkunde zijn de laatste tijd uit onvrede met die gegroeide praktijk voor zichzelf begonnen. Kleine bureaus voor thuiszorg, die zich onder meer hebben verenigd in de Thuiszorgkoepel, hebben collega's met dezelfde ervaring in dienst en richten zich sterk op de noden van de patiënt. Met tarieven rond de veertig gulden per uur zijn zij veel goedkoper dan de klassieke, versnipperde thuiszorg, maar duurder dan veel commerciële bemiddelingsbureaus.

Uitzendkrachten in de verpleging en verzorging worden "geleverd' vanaf dertig gulden. Dat is de groeiende groep die flexibel werk ambieert, en dit vaak zwart als de nacht verricht, zonder een bureau erachter dat kwaliteit en continuïteit garandeert. In die branche worden intussen waarschijnlijk al meer dan een miljoen "zorg-uren' per jaar "gedraaid'. Nadat de FIOD heeft bevestigd bezig te zijn met een onderzoek naar de mogelijke ontduiking van belasting en premies, hebben reguliere particuliere bureaus daar ook een weerslag van ondervonden. Wie kan nu door de bomen het bos zien?

Iedereen heeft de mond vol van de "vergrijzing' van de Nederlandse bevolking. Dat drijft niet alleen de kosten van de gezondheidszorg op, het zal ook de vraag naar soepele thuiszorg stimuleren. Het is een van de bizarre gevolgen van de schemertoestand waarin het Plan-Simons verkeert, dat deze snel in betekenis toenemende thuiszorg tussen wal en schip blijft bungelen.

"Zorg-op-maat' is nog steeds een ideaal van "Simons' in zijn huidige streven naar "modernisering van de zorgsector'. Maar juist de thuiszorg-bureaus die daaraan werken hebben de grootste moeite aan werk te komen. Ziekenfonds en verzekeraars werken liever ouder gewoonte met de kruisverenigingen of wat daarvan over is, of met de goedkope uitzendbureaus. Een kwestie van achterblijvende wetgeving, gebrek aan durf of te weinig aandacht voor wat zieke en zwakke mensen nodig hebben?

Het jammere van het beetje marktwerking dat hier ontstaat is dat het kwaliteitsarm zwart werk verkiest boven kwaliteitszorg aan huis, voor minder dan de helft van de kosten van de oude organisaties. Dat verschijnsel neemt de vorm aan van een soort complot, een duivelsverbond tussen vergane liefdadigheid en snelle jongens-bureaus. Het ziekenfonds-nieuwe-stijl als koppelbaas in een een dubieus zorg-kartel.

Staatssecretaris Simons is het CDA een eind tegemoetgekomen en zal zelfs onderzoeken of de gedroomde basisverzekering voor iedereen echt in de AWBZ gestalte moet krijgen. De Kamer wil bejaarden weer naar het ziekenfonds terugsturen omdat de omslagpremie, die particulier verzekerden nu moeten opbrengen om de dure risico's op te vangen, te hoog is geworden.

Het is allemaal financieel gesleutel. Het land vergrijst, maar Kamer en staatssecretaris zitten met hun neus in de techniek. De markt volgt altijd: handige verzekeraars zien de laatste tijd kans hun jonge, particuliere klanten die opeens echt ziek en duur worden een standaardpakketpolis aan te smeren. De omslag vangt de klap wel op. Dat is de werkelijkheid die de politiek nog steeds negeert: solidariteit is mooi, maar naïviteit over de werking van te ingewikkelde systemen leidt pas goed tot onbeheersbare kosten.

De zogenaamde specialisten van de Kamerfracties die het debat deze week voerden, hadden net zo goed belasting-deskundigen kunnen zijn. Als ze oud en eenzaam zijn, kunnen ook zij alleen maar hopen dat er een aardig iemand aan hun bed komt, die ze op tijd omdraait en bemoedigt.

    • Marc Chavannes