PROVINCIALE KEIZERS

De commissaris van de koningin, historie en functioneren door J. W. Janssens 458 blz., VNG-uitgeverij 1992, f 72,50 ISBN 90 322 3318 1

"Het is een mooi ambt. Je kunt overal je neus insteken en je hebt weinig bevoegdheden, noteerde de jonge commissaris der koningin in Noord-Brabant, J. E. de Quay op 11 februari 1947 in zijn dagboek.

Het is ""een tweedimensionaal deerniswekkende figuur', constateerde veertig jaar later de scheidende commissaris der koningin in dezelfde provincie, A. A. M. van Agt. Hij kapittelde het gebrek aan macht dat zijn ambtsvoorganger al trefzeker had geregistreerd. Het verschil was dat De Quay nog premier moest worden en Van Agt dat al was geweest. De marges van het provinciale bestuur bleken voor de ex-premier dan ook snel te smal.

Ooit was het anders, ooit was de commissaris de vertegenwoordiger van de souvereine vorst. Toen heette hij ook gouverneur, bezat hij macht, aanzien en meestal ook een adellijke titel. ""Empereurs au petit pied' werden zij begin vorige eeuw wel spottend genoemd.

De commissaris is nu de eerste man van de provincie, is politiek vaak de ondergeschikte van de (gekozen) gedeputeerden en moet zich gezag verwerven. Alleen in sommige buitenprovincies is hij nog lang een autoriteit gebleven. In Zeeland stond de commissaris der koningin tot voor kort bijna naast God en in Limburg vormden mijn, bisschop en gouverneur lang een heilige drieëenheid. Maar een belastingaffaire in Zeeland deed ook daar de autoriteit van de commissaris verbleken, en in Limburg is na het verdwijnen van de mijn, en de almacht van de kerk ook de gouverneur zijn dominantie kwijt. Misschien is H. Wiegel in Friesland nog wel de enige ""empereur au petit pied'. Zijn macht wortelt nog in Den Haag, zij het niet bij de koning.

Honderdachtenzeventig jaar oud is het instituut Commissaris der koningin, en bij alle veranderingen is er één constante: het is een mannenbolwerk gebleven. De PvdA-politica Tineke Schilthuis was in de Drenthe in 1974 de eerste en acht jaar later al weer de laatste vrouwelijke commissaris der koningin. Zelfs de eerste vrouwelijke minister van binnenlandse zaken, Ien Dales, heeft het mannenbastion in de provincies tot nu toe in tact gelaten. Heren waren het, vaak oudere heren en heren zijn het nog steeds, zij het andere heren. De regenten verdwenen, de bestuurdersfamilies bleven (Patijn in Zuid-Holland, Houben in Noord-Brabant). De adel verdween, ook de niet-erfelijke (de laatste commissaris die in de adelstand werd verheven, was in 1936 de Brabantse commissaris Van Rijckevorsel) en de niet-geprivilegieerde klasse deed zijn intrede. Arbeiderszonen als Wiegel (Friesland), Kremers (Limburg) en Meijer (Drenthe) bereikten in de jaren zeventig en tachtig het commissaris-ambt.

In zijn studie over de Commissaris der koningin geeft de Leidse politicoloog J. W. Janssen een knappe schets en tegelijk een scherpe analyse van het ambt en zijn ontwikkeling. Het ambt verliest, meent Janssen, niet aan invloed. Integendeel, met de depolitisering die de afgelopen jaren voorzichtig is ingetreden, krijgt de commissaris weer gewicht terug. Bij het aantreden van Terlouw in Gelderland, werd vorig jaar al hardop voor ruimere bevoegdheden van de commissaris gepleit.

Voor het functioneren van het openbaar bestuur is deze kwestie misschien reuze interessant, maar het aardigste van het boek zijn toch de interviews, de dagboeken en bibliografieën die inzicht geven in de lotgevallen, de motieven en de ambities van reeksen bestuurders. Zoals De Gaaij Fortman sr., de latere minister, die in 1957 een commissarispost in Gelderland weigerde wegens de geringe beloning. De Quay, de latere premier, legde er als commissaris in Noord-Brabant per jaar fors op toe, maar kon dat omdat hij met een vermogende vrouw was getrouwd. Zijn opvolger, Kortmann, moest de toenmalige minister van binnenlandse zaken, Toxopeus, om een betere beloning vragen.

Ter geruststelling, de commissaris der Koningin geniet tegenwoordig een een redelijk inkomen. Met burgemeesters van grote steden en ministers behoort hij met een toelage van ruim zestienduizend gulden per maand tot de hoogst gesalarieerde bestuurders.

    • Kees van der Malen