Offensief Jeltsin tegen parlement

MOSKOU, 31 OKT. President Boris Jeltsin acht zich niet langer onvoorwaardelijk gebonden aan de huidige Russische grondwet. Hij voelt zich in eerste instantie loyaal aan "het volk'. Zijn premier Jegor Gaidar sluit “presidentieel bestuur” ook niet meer uit.

Tijdens een werkbezoek aan Astrachan, een stad aan de monding van de Volga, erkende Jeltsin gisteren dat een beslissing om de noodtoestand uit te roepen een “schending” van de grondwet zou zijn. Op grond van de huidige “verouderde constitutie mag presidentieel bestuur niet”, gaf Jeltsin toe. “Hoewel ik allereerst een eed heb afgelegd aan het volk, allereerst aan het volk”, voegde Jeltsin er echter onmiddellijk aan toe.

Volgens Jeltsin moet het offensief tegen het parlement, dat 1 december in zijn voltallige samenstelling bijeen wil komen, daarom verder worden opgevoerd. Komende weken gaan hij, vice-president Aleksandr Roetskoj, zijn ideologische adviseur, "staatsraad' Gennadi Boeboelis, en de ministers uit het kabinet-Gaidar daarom het land in om de reactie te horen van “de mensen” op het huidige “volkomen nutteloze” parlement.

Gaidar preludeerde gisteren eveneens op de mogelijkheid dat de regering het parlement zal uitschakelen. “De situatie kan zich zo ontwikkelen dat zo'n stap noodzakelijk wordt voor de redding van de democratie.” Donderdag had Gaidar nog verklaard dat er geen plannen zijn om de noodtoestand uit te roepen.

Minister van buitenlandse zaken Andrej Kozyrev, die de afgelopen maanden herhaaldelijk heeft gewaarschuwd voor een “rood-bruine dictatuur”, liet zich gisteren in het vakbondsblad Troed in vergelijkbare termen uit. Volgens Kozyrev moeten de communistische partij en “vergelijkbare anti-democratische structuren” nu verboden worden om “een verschrikkelijk gevaar af te wenden”. Kozyrev liep daarmee vooruit op het oordeel van het Constitutionele Hof, dat volgende week in finale zitting bijeenkomt om de grondwettigheid van de CPSU af te handelen.

Pag 5: Jeltsin zint op verdere stappen

De verklaringen van Gaidar en Kozyrev passen in het algemene patroon dat zich de afgelopen twee weken heeft uitgekristalliseerd. Nadat minister van defensie Pavel Gratsjov zijn “trouw” jegens president Jeltsin had uitgesproken, heeft het staatshoofd op zijn beurt de beloofde terugtrekking van het Russische leger uit het Balticum tot nader order uitgesteld. Volgens onderminister van defensie Boris Gromov kan daarmee pas in 1994-1995 worden begonnen. Conform de akkoorden die de regering-Jeltsin dit najaar met de drie onafhankelijke Baltische republieken heeft gesloten, zou de aftocht tegen die tijd al lang voltooid moeten zijn. Gromov, die gisteren terugkeerde van een bezoek aan de noordwestelijke garnizoens van het Russische leger, beriep zich daarbij expliciet op de positie van de Russische sprekende bevolking in Estland, Letland en Litouwen.

Tegelijkertijd zijn de democratische politici uit het kamp van Jeltsin een voedingsbodem aan het scheppen die het mogelijk moet maken om de in hun ogen conservatieve volksvertegenwoordiging uit te schakelen. Het voornemen om het parlement via een referendum te ontbinden, wordt nu nauwelijks meer gesproken. De "radicaal-democratische' fractie in het parlement pleitte er gisteren bijvoorbeeld voor de zitting van het uitgebreide Congres van Volksafgevaardigden, dat volgens plan op 1 december bijeen moet komen, “uit te stellen” en de massamedia nu te gebruiken om het volk “te tonen dat het huidige congres te zwak is om de radicale hervormingen uit te voeren”.

Het verbod van het oppositionele Front van Nationale Redding dat president Jeltsin eerder deze week uitvaardigde was evenmin een spontane reactie op het eerste congres van deze nationaal-bolsjewistische organistie. Volgens de onafhankelijke Nezavisimaja Gazeta, die zich hierbij beroept op “vertrouwelijke bronnen” in het Kremlin, is de oekaze van de president afgelopen zondag door "staatsraad' Boerboelis voorbereid tijdens een vergadering van een aantal ministers in de regeringsdatsja van Archangelskojo. Onder leiding van vice-premier Michail Poltoranin kwamen daar toen de "democraten' bijeen om zich te buigen over “radicale maatregelen ter bescherming van het revolutionaire proces”. Afgelopen dinsdag trad Jeltsin met het plan naar buiten, toen hij de top van het ministerie van buitenlandse zaken toesprak.

Dezelfde krant speculeerde gisteren, aan de hand van een analyse van de gematigd-conservatieve politicus Vasili Lipitski (een der leiders van de Burgerunie in het Russische parlement) over verdergaande stappen die Jeltsin in petto zou hebben.

Volgens Lipitski en de Nezavisimaja Gazeta, na de Izvestia een van de betere dagbladen in Rusland, wil de president volgende week zaterdag 7 november de noodtoestand afkondigen. De zevende november, de 75e verjaardag van de Oktoberrevolutie, is door het Front van Nationale Redding tot protestdag uitgeroepen. Ondanks het verbod zal het front namelijk actief blijven, zo heeft de leiding ervan deze week aangekondigd.

Jeltsin zou de acties van het front willen gebruiken als “aanleiding” om premier Gaidar te vervangen door zijn rechterhand, Joeri Skokov, aldus de “competente bronnen” van deze krant. Skokov, net als Jeltsin afkomstig uit Jekaterinaburg in de Oeral, is thans secretaris van de Nationale Veiligheidsraad. Deze Veiligheidsraad, waarin behalve politici als de president en diens plaatsvervanger, Aleksandr Roetskoj, ook de ministers van defensie en staatsveiligheid zitting hebben, heeft zich de laatste maanden onpopt als het belangrijkste politieke orgaan van Rusland. Onder druk van de Veiligheidsraad zegde Jeltsin vorige maand bijvoorbeeld zijn voorgenomen bezoek aan Japan af.

Over de positie die de Russische krijgsmacht in het conflict zou innemen, beginnen steeds wildere geruchten de ronde te doen. Weliswaar heeft Gratsjov naar eigen zeggen de kant van Jeltsin gekozen, maar volgens de vice-voorzitter van de Russische Officiersbond (een kolonel overigens met sympathieën voor het Front van Nationale Redding) heeft de minister afgelopen week uit voorzorg alle zware wapens aan de kazernes onttrokken. De befaamde Tamanski- en Kantemirovski-divisies zouden aldus “praktisch zijn ontwapend”. Beide legereenheden hebben in augustus 1991 een belangrijke rol gespeeld bij het neerslaan van de staatsgreep door op advies van Gratsjov naar president Jeltsin over te lopen.