Notitie van Weinberger: Bush wist wel van Irangate

WASHINGTON, 31 OKT. President Bush' verslag van zijn rol in het Iran/Contrasschandaal wordt rechtstreeks tegengesproken door een met de hand geschreven notitie uit januari 1986 van de toenmalige minister van defensie Caspar Weinberger. Dat blijkt uit een nieuwe aanklacht die gisteren is ingediend tegen Weinberger. De Democratische presidentskandidaat Bill Clinton, wiens voorsprong op Bush in de peilingen in de laatste dagen voor de verkiezingen steeds verder terugloopt, heeft onder verwijzing hiernaar onmiddellijk weer een aanval gelanceerd op de geloofwaardigheid van de president.

Volgens de notitie steunde Bush als vice-president in 1986 de ruilhandel van wapens voor Iran tegen in Libanon gegijzelde Amerikanen, in tegenstelling tot Weinberger zelf en George Shultz. In 1987 zei Bush dat hij mogelijk een ander standpunt ten aanzien van deze zaak had ingenomen als hij had geweten dat Weinberger en Shultz tegen waren. Het jaar daarop zei hij zich geen enkele oppositie te herinneren. Bovendien heeft hij gezegd pas veel later van de ruilhandel op de hoogte te zijn gesteld. Naar zijn zeggen was hij weliswaar op de hoogte van de wapenleveranties aan Iran, maar had hij pas in december begrepen dat ze bedoeld waren om Amerikaanse gijzelaars los te kopen.

“Minister Weinbergers notitie toont duidelijk dat president Bush niet de waarheid sprak toe hij zei dat hij niet op de hoogte was”, zei Clinton later op de dag op een persconferentie in Pittsburgh. Hij meende dat de “onthulling van vandaag” de geloofwaardigheid van zijn presidentschap verminderde. (Reuter, AFP)