"Lega Nord is een leeg schoolbord'

MILAAN, 31 OKT. Het oude-mannenforum staat er weer, zoals bijna elke ochtend. Verzamelpunt is de plaats waar de sjieke passage uitkomt op het plein voor de glorieuze Dom van Milaan. Groepjes gepensioneerden praten hier over hun grote en kleine zorgen, over de wereldpolitiek en over hun kleinkinderen.

Een paar maanden terug werd hier nog ruzie gemaakt. Socialisten die de rest van de wereld beschuldigen van een lastercampagne. Christen-democraten die hun zonden belijden en beloven dat het beter wordt. Aanhangers van de protestpartij Lega Nord die alle politici uitschelden voor dieven en door het deftige Milaan met de nek worden aangekeken, als een stel ordinaire schreeuwers.

Nu is het kalm. De kaarten zijn geschud, en het protest heeft gewonnen. Een parlementsverkiezing en een lokale verkiezing later, na de arrestatie van zo'n zeventig corrupte politici en ambtenaren, is de rauwe Lega Nord de stem van Noord-Italië geworden - al is dat voor velen bij gebrek aan beter.

“Het is de woede van de Lombardijnen”, zegt Giuseppe, een gesoigneerde grijsaard die de weldadige najaarszon trotseert met vest, tweedjasje en winterjas, plus een hoed. “Dat is logisch. Ze betalen belasting voor honderd en ze ontvangen voor vijftig. Al het geld gaat naar het zuiden, en daar worden er stemmen mee gekocht.”

Hij kan het weten, want ondanks vijftig jaar wonen en werken in Milaan blijven de Lombardijnen "ze'. Giuseppe komt uit het zuiden, uit een dorpje in de regio Molise. Hij herkent zich wel in het protest van de Lega tegen de "dieven' in Rome en de klaplopers in het zuiden. “Een federale staat? Kan een goed idee zijn. Het zou voor Italië goed zijn als het zuiden gedwongen zou worden wat meer voor zichzelf te zorgen.”

Roberto, een andere "immigrant' uit Zuid-Italië, uit Lecce, valt hem bij. “Het zuiden is eraan gewend zich te laten onderhouden. De mogelijkheden zijn er, de capaciteiten ook, maar de wil ontbreekt.”

De twee rasechte Milanezen in het groepje en de Piemontees hoeven niets meer te zeggen. Het is moeilijk op dit grote lichte plein iemand te vinden die het niet eens is met de kern van de boodschap van de Lega: er moet snel iets wezenlijks veranderen in Rome, en daarmee in Zuid-Italië. Hoe, daarover zijn ook de stemmers op deze protestpartij het niet altijd met hun leiders eens. “De Lega is als een leeg schoolbord”, zegt Guido, een 29-jarige vertegenwoordiger. “Iedereen kan er zijn grieven op kwijt, iedereen kan protesteren tegen zijn eigen onrecht.”

Pag 7: "Italiaans' wordt nu een beladen woord in Milaan

De Lega is meer protest, met een flinke dosis opportunisme, dan programma. Als de fractievoorzitter in de Kamer oproept om geen staatsleningen meer te kopen, om de staat financieel op zijn knieën te dwingen, halen veel mensen hun schouders op. De laatste emissie van staatsleningen is voor de schatkist onverwachts goed gegaan.

En als partijleider Umberto Bossi dreigt met een afscheiding, roepen ook aanhangers van de Lega dat Italië nooit verdeeld mag worden. “Wij hebben op de Lega gestemd, want er is een protest nodig”, vertellen twee oudere dames in bontjassen, elkaar voortdurend in de rede vallend. “Maar Italië mag niet uit elkaar vallen. Het is één land, met veel moeite verenigd.”

Sabina, een jong meisje dat ongeduldig op haar vriendje staat te wachten, is ook zo'n kritische Lega-stemmer. “Het is goed dat er wordt geprotesteerd, want er is zoveel mis in Italië. De Lega heeft gelijk: daar beneden betalen ze een heleboel belastingen niet. Maar ze moeten Italië niet verdelen. Dat zou het slechtste zijn dat kan gebeuren.”

Brutale duiven vliegen ons om de oren. De mooiste vrouwen van Italië lopen langs ons heen. Een Japans stel sjouwt met luxe-draagtassen van een modehuis, en een Duitser vertelt zijn vriendin enthousiast de nieuwe koers van de lire.

“Ah, Duitsland”, zegt Enrico, verkoper achter een kraampje met zijden dassen die goedkoop zijn omdat alleen een toerist het dessin nog wil hebben. “Daar is het allemaal veel beter georganiseerd. Ik zou er meteen voor tekenen als we ons bij Duitsland zouden kunnen aansluiten. Dan is het tenminste afgelopen met dat Italiaanse gedoe hier.”

"Italiaans' is een beladen woord geworden in sommige kringen in Milaan. Vaak hoor je mensen zeggen dat in Noord-Italië eigenlijk de protestantse ondernemersgeest heerst, dat de erfenis uit de negentiende eeuw van het rationele, goed-functionerende bewind van de Habsburgers de Lombardijnen nog in het bloed zit.

Het is een ander facet van het verzet, een poging tot distantie van de corrupte, lijdzame "bourbon'-geest die de koningen van Napels in het zuiden hebben achtergelaten. De smeergeldaffaires in Milaan zouden het gevolg zijn van een soort virus dat door de Romeinse politici naar het noorden is gebracht. Eigenlijk zijn we niet zo, vindt de stad die zich eens "de morele hoofdstad van Italië' noemde.

Dat "anders-zijn' van Noord-Italië vormt de achtergrond van de roep van de Lega om een federale staat. Provocerend zet de partij af en toe stappen in die richting. Op het hoofdkantoor, in een stille straat achter het centraal station, liggen de eigen munten van één en vijf "Lega' die de partij heeft laten slaan. Eén Lega is duizend lire (ongeveer 1,30 gulden) waard, op de partijbijeenkomsten tenminste. Partijaanhangers hebben ook een paspoort uitgegeven van de Repubblica del Nord, maar daar heeft Bossi zich van gedistantieerd omdat het net iets te ver ging.

Buiten op de deur hangt de oproep tot een belastingrevolte, toegespitst op de nieuwe belasting op onroerend goed. Het noorden betaalt al genoeg, is het argument, en in het zuiden zijn de meeste huizen niet eens geregistreerd zodat daar opnieuw niet wordt betaald. De weifelaars wordt geadviseerd een minimum-bedrag te betalen, en meteen een verzoek om teruggave in te dienen om de belastingdienst bezig te houden. Sancties? Daar doet de belastingdienst jaren over, “en tegen die tijd zal de Lega Nord zo'n sterke politieke macht zijn geworden dat zij de afschaffing van deze onbillijke belasting kan garanderen”.

Dergelijke campagnes hebben de Lega het verwijt opgeleverd dat zij een soort gereviseerd fascisme is. Het enige verschil zou zijn dat de fascisten de eenheid van Italië onderstrepen en de leghisti aansturen op de verdeling van het land. Verder dezelfde rauwe taal, dezelfde wilde ideeën, dezelfde ijzeren hand van de partijleider, dezelfde destructieve tendenzen.

Het verwijt is niet helemaal ten onrechte, al is de Lega allereerst een roep om goed bestuur. Er is een historische parallel: net als het fascisme groeit de Lega in het noorden op een ondergrond van onvrede met het bestaande politieke stelsel. Het is geen toeval dat ook de neo-fascistische Sociale Beweging MSI een gooi doet naar de proteststem.

Dat leidt soms tot felle en grove woordenwisselingen. Bij de lokale verkiezingen vorige maand in Mantua liet de MSI de bevallige Alessandra Mussolini, kleindochter van de fascistische dictator en kersvers parlementslid, overkomen uit Napels. De reactie van Lega-leider Umberto Bossi: “Als die partij zich niet laat zien met de tieten van de kleindochter van il Duce, komt er niemand kijken”. Het antwoord de volgende dag van Alessandra, niet op haar mondje gevallen, was in stijl: “Ik heb tieten, maar hij mist bepaalde attributen. In Mantua heeft hij een bijeenkomst in een "jeu de boule'-baan moeten organiseren om wat verdwaalde ballen op te rapen”.

Deze week kwam dat verwijt van extremisme weer naar boven omdat Lega-aanhangers in Trento, in de autonome regio Trentino-Alto Adige, een poster hadden verspreid met de tekst: “Eerlijke en goede Sicilianen, Calabrezen, Campaniërs en Sardijnen, wees dapper en GA TERUG NAAR HUIS. De georganiseerde misdaad heeft zich meester gemaakt van jullie grond en de arme mensen daar hebben jullie nodig. Onze zonen zijn er al naar toe gegaan en zijn ontvangen met kogels”.

Het pamflet was deze zomer gemaakt, nadat op Sardinië soldaten waren beschoten die zoekacties hielden naar ontvoerders. Maar nu, zonder deze context, lijkt het een oproep tot een burgeroorlog tussen noord en zuid, regelrecht racisme tegenover de miljoenen Zuiditalianen die na de oorlog naar het noorden zijn gekomen om daar hun zweet te plengen in de fabrieken.

Het regende veroordelingen. Zelfs de bisschoppen, toevallig bijeen, kwamen meteen met een boos commentaar. “Wie wind zaait zal storm oogsten”, zei de neo-fascistische leider Fini vol Schadenfreude. En haastig verklaarde Bossi, in een ongekende vorm van zelfkritiek: “Het initiatief is volledig tegengesteld aan de programma's en de federalistische principes van de Lega”. Hij stelde woensdag de hele afdeling van de provincie Trentino op non-actief en sloot alle partijbureaus daar. Bossi is zo'n alleenheerser dat hij dat zonder veel tegenspraak kan doen.

Hij moet zich hebben gerealiseerd dat dit veel van zijn nieuw-verworven aanhangers te ver ging. Protesteren, graag, maar geen rassenhaat tegen mensen uit het zuiden. Bij gesprekken in de Via Montenapoleone, de sjiekste winkelstraat van het sjieke Milaan, was van een twintigtal aangesproken mensen slechts één meisje tegen de Lega. De rest, goed-geklede, weldoorvoede en met goud behangen burgers, vindt dat er wat moet veranderen en ziet de Lega als de hefboom die dat moet bewerkstelligen, maar zonder extremisme.

Het zijn niet alleen meer de middenstanders, de fabrieksarbeiders, de kleine ondernemers die achter Bossi staan. Ook binnen de grote gevestigde bedrijven groeit de steun voor hem. Dinsdagavond was Bossi uitgenodigd voor een diner op het hoofdkwartier van de Assolombarda, de Associatie van Lombardijnse ondernemers. Dit sjieke palazzo aan de Via Pantano is een bolwerk van het economische establishment, dat lang met een grote boog om Bossi is heen gelopen.

Nu mag de leider van de Lega Nord mee-eten met de grijze pakken. Hij is respectabel geworden. Niet dat hij zich anders is gaan gedragen. Bossi scheldt nog steeds met schuttingwoorden (“De taal van gewone mensen”, zegt hij), en voor zijn confectiekleren haalt een Milanees zijn neus op.

Maar Bossi heeft bij de recente lokale verkiezingen in Mantua laten zien dat hij een politieke factor is die niet meer genegeerd kan worden. In Mantua, de stad van de Latijnse dichter Vergilius, koos 34 procent voor de Lega Nord. Als Bossi's zus hem niet stemmen had afgesnoept, met een partij die net iets anders heet, was dat veertig procent geworden. En Mantua staat symbool voor heel Lombardije - niet voor niets wil Bossi haar "hoofdstad van Noord-Italië' maken als het ooit tot een federale staat komt.

Duidelijk is dat heel Noord-Italië veranderingen wil. Weliswaar gaat de vernieuwing van Bossi met een breekijzer, maar de deur van het geblokkeerde politieke systeem met zijn vele corrupte politici moet open. De schade is van later zorg.

Het heeft iets van het fameuze verkiezingsadvies uit 1976 van de liberale journalist Indro Montanelli, een Milanees in hart en nieren die hier wordt vereerd als een orakel. Neus dichtknijpen, maar wel op de Christen-democraten stemmen, zei Montanelli toen. Veel Milanezen hebben nu zo'n gevoel ten opzichte van de Lega. Wie effectief wil protesteren komt bijna automatisch daar terecht. Andere protestpartijen ter linkerzijde hebben geen vuist kunnen maken. En een behoudender vernieuwingsbeweging als die van de Christen-democraat Mario Segni heeft een groot potentieel aan stemmers in Milaan, maar Segni durft niet echt te breken met het verleden.

Bossi is op dit moment de enige die echt geloofwaardig is als hij politieke verandering belooft. En daarom zegt Rodolfo Anghileri, president van de associatie van kleine ondernemers in Lecco: “Als Rome niet verandert, is een breuk onvermijdelijk”.

    • Marc Leijendekker