Het déjà vu van een Siberische filosoof

KRASNOJARSK, 31 OKT. Aleksandr Markovitsj Israelevski is een geletterd man. Hij heeft filosofie gestudeerd in Sverdlovsk, heeft daaraan in Gennadi Boerboelis (thans adviseur van president Boris Jeltsin) een voorname vriend overgehouden, is gepromoveerd op het werk van Levi-Strauss, mag bij de Franse filosoof Levinas op bezoek komen als hij in Parijs is en spreekt zijn talen. Aleksandr Israelevski is bovendien een belangrijk man. Hij is de naaste adviseur van burgemeester Paznikov van Krasnojarsk, een miljoenenstad in het hart van Siberië en centrum van een bestuurlijk "grensgebied' dat 66 keer zo groot is als Nederland.

Maar toch is Aleksandr Israelevski in verwarring. Hij waant zich namelijk in de laatste maanden van de Weimarrepubliek. Een bittere persoonlijke ervaring is daar mede debet aan. Aleksandr Markovitsj wordt de laatste weken door de conservatieve krant Krasnojarskaja Gazeta met onverholen antisemitische aantijgingen belasterd, een antisemitisme dat zich bedient van klassieke frasen die zo uit de koker van Julius Streicher zouden kunnen zijn gekomen. Hij is een “spion voor de Engelsen” omdat hij zijn buitenlandse gasten tijdens een conferentie over conversie zomaar “staatgeheime installaties” toont, hij organiseert soupers met “kaviaar” en is “dus” deel van de “joodse vijfde colonne”. Israelevski zou willen dat daartegen werd opgetreden. Het openbaar ministerie heeft hem vorige week echter laten weten dat hij het zelf maar moet uitzoeken. “Vrijheid van meningsuiting”, aldus het parket.

Maar niet alleen het gevoel dat hij en zijn gezin niet meer veilig zijn in Siberië, van oudsher een smeltkroes, grijpt hem naar de keel. De totale chaos in het hervormingsproces in heel Rusland benauwt hem evenzeer. Israelevski heeft het idee dat de “democraten” sinds de overwinning van Jeltsin ruim een jaar geleden niet meer zijn dan een “façade in de etalage”. Iedereen heeft de mond vol van “decentralisatie”, maar in feite decreteren de ambtenaren in Moskou nog altijd alles en iedereen. Begroting, budget, ja, zelfs het aantal stafleden dat een stadsbestuurder er op na mag houden, het wordt allemaal centraal bepaald. Op lokaal niveau hebben de bestuurders van de oude garde daarom nog steeds alle troeven in handen. Ze kunnen naar believen hun gang gaan en intussen de democraten de schuld geven van de feitelijke ellende. “Wij democraten hebben geen enkele macht. We zitten feitelijk nog altijd in de oppositie”, aldus Aleksandr Israelevski. President Jeltsin heeft er volgens hem dan ook fout aan gedaan de zittende volksvertegenwoordigers een maand geleden te beloven dat hij komende tweeëneenhalf jaar geen verkiezingen zal uitschrijven. Hij zou zulke tussentijdse verkiezingen juist moeten aandurven om de hele vergane troep op te ruimen.

Wat te doen? Dat is nu dus de vraag. Sterker, dat is al een eeuw de vraag. Aleksandr Israelevski zit ver weg van het spektakel in Moskou maar weet het wel. Een “autoritaire staat” én democratie, knalharde “rigide” repressie van het “anticonstitutionele” rood-bruine monster én samenwerking met de nationaal-conservatieven in een coalitie die zich zou moeten uitstrekken van premier Jegor Gaidar (architect van het fiasco der "shocktherapie') tot aan Arkadi Volski (de leider van de fabrieksdirecteuren, die de laatste maanden zo effectief de hervormingen heeft weten te blokkeren). Kortom, een bondje tussen democratische wortels en geüniformeerde knuppels. Dat president Boris Jeltsin de voorbereiding daarvoor al aan het treffen is, weet Israelevski niet als hij me in Krasnorjarsk met m'n neus op zijn feiten drukt. “Als we nu net zo democratisch blijven als jullie wensen, krijgen jullie hier fascisme, een fascisme dat vele malen erger is dan het Duitse”.

Met andere woorden: Aleksandr Markovitsj wil hetzelfde als de Duitse liberalen en confessionelen in de jaren 1930-33. Dat werkte toen, zoals bekend, niet. Zal zo'n monsterverbond in Rusland wel werken? Zij die zo'n autoritaire staat moeten dragen, zullen te zijner tijd immers met de wapens in de hand hun beloning opeisen. Niets gaat voor niets. Bovendien, juist een repressief regime heeft een ideologie nodig, een tegenstander links of rechts op wie alle agressie zich kan ontladen en de onderdrukkingsmachine aldus zijn eigen legitimiteit verschaft. Intellectuelen en democraten zijn daarbij over het algemeen niet meer dan ballast of desnoods “nuttige idioten”.

Hier nu lijkt zijn filosofische opleiding Aleksandr Israelevski in de steek te laten. “Wat redelijk is, is reëel”, antwoordt hij in navolging van Hegel. “Jeltsin zal deze strijd winnen omdat hij moet.”

Is het echt zo eenvoudig? Het zal toch niet zo zijn. Maar Misja Gnedovski, een kunsthistoricus en organisatie-adviseur uit Moskou die dezer dagen ook in Krasnojarsk is, begrijpt het desondanks meteen. “Democratische dictatuur? Aha! Dan zijn ze nu kennelijk bezig met een moderne variant op een oude theorie: die van de dictatuur van het proletariaat.”

    • Hubert Smeets