Finland; Finlandisering met bijsmaak

Dat de vroegere Finse president Urho Kekkonen, die 25 jaar het hoogste ambt in zijn land bekleedde, nauwe betrekkingen onderhield met de Sovjet-Unie was bekend. “Wie voor Kekkonen is, is voor vriendschap met de Sovjet-Unie en wie tegen Kekkonen is, is tegen vriendschap met de Sovjet-Unie”, vatte de toenmalige Sovjet-leider Nikita Chroesjtsjov de verhoudingen in 1960 bondig samen. Met een van Chroesjtsjovs opvolgers, premier Alexander Kosygin, ging Kekkonen regelmatig vissen en wandelen op mooie plekken in de Sovjet-Unie. In 1964 kreeg hij zelfs een Lenin-orde.

De Finse president, die zich in Finland altijd verre van de communisten hield en van oorsprong bij de agrarische Centrum-partij hoorde, deed hierover ook in het geheel niet geheimzinnig. Integendeel, hij gebruikte zijn goede contacten met het Kremlin als een troef in eigen land. Op die manier konden immers conflicten, waarvoor de Finnen na de bloedige Winteroorlog met het Rode Leger van 1939-40 zo beducht waren geraakt, worden vermeden. De Finnen beloonden hem tussen 1956 en 1981 mede hierom keer op keer met het presidentschap.

Kekkonen is allang dood en datzelfde geldt voor de Sovjet-Unie. Overgebleven zijn echter tal van documenten, die nu uit de archieven in Moskou naar boven worden gehaald. Enkele daarvan hebben betrekking op Kekkonen en laten zien dat de Finse president nog veel verder is gegaan in zijn samenwerking met de communistische leiders in Moskou dan tot nu toe was aangenomen.

Zo schrok de man die de leiding had van de fondsenwerving voor de campagne voor de herverkiezing van Kekkonen in 1962, er niet voor terug Moskou te vragen om “extra financiële hulp”. Het verzoek werd door de KGB ingewilligd. Ook blijkt uit documenten dat de Finse communistische partij in 1956 op instructies van KGB-functionarissen op het beslissende moment haar steun gaf aan Kekkonen.

Het Kremlin, dat zeer was te spreken over de Finse president, ging bij de volgende verkiezingen zes jaar later nog een stapje verder. Het lokte met opzet een crisis uit in de betrekkingen met Helsinki, dit alles louter om Kekkonen in de gelegenheid te stellen een fraai diplomatiek succes te oogsten zodat de kiezers hem ter wille zouden zijn.

Het gevolgde scenario was als volgt: in 1961 eiste Chroesjtsjov in een brief plotseling nieuwe onderhandelingen over het Sovjet-Finse vriendschapsverdrag van 1948. De Sovjet-leider liet doorschemeren dat hij een nieuwe, voor Finland minder gunstige, versie van het pact wenste. Spoorslags vertrok Kekkonen, die zich op dat ogenblik in Helsinki geconfronteerd zag met een sterke coalitie van conservatieven en sociaal-democraten die hem ten val wilden brengen, naar de Siberische plaats Novosibirsk voor overleg met Chroesjtsjov. En ziedaar, het wonder gebeurde, Chroesjtsjov liet zijn eis van nieuwe onderhandelingen vallen. De Finnen haalden opgelucht adem en zonder problemen wist Kekkonen daarop in januari 1962 de verkiezingen te winnen.

Anatoli Smirnov, een functionaris van het Russische ministerie van buitenlandse zaken, heeft nu, na bestudering van de documenten, vastgesteld dat Kekkonen allang wist dat Chroesjtsjov met zijn zogenaamde eis zou komen en hem zo wilde helpen om aan de macht te blijven. Een Finse onderzoeker, Hannu Rautkallio, kwam tot dezelfde bevindingen. Hij citeerde onder anderen de vroegere minister van buitenlandse zaken Andrej Gromyko, die deze versie al eerder zou hebben bevestigd.

Voor veel Finnen, die een grote bewondering hadden voor de taaie Kekkonen, komen de nieuwe onthullingen als een ontnuchtering. Ze verlenen een nieuwe dimensie aan het begrip Finlandisering die bij velen een nare bijsmaak nalaat. “In het verleden graven is onvermijdelijk, ook al kan dat een vervelende en pijnlijke zaak zijn voor veel nog actieve politieke leiders en mensen die de publieke opinie helpen bepalen”, commentarieerde de sociaal-democratische krant Demari deze week. Maar het blad drong er op aan door te zoeken tot de volledige waarheid naar boven is gehaald.

De zeer pragmatische Kekkonen, die zelden twijfelde aan de juistheid van zijn beslissingen, zou waarschijnlijk nauwelijks opgewonden zijn geraakt van de nieuwe onthullingen. Zijn centrale doel was om de Russen zonder bloedvergieten buiten de deur te houden. De beste garantie daarvoor, vond de realist Kekkonen, was zijn eigen aanblijven als president. En dat de Russen hem daarbij behulpzaam wilden zijn, was meegenomen. De Finse kiezers heeft hij echter nooit in deze nieuwe dimensie van de Finlandisering gekend.

    • Floris van Straaten