FASCINATIE 1

In het Zaterdags Boekenbijvoegsel van 24 oktober recenseert Henri Beunders onder de kop "De alledaagse fascinatie van het fascisme' boeken van respectievelijk Höhne en Reichel. In zijn artikel stelt Beunders terecht, dat Hitlers vooroorlogse jaren in geschiedkundige boeken onderbelicht zijn gebleven. Hij wijst erop, dat in bepaalde films een poging is ondernomen, de essentie van de opkomst van het nazisme vorm te geven. Voor de merkwaardige fascinatie voor het nazisme is echter, aldus Beunders, "geen literaire vorm gevonden'. Dit lijkt mij onjuist.

De romancier Louis Ferron publiceerde in 1975 een fascinerend (!) werk onder de titel "Het stierenoffer' (uitg. De Bezige Bij). Zonder te vervallen in loftuitingen op dit boek, meen ik te kunnen opmerken, dat Ferron die elementen tot een eenheid vervlecht, die Beunders - en velen met hem - kenmerkend voor het betreffende tijdsgewricht acht: nostalgische dromerij, seksuele fantasie, diepe angsten, matte hoop en zucht naar het spectaculaire. Ferron biedt in zijn roman in zekere zin een sleutel om tot beter begrip van het nazisme te komen. Hij "toont aan' wat Reichel beweert en Beunders met instemming citeert: "Tussen het onvermogen om het kwaad in te denken en de elke voorstellingskracht overstijgende moord op miljoenen mensen bestaat een verband. Niet te veel, nee, te weinig fantasie heeft het verschrikkelijke voortgebracht'.

    • Dik van Ree