Factoids

Op de televisie verschijnt een kaal landschap onder een onweerslucht. Nova Zembla is het niet maar in de rangorde van onherbergzaamheid komt het er dichtbij. Een mager boompje, het enige gewas, staat in de storm te zwiepen. De lucht wordt nog donkerder. Een sombere stem zegt dat dit Arkansas is, de staat waarvan presidentskandidaat Bill Clinton de gouverneur is. Kijk eens wat hij Arkansas heeft aangedaan! Bill Clinton wil van heel Amerika één groot Arkansas maken. Dat kunnen we hem alleen beletten door op George Bush te stemmen.

Hoe gaat het in Nederland ook weer? Iemand zegt: ""Er volgt nu een uitzending in kader van de door de regering gevorderde zendtijd ten behoeve van de politieke partijen.'' Het is al een prestatie, zo'n zin bijelkaar te krijgen; dat concentraat van ingewikkelde voorzichtige vervelendheid waarmee we onze objectiviteit bewaren. Daarna is er geen christendemocraat die het zal wagen, te laten zien dat het in het hoofdkwartier van de socialisten een zooitje is, met lege drankflessen en een Pirelli-kalender van 1980 aan de muur. Of omgekeerd, en dan de stem: ""Wilt u dat Nederland deze toekomst tegemoet gaat?'' Soms krijg je de indruk dat de heer Bolkestein van de VVD een poging wil wagen, er broeit iets bij hem. Maar ik voorspel dat het er niet van zal komen; de fatsoenscommissies zouden hem in de studio arresteren.

In negatieve campagnes wordt gewerkt met, zoals wij het noemen, halve waarheden. Het is in dit geval geen uitdrukking die nauwkeurig weergeeft wat er aan de hand is. Bij een halve waarheid veronderstel je dat de andere helft leugen is, maar zo is het niet. William Safire, columnist van de New York Times, en iemand die zo schrijft dat, als ik een lezende hond was, ik bij hem zou gaan blaffen, heeft er een woord voor gevonden: factoid. Ik moet toegeven dat het een vondst is. Het is een variant op humanoid, een mens dat in de science fiction voorkomt. Een humanoid is een wezen dat er van buiten als een mens uitziet, ook als een mens kan denken en spreken, maar als je het openmaakt zie je dat het uit een fabriek komt: chips en draadjes en soms een soort bloed dat op melk lijkt. Het is een pseudo-mens, een geheel waarvan je veronderstelt dat het een ander geheel is.

Zo ongeveer is het gesteld met dat boompje in Arkansas. Er zullen daar wel meer van die armetierige boompjes staan; het stormt en onweert er ook weleens en het ontbreekt er nog aan dat de maker van dit filmpje niet even heeft gewacht tot het omwoei. Daar had Bill Clinton dan niets aan gedaan. Hij is, met andere woorden, een liefhebber van omwaaiende boompjes en dus kan hij geen president van de Verenigde Staten worden. Dit is een bewijsvoering die van begin tot eind is opgebouwd uit factoids. Je zou kunnen zeggen dat hier logicoid wordt toegepast.

Conservatieven zijn in dit soort logica sterker dan de meesten van andere richtingen. Verwant aan deze tactiek is de volgende. Men zoekt en vindt in het verleden van de tegenstander iets extreems: er is iemand tot de fractie doorgedrongen die als niet helemaal normaal kan worden beschouwd, iemand heeft zich in een onbewaakt ogenblik iets laten ontvallen dat niet door de beugel kan. De truc is, deze uitzondering te laten doorgaan voor het normale, het gemiddelde. Is er niet eens een Kamerlid van het CDA geweest die zijn kalveren met een "geboortekrik' ter wereld hielp? Als dat zo is - of misschien was het een andere partij - dan zou de tegenpartij in de door de regering gevorderde zendtijd moeten verklaren dat het CDA bekend staat als de partij van de geboortekrik. Haar Kamerleden zouden voortaan geboortekrikkers heten.

Of de kiezers erin trappen is een andere vraag. Dat weten we pas als de stemmen zijn geteld. Tot het zover is kunnen we er alleen dit van zeggen.

Ten eerste maakt het de kandidaten harder. Je moet het pantser van een krokodil hebben om onder zo'n dagelijks bombardement met factoids niet te bezwijken, of op z'n minst je kalmte te verliezen en die dingen te zeggen waaruit de tegenstander kan afleiden dat je de kluts kwijt bent, waarmee je hem dan weer een verse voorraad factoids verschaft.

Ten tweede is het niet nodig, telkens nieuwe factoids te verzinnen. Misschien is het zelfs beter, er maar één of twee te hebben. Als die goed zijn en met niet aflatende volharding worden gebruikt, is de kans groter dat de tegenstander erdoor wordt gesloopt.

Bush en Clinton proberen het allebei. Zoals de zaken er nu, donderdag 29 oktober, voorstaan zou ik zeggen dat het incasseringsvermogen van Clinton groter is, en dat is ook wel nodig want op het gebied van de factoids is Bush met groter volharding slimmer. Het hindert niet wat hem door wie dan ook wordt gevraagd: in zijn antwoord weet hij altijd weer een factoid te toveren.

Vraag: ""Meneer de president, wat denkt u van de laatste cijfers?''

Antwoord: ""Inderdaad, dat hebt u bij het goede eind, maar de bomen in Arkansas staan er miserabel bij en we willen toch niet dat alle Amerikaanse bomen er zo uit gaan zien? Of u wel soms?''

Iedereen moet toegeven dat dit een ongewenst vooruitzicht zou zijn. En zoals uit de polls van de laatste dagen blijkt: de tactiek werkt. Of is het een strategie? Heeft het Republikeinse hoofdkwartier expres tot de laatste weken gewacht?

Een Nederlandse fatsoenscommissie zou het allemaal niet goedkeuren, maar op deze manier wordt wel uitgemaakt wie de sterkste en de slimste is, althans in de verkiezingsstrijd. Over wat erop zal volgen kan geen mens meer iets zinnigs zeggen.

    • S. Montag