De waterslag om Gabcikovo

Zonder twijfel was Julius Binder de afgelopen dagen de meest getergde man van Bratislava. Vorige week zaterdag begon bij het Slowaakse dorpje Cunovo aan de Donau de laatste fase van het beruchte Gabcikovo-project, waarbij de rivier gedeeltelijk naar een nieuwe bedding wordt geleid, een 17 kilometer lang kanaal dat uitkomt bij een waterkrachtcentrale in Gabcikovo.

Julius Binder is bouwmanager bij de firma Vodohospodarska Vystavba (VHV) - letterlijk: waterhuishoudkundige bouw - en is de enige die het document mag verstrekken dat de internationale pers toegang verschaft tot het bouwterrein. De enige weg die naar dat terrein leidt, wordt bewaakt door politie die iedereen tegenhoudt die geen getekend document kan tonen.

In zijn kantoor in het centrum van Bratislava, een paar verkommerde verdiepingen boven een warenhuis, is het dinsdagmorgen om half zeven al druk. De gezichten zijn getekend door de pas kort tevoren beëindigde nachtrust. Iedereen wacht op Julius Binder. Ook ingenieur Stefan Polhorsky van VHV, die mij de vorige dag op het hart had gedrukt dat je zonder een handtekening van Binder geen stap verder komt. Ondanks zijn vrolijk gekleurde ski-jack ziet hij er bezorgd uit. De telefoon rinkelt aanhoudend, een corpulente dame geeft de planten water en zet koffie. Dan, om vijf over zeven, komt Binder de gang op en begint onmiddellijk instructies te geven aan zijn secretaresse. ""Ruim een half uur te laat'', zeg ik tegen Polhorsky. ""Hij is de directeur'', is het gelaten antwoord.

Binder, een vijftiger met een grijze kuif en een milde oogopslag, maakt het kort. Hij moet niets hebben van al die internationale belangstelling voor het meest omstreden bouwwerk dat hij ooit onder handen heeft gehad. Niettemin plaatst hij zijn kostbare handtekening. Mijn Britse collega staat op het document vermeld als Paul Leeds, zijn geboorteplaats.

Immense zandbak

Zonder problemen passeren we de vijf punten waar politie, soldaten of leden van de "Professional Security Service' met opvallend agressieve herdershonden de wacht houden. We zijn vrij om rond te rijden in de immense zandbak tussen Cunovo en de Donau. Met stenen beladen kiepwagens slingeren zich door het heuvelachtige woestijnlandschap, op weg naar het punt waar de rivier wordt bedwongen.

Op dat punt, een smalle pontonbrug van ongeveer honderd meter lang, staan telkens tien vrachtwagens op een rij klaar om hun last in de rivier te storten. Dan rijden ze verder naar het werkeiland, draaien en keren over de zelfde brug terug om nieuwe stenen te halen. De tien vrachtwagens van de volgende lichting staan inmiddels klaar, zodat het gemiddelde van één vrachtwagenlast per minuut gemakkelijk wordt gehaald. En dat gaat zo 24 uur per etmaal.

Er heerst hier een bijna uitgelaten stemming. De hoeveelheid Donauwater die nog passeert wordt zienderogen minder, steeds meer water zal nu naar het kanaal stromen dat de voornaamste bedding van de rivier moet worden. Een lineaalrecht kanaal, 100 meter breed en 20 meter diep, waar het gemakkelijker varen zal zijn dan op de bochtige en soms ondiepe rivier. Aan het eind ervan is de waterkrachtcentrale deze week begonnen haar eerste megawatts te produceren. In een van de twee aluminium "portokabins' die uitzicht bieden op de brug schenkt de in bontjasje, zwarte leggings en zwarte laarsjes geklede Jana Duzuyová koffie. Wie dat wil krijgt becherovka, een Tsjechisch kruidenbitter, of whisky. Alleen de muziek ontbreekt nog.

Verdrag

Slowakije heeft zich met de naderende voltooiing van het project niet alleen de woede op de hals gehaald van Hongarije, maar ook van internationale organisaties en milieu-activisten. Met Hongarije was in 1977 een verdrag gesloten over de beteugeling van de Donau. De aanzet daartoe dateerde van de jaren '50. Jaarlijkse overstromingen in het delta-achtige moerasgebied, te vergelijken met een gigantische Biesbosch van 55 vierkante kilometer, leidden toen al tot grote economische schade.

Overeengekomen werd twee grote waterkrachtcentrales te bouwen, een bij Gabcikovo, 40 km ten zuidoosten van Bratislava, en een zo'n 150 km verder stroomafwaarts bij het Hongaarse Nagymaros. De eerste, met acht turbines, zou 720 megawatt, de tweede, met zes turbines, zou 158 megawatt produceren. Maar al in het begin van de jaren '80 begonnen de Hongaren terug te krabbelen. Eerst waren het vooral de financiële lasten die werden aangevoerd als reden om het kalmpjes aan te doen. Tegen 1986 sprong Oostenrijk bij en beloofde in ruil voor een latere levering van elektriciteit investeringen te doen in onderdelen van het project die de Hongaren hadden toegezegd te bouwen.

Intussen was in 1984 in Hongarije de Duna Kör opgericht, de Donau-beweging, een milieupressiegroep die de communistische autoriteiten in het nauw bracht door te verklaren dat het hier ging om een megalomaan prestige-object dat relatief weinig profijt, maar wel veel schade aan het milieu zou toebrengen. Het project werd een symbool van communistisch wanbeheer. De verlegging van de bedding van de Donau zou volgens Duna Kör voor de zuidelijker gelegen gebieden langs de oorspronkelijke bedding ernstige gevolgen hebben: uitdroging van de rivierbossen bij Hongaarse dorpen, verlaging van het grondwaterpeil, ingrijpende verstoring van het biologisch evenwicht, bedreiging met uitsterven van zeldzame planten- en diersoorten.

Aanvankelijk slaagden de Hongaarse autoriteiten erin de kritiek van de groeiende milieulobby te onderdrukken. Maar precies drie jaar geleden, op 31 oktober 1989, toen het communistische regime in al zijn voegen begon te kraken, besloot het Hongaarse parlement het werk aan de dam in Nagymaros te staken en gaf het de regering opdracht de onderhandelingen over wijziging van het verdrag van 1977 te openen. Een stroom van verwijten over en weer brak los tussen Boedapest en Praag, en later vooral tussen Boedapest en Bratislava. Want de nieuwe, niet-communistische federale regering in Praag toonde zich veel gevoeliger voor de Hongaarse milieuklachten dan de Slowaakse nationale regering. In vergelijking met de tijd van vóór de Fluwelen revolutie was, anders dan het nieuwe politieke leiderschap in Praag, het politieke leiderschap in Bratislava niet opzienbarend gewijzigd. Ivan Carnogurský bijvoorbeeld, de broer van de vroegere Slowaakse premier, was in die tijd niet alleen voorzitter van de Nationale Raad van Slowakije, maar ook directeur van Hydrostav, het bedrijf dat de waterkrachtcentrale in Gabcikovo heeft gebouwd.

Zo begon het project in toenemende mate te fungeren als het symbool van het nationale prestige van Slowakije. Een prestige dat met de overwinning van HZDS, de beweging voor een democratisch Slowakije van premier Vladmir Meciar, in juni van dit jaar, steeds meer behoefte had aan zelfbevestiging.

Overheerst

Het nationaliteitenconflict speelt hierbij een belangrijke rol. Meer dan duizend jaar lang waren de Slowaken onder Hongaarse overheersing, arme boeren onder de heerschappij van de Hongaarse adel. Eeuwenlang verzetten de Slowaken zich tegen de pogingen om hun cultuur en hun taal te onderdrukken, om hen te hongariseren, vanaf 1848 met steeds meer succes.

Na de ineenstorting van de dubbelmonarchie in 1918 werd Slowakije deel van de eenheidsstaat Tsjechoslowakije en voelde zich nu overheerst door de Tsjechen. Bij het verdrag van Trianon in 1920 werd de grens tussen Hongarije en Tsjechoslowakije zo getrokken dat in beide landen een ongeveer even grote minderheid verbleef: enkele honderdduizenden Hongaren in Slowakije, enkele honderdduizenden Slowaken in Hongarije. Doordat de Hongaren in Tsjechoslowakije een sterkere wettelijke positie hadden dan de Slowaken in Hongarije, konden de eersten hun identiteit beter handhaven dan de laatsten, die als gevolg van assimilatie nu veel minder talrijk zijn.

De etnische paranoia aan Slowaakse kant is zo groot dat men de Hongaren ervan verdenkt moeilijkheden over het Gabcikovo-project te maken, alleen om de Slowaken dwars te zitten. De Hongaarse minderheid in Slowakije wordt daarbij als een soort vijfde colonne beschouwd. Toen de Hongaarse regering zich in mei van dit jaar officieel terugtrok van het project, was dat voor de Slowaken dan ook een reden te meer het werk voort te zetten.

""De Hongaren zien in Gabcikovo'', zo meent VHV-ingenieur Hrasko Vojtech, ""een goede aanleiding om hun oude dominantie in Midden-Europa te heroveren, zeker nu ze niet meer met de Tsjechen, maar alleen met de Slowaken te maken hebben. Ze vragen ons om alles wat er sinds 1979 is gebouwd te vernielen en in de oude staat terug te brengen. Dat is toch waanzin. Er wordt bij elkaar naar schatting 100 miljard kronen (meer dan zes miljard gulden) in geïnvesteerd.''

Verlaten dorpen

De rit van Cilistov over de dijk aan de noordkant van het nieuwe Donaukanaal naar de dam bij Gabcikovo maakt duidelijk hoe hard hier de afgelopen dertien jaar is gebouwd. Het kanaal ligt vele meters boven het maaiveld. Over de hele lengte van 17 kilometer zijn de walkanten versterkt met betonnen platen en soms met asfalt. Links loopt een smal afvloeiingskanaal dat overtollig water kan afvoeren. Aan de overkant, tussen het kanaal en de oorspronkelijke bedding van de Donau, die daar de grens met Hongarije vormt, liggen enkele bijna verlaten dorpen, Dobrohost en Bodky. De paar achtergebleven bewoners kunnen er alleen nog maar via een smalle, kilometers lange omweg komen.

Ook hier, in de totale verlatenheid, controleren zwartgejackte mannen van de veiligheidsdienst onze papieren. Zeven witte zwanen staan kouwelijk bij elkaar in het rijzende water. Straks zullen ze moeten zwemmen. Het vroegere ziekenhuis van Cilistov wordt nu gebruikt als woonoord voor de arbeiders. Iets verderop is een luxe-hotel gebouwd voor de talloze bezoekers die Gabcikovo willen zien.

De dam zelf is wat teleurstellend: een betonnen complex met daarin twee sluizen. Het ziet er eerder uit als een eenvoudige brug over een kanaal dan als een waterkrachtcentrale. In de sluizen trekt het water geheimzinnige kolken. Het kanaalwater brengt door zijn val naar een tientallen meters lager gelegen niveau de acht turbines in beweging. Vandaar stroomt het, na een onvrijwillige omweg over Slowaaks grondgebied, verder naar de oorspronkelijke rivierbedding.

Hier heeft ingenieur Ján Skripen de supervisie. Hij werkt al sinds 1979 aan de dam en is ermee vergroeid. Skripen maakt zich kwaad over de kritiek op dit staaltje waterbouwkundig vernuft. ""Een slecht project? Onzin. Natuurlijk, bij een werk van een dergelijke omvang is er altijd schade aan het milieu, maar die schade zal niet zo groot zijn als wordt beweerd. We houden alle veranderingen nauwkeurig in de gaten en kunnen waar dat nodig is corrigerende maatregelen nemen. Dit project is goed voor de scheepvaart op de Donau, het is goed omdat we op energiegebied minder afhankelijk worden. Het is goed voor de landbouw, omdat er geen overstromingen meer zullen zijn, en het is goed voor de werkgelegenheid.''

Een zekere welvaart hebben de dam, het kanaal en de talloze sluizen, waterweringen en afwateringen die gebouwd moesten worden, inderdaad al gebracht. Bij VHV alleen zijn meer dan 50.000 mensen bij de bouw betrokken. De huizen in plaatsjes als Samorin en Baka zien er goed verzorgd uit, nogal uitzonderlijk op het Slowaakse platteland. Maar naarmate de datum dat het complex voltooid moet zijn nadert - eind december - krijgen mogelijke repercussies een steeds dreigender omvang. Het besluit, vorige week zaterdag, om te beginnen met het blokkeren van de Donau heeft volgens de Hongaarse regering ""een uitermate ernstige situatie'' geschapen, ""vol politiek gevaar''.

Voldongen feit

In Bratislava worden die politieke argumenten van de tafel geveegd: ""Het is een technisch probleem, maar de Hongaren hebben de kwestie in de politieke sfeer getrokken. Wij houden ons aan wat er in 1977 is afgesproken'', zegt Roman Buzek, directeur voorlichting van het ministerie van buitenlandse zaken. ""De Hongaren hebben ons voor een voldongen feit gesteld door hun medewerking op te zeggen. Wj, niet de Hongaren, zijn in de hoek gedrukt. We konden vorige week niet langer wachten omdat de rivier spoedig door zware regen en sneeuwval veel hoger zal komen te staan. Toen de Hongaren eisten dat we alle werkzaamheden onmiddellijk zouden stopzetten, voelden we ons niet langer gebonden aan de datum van 2 november, waarvóór volgens de Europese Commissie "geen onomkeerbare stappen' mochten worden genomen. Dat zou eenvoudig onmogelijk zijn, dàt zou werkelijk een ecologische ramp hebben veroorzaakt. Maar het zou ook een economische ramp hebben betekend. Want als we ons aan die datum van 2 november hadden gehouden, hadden we onze belofte aan de Donaucommissie de rivier op 3 november weer open te stellen voor het scheepvaartverkeer, niet kunnen nakomen.''

Slowakije isoleert zich met zijn eigenmachtige optreden steeds meer. Het schoffeerde de Europese Commissie door "stappen' te nemen die volgens Bratislava wel degelijk "omkeerbaar' zijn. Maar het is eenvoudiger om 8.000 ton betonblokken en stenen in het water te gooien dan om diezelfde hoeveelheid er weer uit te halen.

Ook tegenover de Tsjechen gedragen de Slowaken zich nogal aanmatigend. Slowakije maakt tot 1 januari 1993 deel uit van de Tsjechoslowaakse federatie; tot die tijd moeten beslissingen die met de dam in verband staan, in overleg met de federale regering worden genomen. Het feit dat deze week een crisis dreigde in het federale kabinet over Gabcikovo weerlegt de bewering op het ministerie van buitenlandse zaken in Bratislava, dat de afdamming van de Donau een ""gezamenlijke, federale beslissing'' is geweest.

De Donau bij het Hongaarse plaatsje Dunakliti, 20 km stroomafwaarts vanaf Cunovo, is deze week dramatisch smaller geworden. Terwijl de rivier in dit jaargetij gewoonlijk meer dan 200 meter breed is, ligt de andere oever nu op zo'n 60 meter afstand. Per minuut passeert nog slechts een kwart van de 2.000 kubieke meter water, de gebruikelijke hoeveelheid. Zonder twijfel zal het landschap daardoor drastisch veranderen, evenals het ecologisch evenwicht. De Slowaken zullen niet nalaten de nadruk te leggen op de positieve aspecten van de rivierversmalling: er komt meer vruchtbare landbouwgrond beschikbaar.

Compromis

Op de bijeenkomst afgelopen woensdag in Londen tussen Hongarije en Tsjechoslowakije onder auspiciën van de Europese Commissie lijkt intussen opnieuw een compromis te zijn bereikt. Slowakije werd opgeroepen de werkzaamheden te staken en aan Hongarije de normale hoeveelheid Donauwater te verschaffen. Daarnaast zal een tripartite commissie, waarvan de Europese Commissie deel uitmaakt, de prioriteiten bestuderen. De twee partijen in het conflict, Tsjechoslowakije en Hongarije, moeten zich neerleggen bij internationale arbitrage. Maar het is te betwijfelen of de Slowaakse regering zich daar veel van zal aantrekken.

Vanaf 1 januari zal er een nieuwe situatie ontstaan, dan bestaat Tsjechoslowakije niet meer. Het ziet ernaar uit dat Bratislava zich dan nòg minder toegeeflijk zal opstellen. Vooral onder leden van de Hongaarse minderheid in Slowakije groeit dan ook de vrees dat het conflict zo hoog zal oplopen dat, na openlijke repressie van die minderheid, naar militaire middelen zal worden gegrepen. Vladmir Meciar zou zich dan wel eens kunnen ontwikkelen tot een Slowaakse Milosevic. ""We geloven niet dat dat een redelijke oplossing zou zijn'', zegt Roman Buzek. ""Slowakije zal in elk geval nooit met enig land oorlog willen voeren.''

Maar de oorlog woedt hier al. Het terrein waar wordt gebouwd, stenen worden gestort, gigantische hoeveelheden grond worden verplaatst, is het slagveld. Het is de oorlog van de menselijke technologie tegen de natuur. De oorlog van de betonlobby tegen de groene lobby, van het schelle profijtbeginsel tegen de fluisterende romantiek van een moeraslandschap.

    • Frits Schaling